Giro


Bammie, Jojo, Giro en Elz in de keuken van de Haddingestraat

Toen ik in 1974 Рvers uit de Randstad -voor het eerst in Groningen boodschappen ging doen, verbaasde het gebrek aan haast me het meest. (In de Intermarch?© bij ons tref je precies hetzelfde, de dames van de kassa besteden de meeste tijd aan kwekken met de klanten en worden absoluut niet zenuwachtig van de steeds langere rijen. De klanten kan het ook niks schelen en luisteren tevreden mee met de gesprekken.)

Er liepen in mijn tijd ook meer zonderlingen rond dan in al die andere plaatsen waar ik heb gewoond. Ik kreeg de indruk dat iedereen die enigszins afweek van de norm daar meer getolereerd werd. Of dat nu kwam door de tijdgeest, gecombineerd met de laconieke Groninger mentaliteit, weet ik niet.

Op de Vismarkt en de Grote Markt zat bijvoorbeeld vaak een gezette man wiens jas behangen was met medailles, hij riep af en toe wat en was op een gegeven moment verdwenen, dood, denk ik.


Jan de Roos heette hij, bedankt, Dineke

Dan had je verder nog allerlei types zoals Plopatou (waarvan ik bij Harry Perton lees dat hij nog bij zijn moeder woonde) en natuurlijk meneer Zwart, Popo Zwart, (“Mister Black”) die de maat sloeg bij het draaiorgel en toeristen de doodschrik bezorgde door zich plotseling met een ijselijke kreet in Kung-Fuhouding om te draaien. Hij kon nogal eens in schilderachtig Gronings schelden:”Vieze voele flikkers bent!”, was ongeveer wat ik verstond.

In die tijd leerde ik de Israelische David met zijn Roemeense vrouw kennen. David zag er uit als een jonge, dikke Henry Kissinger met zwarte krullen en een bril van -20, bijna blind dus, maar dat weerhield hem er niet van regelmatig naar de tijd te vragen. Als je dan op je horloge keek en je tot je grote schrik bemerkte dat het verdwenen was, hield hij dat triomfantelijk voor je neus. Meesterzakkenroller.

Ik kwam ze een keer ‘s ochtends tegen op de Vismarkt, waar ze altijd fiks insloegen. Na een praatje vroegen ze of ik even meeging naar huis iets drinken. Tuurlijk, gezellig.
Eenmaal ter plaatse begonnen ze onmiddellijk deeg te kneden, boden eerst nog wel koffie aan met veel zoet gebak, maar na een tijdje kwam de joint met whisky en meer eten, olijven, salades, en de gigantische pizza’s die ondertussen alweer gaar waren, chocola, meer taart.
Mijn tijdsbesef was na een paar uur niet meer aanwezig en ik dweilde daar stoned en volmaakt gelukkig op een oude sofa in Groningen, afdeling Midden-Oosten, etend, blowend en drinkend.
Ik kan me helemaal niet meer herinneren hoe ik thuis ben gekomen, maar wel dat ze een hagelwitte poes hadden, die bezwangerd was door de dikke cyperse kater van de overkant.
En een van die kleintjes was Giro, die niet meteen bij mij kwam, maar via een ongelukkige omweg, waar mijn toenmalige buurvrouw en de eigenaar van het Marokkaanse restaurant, die weer de huisgenoot was van David en zijn vrouw, iets mee te maken hadden. Maar dat vertel ik weer een andere keer.

12 thoughts on “Giro”

  1. Plopatou! Met zijn geverfde haar! Wanneer die voorbij kwam keken de meeste mensen wel even om.
    Die man met zijn medaljes was Jan de Roos, die stond altijd luidruchtig te doen in de Heerestraat. Moest je nog oppassen voor zijn wandelstok.

  2. Tegenwoordig loopt Plopatou – ‘Des Poux Partout’ geheten in ‘Onder professoren’ van WF Hermans – erbij als een fatje, in een keurig herenkostuum en met plakhaartjes. De tweeslachtige pose is voorbij. Hij was een jaar of wat geleden ook fervent fortuynist, net als zijn zoon, met wie hij bonje kreeg, wat in de krant breed werd uitgemeten.

  3. Ha Plopatou, ja fenomeen, zag hem vaak lopen vanaf het Zuiderdiep door de Herestraat. Lange glimmerige rood/zwarte jas en vet dito zwarte haren. Groen, geel of paarse zonnebril op en stevig de stap erin, hoofd omhoog. Vaste ingezonden brieven- en gedichtenschrijver naar Het Nieuwsblad v/h Noorden. Goh, dertig jaar geleden ja!

  4. Jean Pierre Rawie dan? Ook zoiets, volwassen man jarenlang nog een toelage gekregen van zijn ouders.

    Hoe is het met het Pakhuis? En de Brasserie dan, in de Poelestraat, liep voor geen meter tot ze het Poezenfestival(?) hielden. Daarna bomvol.
    Ik zie hier af en toe een enkele horeca-Groninger uit die tijd.

  5. Ja! Het Pakhuis en al die andere levensgevaarlijke eet-pijpelaatjes met 3 of 4 verdiepingen, je moest er niet aan denken dat daar brand uit zou breken. Hoe heette die ene populaire pizza-tent, met steeds weer nieuwe meisjes in de bediening, omdat de baas zijn handen niet thuishield.
    En de shoarma bij Tel Aviv, dat was een echte maaltijd. Heb het daarna nooit meer zo lekker gegeten.
    De 3 Gezusters, de Spiegel, de Koffer, C’est ??üa, Vera, Talk of the Town (beetje link soms). En al die bands, Brood voorop.

  6. De Kattebak, v/h De Leeuw? Sandino?
    En hoe heette die jazztent in de Peperstraat t/o het Pakhuis met Beethoven in zijn logo, heb ik nog gewerkt, in die Pizzeria trouwens ook.
    En die disco, in een zijstraatje van de Herestraat, tjonge ik ben echt alle namen vergeten. Korsakov?

    Een dag later weet ik het: de Duke. En dat caf?© in de Peperstraat: de Troubadour. Een hele opluchting.

  7. De Duke? Daar gingen wij heen wanneer wij eens lekker ongestoord wilden swingen. In de oude betekenis, dan. (Swingen schijnt iets anders te betekenen, nu) Geen gelazer, maar duidelijkheid. Alleen homo’s.

  8. The Duke bestaat niet meer:
    http://www.cafekoster.nl/

    En al die nieuwe bands eind 70-er jaren: phony and the hardcore, pearl ash. Ik ben al die namen vergeten.
    P.A speelde veel met Brood. Antilliaanse jongens, dacht ik “Nou Hermannnn! Je mag ook wel es in de ssonnn!”

  9. Haha, hij zag wel bleek.

    Altijd naar de Duke, met veel Diana Ross. En ik ben ook nog wel eens terecht gekomen op werkelijk bizarre nachten in Cascade in de Pelsterstraat. En ik heb ook regelmatig sigaretten gekocht (niet voor mezelf) op Nieuwstad, vlak om de hoek natuurlijk, in hele vage criminele tenten. E?©n keer was ik de enige vrouw en de enige blanke. Ik was kennelijk zo een of ander Zuidamerikaanse kroeg binnengestapt. Wegweze! Ze schoven net met stapeltjes bankbiletten.

  10. Oei. Wij vonden het al stoer om naar Talk of the Town te gaan. In de hoerenbuurt. Veel JIJ-ZIT-OP-MIJN-KRUK-Surinamers.

Comments are closed.