Archive for September, 2007 Page 2 of 3



Lachen


Cadeautje van Siebe S.

Ik hield vorige week een beetje nonchalant die prachtige camera achter me en drukte af. Het is nu bijna niet voor te stellen dit ik daar gewoon zat, in de schaduw van de plataan en deze parasol, die ik om de tien minuten moest opeisen, want bij elke nieuwe klant werd hij verplaatst. Die zon daar is meedogenloos.

Zaterdagmiddag reden Kees en ik na de lunch bij de Portugees naar Remke haar camping. De weg leidde eerst een tijdje langs de Middellandse Zee en na Narbonne ging hij de bergen in. We passeerden olijf- en veel wijngaarden, waar de donkere trossen rijp hingen te hangen. Onderweg zagen we een enorm 2cv-kerkhof, waardoor ik een tijdje verbijsterd bleef nastuiteren. Ik stuiterde toch al meer dan normaal, vanwege de sfeer, de zon, de stad en de mensen daar, want tjongejonge, wat was dat allemaal aan me besteed! Dat kerkhof moet ik eens op de satelietfoto opzoeken. Was het nou voor of na Narbonne?


Een heerlijke plek

We werden op de camping ontzettend gastvrij ontvangen en ik heb gehuild van de pret. We reden in het donker terug, nog nahikkend van het lachen.


Een cactus in de tuin bij de buren

De volgende dag vertrok ik met mijn ex-collega Peter en zijn broer, die me – heel hartelijk – een lift gaven via de brug van Millau en Clermont-Ferrand tot Montlu?ßon, waar Siebe me weer op stond te wachten. Zo zat ik gewoon weer in mijn eigen huis in Frankrijk. De buren waren zeer te spreken over het perkje dat ik voor onze schuur had aangelegd. “Zo ziet hij er niet meer verlaten uit.”

Ik was zelf ook niet ontevreden. Wat een week.

Naschrift: Dankzij Anne-Lise heb ik naam en adres, url ?®n een foto:

Geoportail van IGN.fr had in tegenstelling tot Google Earth een satelietfoto gemaakt zonder wolkjes:

Terug


De cyclaam bloeit in onze Franse tuin

Drie dagen geen internet, en nu heb ik geen tijd meer. De rest van het verslag volgt.

Pènk


2cv uit Perpignan

Ik ben slinkse wijze het Palais de Congres ingekomen: met eerlijkheid bereik je niks, zoals iedereen weet. De voordeur zat potdicht, maar de achteringang was open.
Heeft u een stand? vroeg de portier streng.
Ja, natuurlijk! loog ik.
Dus nu zit ik in mijn eentje in de zon, terwijl de serieuze standhouders een paar verdiepingen lager in een benauwde ruimte hun kraampjes op orde brengen, HA!

Ik werd vanochtend wakker gemaakt door een vertrouwd geluid en was net op tijd om het knullige inparkeren te zien. Geen bordje met à vendre.


Hier zit ik nu naar te kijken

Gisteren was geen kijkdag, maar een kletsdag, ik was ‘s avonds helemaal schor en dat wil wat zeggen, want ik kan geen vijf minuten mijn snuit houden. Ik raakte in gesprek met een Canadese vrouw met man die net zo gefrustreerd als ik internet op wilden, op het moment dat de server eruit lag. Ik had mijn stekkertje in hun stekkerdoos gestoken. Dat waren duidelijk doorgewinterde congres- en festivalbezoekers, want wie neemt nu zijn eigen stekkerdoos mee? Iedereen wilde wil bij hen inpluggen, mobiele telefoons, tandenborstels, laptops, in afwachting van de verbinding, die trouwens verder niet meer kwam.
Toen we ons aan elkaar voorstelden, bleek dat ze gewoon mevrouw Meyst was, van Frits, die naast haar zat, onze fotograaf in Turkije, die nu in de spannende loisir-fotografie zit. Ze zouden zaterdag weer in de Alpen een of andere halsbrekende sport gaan fotograferen.


Een net aangelegde cactustuin

Op weg naar huis om de computer weg te brengen, passerde ik een oude heer, die ik vriendelijk gedag zei. En ja, hij greep de gelegenheid met beide handen aan, toen ik vroeg of het ging.
“Ik heb een ongeluk gehad, (aksidank), waardoor ik twee maanden geen idee had wie ik was. Op een gegeven moment vroeg mijn broer, wijzend op een nummerbord, wat zie je? WAT ZIE JE? ZEG ME WAT JE ZIET! (hij verhief zijn Catalaanse bibberstemmetje). Ik zag niks, mijn broer vroeg weer, ZEG ME TOCH WAT JE ZIET!, en toen zag ik het: dat is mijn auto!”
Zijn geheugen was aan het terugkomen.
Komt u uit Perpignan, vroeg ik. Neen, uit de bergen, hij gebaarde in een richting, ik kom uit Spanje, toen ik jong (zjeunk), hij gaf zijn lengte van toen aan, en er was niets! (riènk), er was geen brood (pènk), niks, dus toen ben ik de grens overgegaan en daar zit ik nu nog. Helemaal geen brood (pènk)!
Vervolgens begon hij een verhaal over uniformen en oorlog en dat ze gevraagd hadden, wie heeft het gedaan en dat ze die man toen hadden vermoord, (gebaar van keel doorsnijden), maar waar het allemaal precies over ging, werd me niet duidelijk door dat ongelooflijke accent. Putain, l’accent! om het maar eens met de Canadezen te zeggen.
We namen hartelijk afscheid.


Ook weer door Josh Robenstone uit Australi?´ gekiekt

‘s Middags hing ik weer gezellig met collega E. op het terras van La Poste, waar het VISA-publiek ouderwets flaneerde. Er is een bepaalde mensensoort die, als je met ze praat, voortdurend om zich heen kijkt om te zien of er niet een interessantere gesprekspartner aanwezig is. Die komen vooral bij dit soort gelegenheden bovendrijven. Tjesus, wat wat is dat stomvervelend, zeg. We vermijden ze, zodra we ze herkennen.
We eindigden met de bekende Australische fotograaf Josh en de Amerikaanse Rachel (heeft in Ruwanda gefotografeerd) in een tapasbar, toen ik besloot het festival die avond voor gezien te houden: vroeg naar bed.


Glaasje wijn met tapas

Onderweg maakten de zigeunergezinnetjes avondwandelingen, de kindertjes in pyjama en badjasjes holden vrolijk om hun jonge, al flink uitdijende moeders heen.

Plattegrondje


De school om de hoek

De kortste weg van huis naar de Couvent des Minimes, een van de grootste expositieruimtes hier in Perpignan, loopt langs deze school en vervolgens dwars door de zigeunerwijk.
Ik liep daar met een zonnebril, een tas, een camera en de badge, waardoor iedereen hier makkelijk te herkennen is als behorende tot dezelfde sekte, maar zonder dat hadden ze me ook wel als toerist ontmaskerd.
Een klein Catelaans mannetje sprak me aan: “Dit is niet de weg naar het centrum, hoor!”
Dat wist ik natuurlijk, want ik wilde helemaal niet naar het centrum.
Dit is de wijk van de zigeuners en de Arabieren, legde hij uit.
Dat was me niet ontgaan. De straatjes zijn hier overal wel smal, maar in dit gedeelte van de stad heerst een andere orde. Het lijkt een beetje op de achterbuurten van Napels, veel verwaarlozing, de was hangt boven je hoofd en de mensen wonen op straat. Vrouwen, breed, vol, dik en in het zwart zitten bij elkaar en negeren nadrukkelijk iedere onbekende. Oogcontact is niet mogelijk.
Het mannetje verzekerde me dat het er alleen ‘s nachts spookte, als Koning Drug heerste. “Dan kun je beter de andere route nemen.”
Hij keuvelde nog gezellig verder, tot we iedereen andere kant opgingen.


Daar komt mijn pastis

Ik had het er net tijdens dat casual croissant moment met mijn collega E. over, tel voor de grap eens het aantal foto’s waar een of andere gun opstaat, nog afgezien of er een lijk naast ligt. Echt werkelijk waar, op 85% van de foto’s die ik gezien heb, zijn de producten van de wapenindustrie te zien. Het lijkt wel reclame. Na 1000 vierkante meter gevuld met beelden vol geweld tegen alles en iedereen, kinderen, vrouwen, willekeurige voorbijgangers, begon ik te verlangen naar een gewoon, blij, onschuldig gezicht, voor mijn part met een glimlach. Dat klinkt soft, ik geef het toe, maar het is zoiets als water willen drinken na een zoute maaltijd, een natuurlijke behoefte, in dit geval een beetje hoop, om het nog softer te zeggen.

Om mijn zinnen te verzetten ging ik iets drinken bij caf?© de la Poste, the place to be hier tijdens VISA. Daar waren ze allemaal, de kwetterende mensen van het nieuwe agentschap NOOR, dat aan het eind van de screening van die avond gepresenteerd ging worden, allemaal in verregaande staat van opwinding, nog versterkt door het gebrek aan slaap en eten.
Alles verliep volgens plan en na afloop, na een hele lange zit, om een uur of 23:30 uur, kon er geproost worden in de Sense Bar, op het Republieksplein. Een fijne bijkomstigheid van dit aangename klimaat is, dat alles in de openlucht plaatsvindt. De rokers kunnen lekker roken, de niet-rokers hebben nergens last van. Iedereen was er, en daar kwamen warempel Jan Banning en Taco van der Eb ook nog langs, op de valreep. En onze eigen Rob, van de bekende Rob Brijkergroep, en Marjan Grut, voormalig directeur van Transworld! Gezelliger kon het toch niet worden!


Door Josh Robenstone uit Australi?´ gekiekt

Omdat ik dom achter iedereen was aangelopen, had ik geen idee meer hoe ik thuis moest komen. Ja, lopez, maar links of rechts? Ik kwam er niet uit.
Een andere kleine Catelaan, dronken dit keer, stapte een steeg uit en schoot me te hulp. Door zijn ongeco??rdineerde bewegingen, hielden we al snel ieder de helft van de plattegrond in onze hand. Na een kleine aanwijzing herkende ik al snel de weg terug.


NOOR the night after

Nu zit ik weer op de zevende verdieping tussen alle andere klapjappers. De persconferentie van NOOR is net achter de rug en de leden zitten hier aan het een tafeltje naast me en worden ge?Ønterviewd. Ze zien er allemaal verliefd en gelukkig uit. Zo’n gevoel kan ik me wel voorstellen, nu de spanning er af is.

De server ligt eruit. Eens kijken wanneer dit online staat.