Le mairie et le maire


De zolder van de grange van monsieur B. is ongetwijfeld leeg.

Omdat ik niet zo goed weet hoe quinze ao?ªt is georganiseerd, bel ik vanuit Nederland le Marie want daar weten ze alles.
Allo?
(Dat zegt iedereen in Frankrijk. Dat is niet onbeleefd, maar net zoiets als het pronto van de Italianen. Er is trouwens een hele TV-serie over gemaakt.)
U spreekt met […], mag ik u een vraag stellen over de vide-grenier van 15 augustus?
Welzeker.
Moet ik n?? een plaats reserveren of kan dat ook over drie weken?
Tja, dat weet ik zo gauw niet, eh, dan kunt u beter de Mairie bellen ipv de Maire.
(Hola, heb ik de burgemeester aan de lijn!)
Bent u de burgemeester, vraag ik nog dom.
Zeker, maar de dames zijn even weg, dus ik neem de telefoon op. Hebben wij elkaar al eens ontmoet?
En zo keuvelde ik een kwartier lang met de burgemeester over van alles en nog wat. Ik heb afgesproken, dat we voor Maria Hemelvaart nog langs komen.

Ik moet maar eens een leuk cadeautje verzinnen voor hem. Wil je iets gedaan krijgen, moet je op goede voet met de burgemeester staan, dat is bekend.