Archive for June, 2007 Page 2 of 3



Manege

Vanochtend ging ik voor de gezelligheid op de fiets naar Yeva haar manege. Ik had eigenlijk een logje willen wijden aan het feestje van gisteren, waar ik echt geweldig had kunnen uitpakken met bekende namen, geen BN-ers, maar toch, allemaal niet van de straat. Er waren toevallig ook een paar gezellige fotografen die ik wel ooit heb gesproken, maar nog nooit had gezien.

Maar goed, ik ging fietsen en ik heb heel Amsterdam zo’n beetje gezien op mijn tocht, bij de brug over de Sloterkade bleek dat er een kraaiennest zat in een van de staanders, waarvan de binnenkant alleen maar te zien is als de brug open is. De ouders stapten deftig op en neer tot de boot voorbij was en toen de brug zakte. fladderden ze weer naar hun kinderen.

Vervolgens strandde ik in allerlei zandvlaktes op de Joh. Huizingalaan. Toch is het leerzaam, zo’n tochtje. Ik kom anders nergens dan in deze postcode of die van Frankrijk, dus ik keek mijn ogen uit. En op de fiets is toch weer heel anders dan met de auto.

De manege ligt een een stukje landelijk Amsterdam en nu ik er eens goed over nadenk, liggen alle maneges in deze buurt op een soort platteland. Er zakt altijd een kalme rust op me neer en dan schrijnt de heimwee. Daar zou ik toch eens iets aan moeten doen.


Paard Quietto opent deur

Yeva zat op een paard dat wel heel erg leek op een van onze Franse knollen. Hij heeft circuspaardaanleg.

Morgen gaat het over meneer Haisma van de Spar op het Zuiderdiep.

Giro


Bammie, Jojo, Giro en Elz in de keuken van de Haddingestraat

Toen ik in 1974 – vers uit de Randstad -voor het eerst in Groningen boodschappen ging doen, verbaasde het gebrek aan haast me het meest. (In de Intermarch?© bij ons tref je precies hetzelfde, de dames van de kassa besteden de meeste tijd aan kwekken met de klanten en worden absoluut niet zenuwachtig van de steeds langere rijen. De klanten kan het ook niks schelen en luisteren tevreden mee met de gesprekken.)

Er liepen in mijn tijd ook meer zonderlingen rond dan in al die andere plaatsen waar ik heb gewoond. Ik kreeg de indruk dat iedereen die enigszins afweek van de norm daar meer getolereerd werd. Of dat nu kwam door de tijdgeest, gecombineerd met de laconieke Groninger mentaliteit, weet ik niet.

Op de Vismarkt en de Grote Markt zat bijvoorbeeld vaak een gezette man wiens jas behangen was met medailles, hij riep af en toe wat en was op een gegeven moment verdwenen, dood, denk ik.


Jan de Roos heette hij, bedankt, Dineke

Dan had je verder nog allerlei types zoals Plopatou (waarvan ik bij Harry Perton lees dat hij nog bij zijn moeder woonde) en natuurlijk meneer Zwart, Popo Zwart, (“Mister Black”) die de maat sloeg bij het draaiorgel en toeristen de doodschrik bezorgde door zich plotseling met een ijselijke kreet in Kung-Fuhouding om te draaien. Hij kon nogal eens in schilderachtig Gronings schelden:”Vieze voele flikkers bent!”, was ongeveer wat ik verstond.

In die tijd leerde ik de Israelische David met zijn Roemeense vrouw kennen. David zag er uit als een jonge, dikke Henry Kissinger met zwarte krullen en een bril van -20, bijna blind dus, maar dat weerhield hem er niet van regelmatig naar de tijd te vragen. Als je dan op je horloge keek en je tot je grote schrik bemerkte dat het verdwenen was, hield hij dat triomfantelijk voor je neus. Meesterzakkenroller.

Ik kwam ze een keer ‘s ochtends tegen op de Vismarkt, waar ze altijd fiks insloegen. Na een praatje vroegen ze of ik even meeging naar huis iets drinken. Tuurlijk, gezellig.
Eenmaal ter plaatse begonnen ze onmiddellijk deeg te kneden, boden eerst nog wel koffie aan met veel zoet gebak, maar na een tijdje kwam de joint met whisky en meer eten, olijven, salades, en de gigantische pizza’s die ondertussen alweer gaar waren, chocola, meer taart.
Mijn tijdsbesef was na een paar uur niet meer aanwezig en ik dweilde daar stoned en volmaakt gelukkig op een oude sofa in Groningen, afdeling Midden-Oosten, etend, blowend en drinkend.
Ik kan me helemaal niet meer herinneren hoe ik thuis ben gekomen, maar wel dat ze een hagelwitte poes hadden, die bezwangerd was door de dikke cyperse kater van de overkant.
En een van die kleintjes was Giro, die niet meteen bij mij kwam, maar via een ongelukkige omweg, waar mijn toenmalige buurvrouw en de eigenaar van het Marokkaanse restaurant, die weer de huisgenoot was van David en zijn vrouw, iets mee te maken hadden. Maar dat vertel ik weer een andere keer.

Tajine of tagine

Een heel handig gerecht voor luie kokers, deze Marokkaanse stoofpot, dat eigenlijk in zo’n merkwaardige kleien pot met puntdeksel gemaakt moet worden. Ik gooi gewoon alles in de wokpan van de HEMA.
Ui, courgette, tomaat, paprika (geroosterde uit een pot van de DIRK), vis of vlees (kip, lam, geit), bouillon, geschilde aardappel en een heleboel kruiden: gemalen korianderzaad, kaneel, komijn en bergen verse koriander. Alles in de genoemde volgorde toevoegen, behalve de droge kruiden, die kunnen met de uien in de olijfolie mee, heel, heel zachtjes pruttelend gaar laten worden, een beetje couscous ernaast met munt en/of kleine tomaatjes en klaar is Kees. Alle andere variaties zijn mogelijk.

Een vriend van ons werkte toen ik in Groningen woonde, als gastarbeider in het slachthuis. Zijn werk bestond uit het de vriescel in en uit sjouwen van grote stukken bloederig vlees en hij werd op een gegeven moment zo moedeloos van dat uitzichtloze bestaan, dat hij er van het ene op het andere moment mee kapte en het allereerste Marokkaanse restaurant in Groningen begon.
Daar kregen we voor het eerst (1975) dit heerlijks te eten.

Hoe ik via hem ook nog aan mijn poes Giro (overleden op 23-jarige leeftijd) ben gekomen, is een lang verhaal en vertel ik de volgende keer.

Lutjebroek

Mijn coeur de boeufjes groeien eindelijk, nu het weer warmer is. Ze waren twee weken geleden paars van de stress. Nu staan ze in nieuwe potten ontspannen in de goot.
Mevrouw A. van de schuur vertelde me – toen ik haar uit pure heimwee belde – dat het non-stop geregend had. De tuin was niks, zei ze, nat nat en nog eens nat. Deze ochtend scheen de zon toevallig weer eens.
Begin juli is het toch wel zomer?, smeekte ik haar.
Veel vertrouwen had ze er niet in, maar ze verheugde zich net als ik op het weerzien. Toen ik zei dat Kwint (le petit Toutou) bij het overstappen in Parijs voor het eerst van zijn leven tegen de Eiffeltoren aan mocht gaan pissen, schaterde ze het weer uit. Heel goed voor mijn zelfvertrouwen als iemand om mijn flauwe grapjes lacht.
Maar goed, R. en ik gaan dus de eerste week van juli met de trein naar La Souterraine. Ik heb de laatste tijd twee films gezien waar die plaatsnaam in voorkomt, en beide keren hebben de acteurs geen flauw benul waar het is. (“De Creuse, de Creuse?”, Josiane Balasko in Sac de Noeuds die verbijsterd naar de kaart staart, “Waar ligt in godsnaam de Creuse?” en een keer in Le charme discret de la bourgeoisie of Le fant?¥me de la libert?© van Bunuel, in welke weet ik niet meer).
Een soort Lutjebroek lijkt me, m.a.w. algemeen voor een achterlijk gat: houden zo.

De Canadees van 19 mei is gaan bloeien. En voor wie de Franstalige Canadees nog niet kent, ik kom niet meer bij van het lachen als ik deze filmpjes bekijk. Je moet er wel even inkomen, in dat wonderlijke Frans.
(Met dank aan Hollandais en France)