Aapje Anders

Het was nacht geworden. Zebra wilde net gaan liggen om te slapen,
toen er plotseling iemand op zijn rug sprong.

Wie ben jij, vroeg Zebra geschrokken.
Ik ben Aapje Anders, zei Aapje Anders, kan ik een eindje meerijden?
Liever niet, zei Zebra, ik ging net slapen. Hoepel toch op, dacht hij.


Jij zit lekker, riep Aapje Anders, hier wil ik de hele nacht wel zitten!

Ik zou er maar af gaan als ik jou was, zei Zebra, weet je niet wat zebra’s doen met aapjes op hun rug.
Nee, gilde Aapje Anders, dat weet ik lekker niet!
Ze rollen en dan zijn de aapjes plat.

Rollen, rollen, rollebollen! zong Aapje hard. Wat een lekkere warme zachte rug, tralala!

Pas op, zei Zebra, ik tel tot drie: ?¬©?¬©n, twee…


Drie, zei Zebra en liet zich vallen.
Pas op, waarschuwde hij nog eens.
Aapje Anders had zijn ogen dicht en riep alleen maar: Joepie, poepie hopla!

Met een grote plof liet Zebra zich zijdelings vallen en trappelde met vier poten tegelijk in de lucht. Hij rolde van links naar rechts en van rechts naar links.


Al trappelend werd hij wakker. Aapje Anders was verdwenen en de zon scheen al.
Zebra had gedroomd. Hij stond op en vervolgde zijn tocht.