Lutjebroek

Mijn coeur de boeufjes groeien eindelijk, nu het weer warmer is. Ze waren twee weken geleden paars van de stress. Nu staan ze in nieuwe potten ontspannen in de goot.
Mevrouw A. van de schuur vertelde me – toen ik haar uit pure heimwee belde – dat het non-stop geregend had. De tuin was niks, zei ze, nat nat en nog eens nat. Deze ochtend scheen de zon toevallig weer eens.
Begin juli is het toch wel zomer?, smeekte ik haar.
Veel vertrouwen had ze er niet in, maar ze verheugde zich net als ik op het weerzien. Toen ik zei dat Kwint (le petit Toutou) bij het overstappen in Parijs voor het eerst van zijn leven tegen de Eiffeltoren aan mocht gaan pissen, schaterde ze het weer uit. Heel goed voor mijn zelfvertrouwen als iemand om mijn flauwe grapjes lacht.
Maar goed, R. en ik gaan dus de eerste week van juli met de trein naar La Souterraine. Ik heb de laatste tijd twee films gezien waar die plaatsnaam in voorkomt, en beide keren hebben de acteurs geen flauw benul waar het is. (“De Creuse, de Creuse?”, Josiane Balasko in Sac de Noeuds die verbijsterd naar de kaart staart, “Waar ligt in godsnaam de Creuse?” en een keer in Le charme discret de la bourgeoisie of Le fant?¬¨‚Ä¢me de la libert?¬¨¬© van Bunuel, in welke weet ik niet meer).
Een soort Lutjebroek lijkt me, m.a.w. algemeen voor een achterlijk gat: houden zo.

De Canadees van 19 mei is gaan bloeien. En voor wie de Franstalige Canadees nog niet kent, ik kom niet meer bij van het lachen als ik deze filmpjes bekijk. Je moet er wel even inkomen, in dat wonderlijke Frans.
(Met dank aan Hollandais en France)