Schuur

Via de familie B. waren we achter de naam gekomen van de eigenares van de schuur die hier staat te verkommeren. Het stukje tuin dat erbij hoort, zit direct tegen ons terrein aan en is er als een hap uit genomen.
Een aantal maanden geleden verzamelde ik mijn moed (Meneer B zei nog: neen heb je) en belde de dame op. Ik stelde me voor en vertelde waar we zaten.

Dat is het huis van mijn grootouders! riep ze, en ik heb daar nog een schuur.
Ha, dat was even makkelijk binnenkomen. Ik vroeg aan haar of ze, als ze die schuur ooit wilde verkopen, of ze dan aan mij wilde denken.
Peut-?‚Ñ¢tre, zei ze, peut-?‚Ñ¢tre.
Dat was niet meteen neen, mooi zo.


In Amsterdam stuurde ik haar een kaart met het schilderij van ons huis, wat immers van haar grootouders was geweest.

Donderdag belde ik haar weer. Ik begon weer met een heel verhaal, maar ze onderbrak me en zei, venez me voir!
‘s Middags na de bibliotheek gingen we. Ze woont in de Bourg, dwz ze woont in het hoofddorp van de commune, en niet zoals wij in een aanhangend gehucht.
We werden meteen in de keuken aan de tafel gezet. Een sterke, bejaarde dame, die regelmatig verschrikkelijk moest lachen, wij ook trouwens. We lulden er zoals dat in Frankrijk moet, eindeloos omheen, het ging over alle familieleden en -verbanden, en hoe bij haar man in 2002 net op tijd zijn benen waren geamputeerd, omdat hij anders zeker dood was gegaan aan een acute bloedvergiftiging. De man zat in de salon ernaast in een rolstoel.
Zij had net 2x in het ziekenhuis gelegen, bevangen door de warmte van de afgelopen maand, volgens de dokter.


Les ma??üons creusois en r?¬©gion parisienne
Alle buren werden besproken, de dieren, de fruitbomen op ons terrein, de broodoven, de grootouders. Haar overgrootvader had het huis gebouwd in 1872, hij was een ma??üon uit de Creuse, die meegewerkt aan het uiterlijk van Parijs, zoals we dat nu kennen, grote boulevards en monumentale gebouwen. Die waren beroemd, die mannen.

Langzaam maar zeker kwam de schuur ter sprake. Die hoorde oorspronkelijk bij het huis ernaast, een grote boerderij met veel beesten, zoals ze hier zeggen. De koeien werden af en toe op dat stukje grond gezet naast ons. Ze meldde wel drie keer dat de grond bij de schuur hoorde. Er stonden allemaal spullen in, een brommer, een fiets, oude landbouwdingen; alles wat ze niet meer nodig hadden, hadden ze in de schuur gedumpt.


Maar wat de buurman van de grote boerderij had geflikt, daar maakte ze nog wel vijf keer kwaad over. Hij had op het pad tussen haar schuur en zijn huis een hele rij razundsnel groeiende coniferen gezet. Op de erfscheiding, of eigenlijk erover heen. Toen hij ook nog zijn was te drogen hing aan de schuur, was ze op hoge poten naar de notaris gegaan, want volgens die buurman had hij er recht op. Geen sprake van, had de notaris gezegd.
Er wonen nu andere mensen.


Toen vroeg ze plotseling, jullie willen hem zeker wel van binnen zien?
Hoera, jazeker! We maakten een afspraak voor a.s. maandag en dit was wel een mooie aanleiding om er eentje op te drinken.
Meneer reed ook binnen op zijn wielen, een broodmagere man, in een boerenwerkbroek, zonder gebit en met kromgegroeide handen van de artritis. Maar een ongeslagen geest, vrolijke oogjes en we verstonden hem relatief goed: J’ai quatre-vingt cinq! Hij flirtte ongegeneerd met me.
Hij pakte behendig een rietje en slurpte, na met ons geklonken te hebben, in een sneltreinvaart zijn pastis naar binnen.
Nog een?
Welja, waarom niet.
Toen we eindelijk buiten stonden, draaide de wereld. We hoefden alleen nog de berg af en de onze op. Halfdronken over de Franse wegen: we zijn al aardig ingeburgerd.

2 thoughts on “Schuur”

  1. Ben zo benieuwd naar maandag! Ik geniet van jullie verhalen tussen het uitpakken van de verhuisdozen door.

Comments are closed.