Lessing

Door een gelukkig toeval heb ik Doris Lessing opnieuw ontdekt. Haar werk was me in de tijd dat ik bij Ginsberg in Leiden werkte (1973) natuurlijk bekend, maar om de een of andere reden is het toen niet blijven hangen.
Nu lees en herlees ik alles wat ik van haar te pakken kan krijgen. Ze schrijft schitterend, to the point, en ogenschijnlijk eenvoudig. “The Grandmothers” was het eerste boek dat ik weer van haar las, vier korte verhalen waarvan het titelverhaal gaat over twee vriendinnen die een verhouding krijgen met elkaars zonen. Maar vooral ” A Love Child” en “Victoria and the Staveneys” behoren tot de top.

Nu ben ik haar autobiografie aan het lezen. De eerste twee delen zijn uit, “Under my skin” (Onder mijn huid) tot 1949 en Walking in the shade” (In de schaduw, 1949-1962).
Ze vertelt over haar ouders, haar huwelijken, de twee kinderen die ze verliet, de mannen en vrouwen in haar leven, haar communistische tijd, Zuid-Rhodesi?´, waar ze opgroeide, en natuurlijk haar schrijverschap, als alleenstaande moeder in Londen. Ze heeft al weer een derde kind, deze keer van meneer Lessing, voordat ze zich uit zelfbehoud laat steriliseren.

Een citaat uit “In de schaduw”, in de vertaling van Christien Jonkheer, hoe dat schrijven gaat:

“En op dat tafeltje waar de ontbijtboel heeft plaatsgemaakt voor verspreid liggende vellen papier, staat nu de schrijfmachine op me te wachten. Het werk begint. Ik ga niet zitten maar loop de kamer rond. Ik denk na terwijl ik loop, een kopje afwas, een la opruim, thee drink, zonder dat ik met mijn gedachten bij die activiteiten stilsta. Dan zit ik plots in de stoel voor de schrijfmachine. Ik tik een zin… kan die er wel mee door? Nee, laat maar, bekijk dat later maar, ga nu maar door, zorg dat de stroom op gang komt. En zo gaat het verder. Ik loop rond, mijn handen bezig met allerlei klusjes. Wie me zo bezig zag, zou me voor een echte huishoudmaniak verslijten.

Ik val voor een paar minuutjes in slaap omdat ik mezelf weer heb opgewerkt tot een staat van hinderlijke spanning. Ik loop, ik schrijf. Als de telefoon gaat, probeer ik op te nemen zonder de concentratie te verbreken. En zo gaat het de hele dag door, tot het tijd is om mijn zoontje uit school te halen of totdat hij aanbelt.”

Net als ik denk, ja, dat heb ik ook, dat gepiel en gewriemel, dat drentelen, gaat ze verder:

“Dat gebruikmaken van het fysieke om tot concentratie te komen zie je bij schilders ook. Ze lopen met schijnbare willekeur hun atelier rond. Ze maken een kwast schoon, gooien een andere weg. Ze maken een doek klaar, maar je kunt zien dat ze met hun gedachte elders zijn. Ze staren uit het raam. Ze zetten een kop koffie. Ze staan een hele tijd voor het doek, kwast in de aanslag. En dan begint eindelijk het werk.”

Inderdaad, zo gaat dat.
Ik wacht nu op deel III, vanaf 1962, het jaar waarin The Golden Notebook verscheen.

One thought on “Lessing”

  1. schitterend citaat, heel herkenbaar! Dat heb ik dus met schrijven. Beetje rondgrutten en dan maar starten in de hoop dat de stroom op gang komt…..

Comments are closed.