De schilders

De twee weken hiervoor deden de schilders de voorkant, volgende week gaan ze de achterkant doen. Een stelletje v/h Oostblokkers (=Polen, denk ik) heeft de steigers in de steeg tegen de buitenste gevel aan gezet. Ze hadden steeds allerlei opmerkingen als ik met de stinkies langskwam, waar ze zelf enorm om moesten lachen.
Nu hoor ik al mijn hele hondeleven lang van bouwvakkers dezelfde opmerkingen op het niveau van:
– Ik wou dat ik die hondjes was,
nou ja, enzovoorts zal ik maar zeggen, maar ik denk eerlijk gezegd dat ze me nu te oud vinden om me nog lastig te vallen met dit soort stompzinnige praat. En omdat ik geen idee heb wat ze nu zeggen, zou het ook:
– Jezus, wat een lelijk oud wijf, ben ik blij dat ik die hondjes niet ben, kunnen zijn.
Dat weet je niet.

Ondertussen lees ik het Dagboek van Edmond en Jules de Goncourt, van de Prix inderdaad en ik vind het geweldig, wat een pret en feest, zeg, en wat een hoeveelheid informatie.

Voor wie ze niet kent: de broers hielden vanaf 1851 een dagboek bij, een “genadeloos” verslag van alles ze zagen en hoorden tijdens hun literaire leven. In 1887 begon Edmond al gedeelten te publiceren, waar iedereen geweldig zenuwachtig van werd, en pas in 1956 kon het complete dagboek gepubliceerd worden, omdat toen de laatste belanghebbende de pijp uit was.
Iedereen komt langs, Zola, Flaubert, Rimbaud, Verlaine, George Sand, Toergenjev, noem maar op, en de vrouwtjes worden uitgebreid besproken, hoe ze het doen, wie met wie, de prostituees, eindeloze seksistische praat over al dan niet ontwikkelde vrouwen, de kunst, het toneel, actrices, prinsessen en andere adel, ooggetuigeverslagen van salonbijeenkomsten, dronkemansportretten, roddelpraat, hun eigen seksleven enz enz enz., allemaal erg vermakelijk.
Ik ben nog maar op bladzijde 123, dus ik moet nog even. Het boek (uit de serie priv?¬¨¬©-domein van De Arbeiderspers) telt 448 pagina’s exclusief de noten.

Ik had net al de biografie van Rimbaud gelezen, van Graham Robb, ook ?¬¨¬©?¬¨¬©n grote verrukking en jawel, de nieuwe Fred Vargas is gearriveerd en in de eerste alinea is Adamsberg z’n overhemden aan het strijken, omdat-ie naar een politiecongres in Londen moet, ik zit nu al in het verhaal. Ik wil alles tegelijk lezen! En ook nog schrijven!

En wat moet er nu van mijn carri?¬¨?Üre terecht komen?