“Joop”

Vroeger toen ik nog in Rotterdam woonde, wandelde ik altijd met mijn hondjes in het Roel Langerakpark, bij de EnergieHal. Dat was een tamelijk onguur parkje, maar de andere hondenuitlaters waakten over mijn veiligheid. Vooral ?©?©n grote grove kerel met een enorme griezelhond, model Muil van Hagrid, begeleidde me elke keer tot aan de rand van het park waar de bewoonde wereld weer begon.
Deze “Joop” was nachtclubportier en kwam ‘s ochtends na zijn werk of vlak ervoor de hond uitlaten. De dranklucht ‘s ochtends vond ik daarom normaal. Hij moest af en toe eerder weg, naar de “Noordsingel, daar zit mijn zoon”. De bak. Zijn dochter bleek later een oude mevrouw uit de buurt te hebben beroofd. En zijn vrouw was er vandoor met een andere crimineel, kortom een lekker stel. De enige die hij nog had, was die grote hond Muil.
Om dat beest in Hoek van Holland aan het strand uit te laten had hij een speciale auto aangeschaft, een soort Pausmobiel.

Bijna elke dag ging hij naar het strand, tot hij op een kwade dag bij een verkeerscontrole door de mand viel: teveel gedronken. Hij had zelfs zoveel gedronken dat zijn rijbewijs voor 2 jaar werd ingenomen.
Hij vond het zo verschrikkelijk dat hij zijn lieve diertje niet meer kon laten razen langs de zee, dat hij besloot om nooit meer te drinken.
“Van de ene dag op de andere ben ik gestopt, zei hij, “ik dronk 2 kratten per dag of per nacht eigenlijk.”
Allemachtig! Ik vroeg of dat kratten van 24 flesjes waren. Jazeker. Allemachtig. Hij vertelde dat hij een ongekende dorst had. Hij dronk vijf pakken karnemelk achter mekaar, zei hij.

Omdat hij de auto niet meer mocht gebruiken, ging hij hem verkopen. Toen ik een keer het park inkwam, stond hij te praten met een hele grote vrouw met armen als zwartbehaarde heipalen. Ik zag natuurlijk meteen dat het een verklede vent was.
Hij werd aan me voorgesteld als de koper van de pausmobiel. Ik feliciteerde beide heren met het geslaagde zakendoen en “Joop” wandelde verder met mij een rondje op.
“Weet je wat ze met die auto gaat doen, vroeg hij. Geen idee behalve rijden. Ze ging haar geld verdienen op de G.J. de Jonghweg en zou de auto als mobiel peeskamertje gebruiken.
“Ze heeft gisteren proefgedraaid en heeft de helft er al uit, zei hij, terwijl hij mij steeds maar veelbetekenend aankeek. Ik keek maar een beetje onnozel terug.
“Je had het niet gezien, he? riep hij. Wat had ik niet gezien.
“Het is een vent! En die kerels hebben helemaal niks door, net zo min als jij!”. Neen, dat klopte, ik had het helemaal niet door en om hem te plezieren keek ik stomverbaasd en trok een vies gezicht.

3 thoughts on ““Joop””

  1. Oude meuk, me neus. Voor sommige kerels maakt het echt niet uit hoe ze aan hun gerief komen. Ieder zijn meuk…eh…meug zullen we maar zeggen.

Comments are closed.