Archive for February, 2007 Page 2 of 4



Docteur Martin


Pompes Fun?®bres

Marjolein ligt nu ook in heur grafje en Yeva heeft met hamer, beitel en veiligheidsbril een grafsteentje gemaakt.

Omdat de plek op Yeva’s schouder een beetje pijnlijk begon te gloeien, besloten we na overleg met ?©?©n van de drie Pharmacies langs docteur Martin te gaan. Daar hadden we al veel over gehoord, maar we konden maar niet ontdekken waar hij zat, ook al omdat er geen noodzaak was. Nu grepen we onze kans.

Hij woonde in een sjiek villaatje net buiten Dun, langs de weg naar Crozant. In de wachtkamer zaten al drie vriendelijke dames te wachten. De assistente ontbrak en een afspraak maken kon ook niet, zeiden ze. Gewoon maar gaan zitten en wachten.
Om de tijd te doden, begonnen we aan de typische wachtkamerlectuur. Ik had een interessant artikel over WEB 2 te pakken en Yeva trof een fotobeeldroman, een doktersroman nota bene, met foto’s van zwijmelende dames (dierenarts), die na een reeks misverstanden en per ongeluk afgeluisterde en fout begrepen gesprekken, toch in de liefdevolle armen van hun aanbidder (chirurg) vallen en dan plotsklaps weer kunnen zien na jaren van blindheid. De aangereden Duitse herder is slechts lichtgewond, hoewel hij helemaal volgeplakt is met pleisters en ze houden hem, want hij is de reden dat ze tot elkaar zijn gekomen. Of zoiets. We lachten ons een deuk.

Docteur Martin bleek een relatief jonge man met een stevig embonpoint, die toen hij ontdekte waar we woonden, ruim de tijd nam om het eens flink op een roddelen te zetten. Hij kende ze allemaal, de ex-pats, ook de vorige eigenaar van ons huis en dan vooral diens Amerikaanse ex-vrouw. Hij kwam daar zo vaak op terug, dat we ons het een en ander begonnen af te vragen.
“O, wonen jullie daar, maar dan ken ik jullie huis heel goed!”. Dat bedoelden we.
Hij wilde alles weten, trok een bedenkelijk gezicht toen we Amsterdam noemden, maar veel lieten we natuurlijk niet los, want het zat er dik in dat wij het volgende onderwerp van zijn geklets zouden zijn.
Hij had de diagnose na enkele vragen snel gesteld en we kwamen met een doos vol pillen weer thuis.


Slakken en as

Het huis is deze keer razendsnel warm gestookt, ook al omdat het buiten bijzonder aangenaam is. De as uit de la gooien we altijd buiten in de zinken emmer, niet voor niks, we kennen verhalen van huizen die zijn afgebrand, doordat de gloeiende as in kartonnen doos door de bewoner in de kamer was gezet. Tamelijk stom natuurlijk, maar dat denkt die arme man elke keer, als hij naar de zwarte resten kijkt. Dat hoeven we er niet steeds in te wrijven.

Terug


Het Geheime Landgoed

Via een tussenstop langs een Geheim Landgoed in Belgi?´, waar we een nachtje hebben doorgebracht, reden we gisteren om een uur of half acht ons dorp in.
Onderweg hadden we
1. veel bekijks (duimen omhoog, mannen die glimlachend naar de auto staarden)
2. veel sjans met vrachtwagenchauffeurs ( bij het inhalen groot licht geven, toeteren enz enz.)

Er was nauwelijks file en Parijs stelde verkeerstechnisch niet veel voor, hoewel ik ogenschijnlijk ijskoud, maar met klamme pootjes en rode konen, met een zucht van verlichting de Aquitaine opscheurde.

Onderweg kwamen we een Charleston tegen, die zijn poging om een vrachtwagen in te halen opgaf, toen wij eraan kwamen, maar net als wij als een bezetene begon te zwaaien. We lachten nog kwartier hysterisch na. Zou de 2cv net als de Mac gewoon een geloof zijn?

Vandaag hebben we de kettingzaag naar de dokter gebracht en een paar boodschappen gedaan, alles met Eend, natuurlijk. Iedereen spreekt hier in het dorp liefkozend over de 2cv, ze hebben er vroeger allemaal een gehad, lijkt het.


Voor de deur
Hij staat nu voor de deur. We gaan in de loop van de week plaats maken in de grange, zodat hij daar fijn kan staan. En het modderpad moet geasfalteerd, anders blijft hij steken.

Compliment

Maandag is het zover, dan is hij van mij. Mooi, nietwaar?
Voor de Kerst zag hij er zo uit:

Ik ging van de week mijn identiteitsbewijs halen, geen paspoort omdat ik denk dat ik de komende jaren niet buiten de EG ga komen. Het loket is normaal altijd om 8:30 uur open, zodat je nog even voor het werk je zaakjes kunt regelen, maar sinds 01-01-2007 is het een uur later.

Omdat ik geen 5 seconden mijn mond kan houden, begon ik een praatje met de loketmeneer over deze quaestie.
Dat was meteen in de roos.
“We zitten tussen 8:30 en 9:30 met onze duimen te draaien,” zei hij, “een beetje mail beantwoorden, een papiertje weggooien, want de ambtenaren moeten er wel om 8:30 zijn.”
“Wie bedenkt dan zoiets en waarom eigenlijk?”
Die Stadsdeelraadbestuurders hadden dat bedacht. Omdat het loket op koopavond tot zeven uur ‘s avonds open is, beginnen ze op die dag een uurtje later. En om het voor de burgers “transparant” (ja, dat is weer zo’n woord waar de gemiddelde politicus niet onderuit kan) te houden, ging de boel voortaan elke dag om half 10 open.
“Maar we zijn niet elke dag tot 7 uur geopend, dus die redenering raakt kant noch wal”, vond de meneer. Dat was ik met hem eens.
“Ja, dat zijn van die kleine burgermannetjes en -vrouwtjes, mevrouw Swart”, ging hij voort, “die hebben 20 jaar in het bestuur van de hengelclub gezeten, of de filatelievereniging” – “of de Volkstuin”, hielp ik hem gretig – “of de Volkstuin inderdaad, mevrouw Swart, en nu denken ze, laten we het eens in de politiek proberen”.
“Je zou ze moeten zien, mevrouw Swart, op de avond van de verkiezingsuitslag, strompelen ze met rooie koppen de trap hier af en vragen met dubbele tong of ze gewonnen hebben.”
“Neen”, besloot hij, “Die deelraden, dat is helemaal niks, mevrouw Swart”.
Dat vond ik ook, hoewel ik er een beetje moeite had als mijn schoonmoeder aangesproken te worden. Ik wenste hem nog een fijn weekend en ging nog even de stad in.

Al fietsend door de kleine straatjes van de wallen, klunend over zandbergen omdat de straat weer eens open lag, raakte ik een beetje uit mijn humeur, vooral toen ik bij het afrekenen mijn portemonee bleek te zijn vergeten. Moest ik dat hele stuk weer terug. Komt me een stralende, pikzwarte man tegemoet en die roept verbaasd:”Je ziet er best lekker uit voor je leeftijd!”
Ik kan maar niet besluiten of dat nou een compliment was of een belediging.

iMac

de nieuwe imac

Eindelijk na twee maanden heb ik weer een serieuze computer.
Mijn eMac had een ongeneeslijke ziekte: het appeltje dat altijd verschijnt bij de start, was veranderd in een vierkant met pixels. Twee programma’s tegelijk aan kon niet, dan hing de boel. Of één programma tegelijk aan, ging ook niet.
De garantie was verlopen, dus ik was mijn geld al zuchtend aan het tellen, toen bleek dat hij in een serie viel, die totaal rot was. Ze hadden de garantietermijn ongevraagd met twee jaar verlengd. Een extended repair program heet zoiets. Hoera!
Tenslotte bleek dat het onmogelijk was dat ding nog binnen redelijke tijd te repareren.
En wat heeft Apple nu gedaan?
Mij vandaag een spiksplinternieuwe iMac gegeven. Met een ingebouwde camera met behulp waarvan ik vrolijk naar mijn skypecontacten kan zwaaien.

Hè, hè, zitten die meiden ook niet meer in mijn nek te hijgen als ze weer zo nodig op Het PaardenSpel moeten.