Kwekerij 2008

De kwekerij is dit jaar het niet veel soeps, pas grande chose om het met Germaine te zeggen. We hebben 1 tomaat, afkomstig van de bioles van Saar en ik heb acht muntplanten van de boot van R., want je kunt immers nooit teveel munt hebben.
Die gaan goed, nu het zulk heerlijk weer is. Munt is natuurlijk nooit moeilijk, maar in een pot kan die wel eens last krijgen van viezige aandoeningen, waardoor hij er zo ranzig uitziet dat ik hem zelfs niet wil aanraken. De hele handel is bedoeld voor de export, dus daar hoeven we niet bang voor te zijn. Ze gaan gewoon in Frankrijk de grond in.

De citroenverbena houdt duidelijk van droog en warm. Het probleem van verpotten is dat ze dan harder gaan groeien en dan kom ik in de logistieke problemen, qua transport. Klein houden en onderdrukken.

Voor mijn collega W. had ik een stuk blauwe iris uit de grond gestoken, die nu in de goot staat te wachten tot hij naar haar toe mag. Hij past niet achterop de fiets, dat is het.
Ik zanik alleen maar over die stomme planten, omdat ik het hier zijn bijna niet meer verdraag. Ik tel de dagen, terwijl ik bijna maanden moet tellen. Tom Poes, verzin een list.

De bekende hoofdstedelijke fotograaf Siebe S. reed gisteren door het groene hart ihkv een opdracht met als motto: t Groene Hart op z’n Mooist, tja, hoe krijg je het verzonnen, maar in ieder geval, bij Boskoop zag hij zo’n fruitverkoopkraampje langs de weg. Vette rode zoete verrukkelijke aardbeien, voor een grijpstuiver, die in ontvangst werd genomen door een oude dame.
Vroeger kon je de mensen nog vertrouwen en stond er een bus waar je geld in kon mikken, maar tegenwoordig neemt dat tuig behalve alle aardbeien, ook de geldbus mee. Maar lekker, die aardbeien! Waarom kun je die niet gewoon hier in de stad kopen?
Toen we in de jaren vijftig en zestig op de Erasmusweg in Den Haag woonden, kwamen de venters uit het Westland met een handkar langs, herinner ik me plotseling. Zo’n kar helemaal afgeladen met aardbei verspreidde een geur, die me eeuwig is bijgebleven.
Alle middenstanders kwamen trouwens langs de deur, de bakker van de HUS, de melkboer, die gek genoeg boterboer werd genoemd en de voddenboer, die “VODDUH!” riep, dat was ook al weer zo iemand om net als de kolenboer doodsbang voor te zijn.

5 thoughts on “Kwekerij 2008”

  1. Eind jaren zeventig kwam hier ‘s zomers nog een man doorde buurt met een handkar die klaaglijk Paterswoldse aardbeien riep. OOk heel lekker, die aardbeien.

    Ooit heb ik trouwens een LP met ventersroepen gehad. Ik heb laatst nog bij Fonos gekeken of ze hem daar misschien ook overgezet hadden op cd, maar nee, zelfs daar hebben ze hem niet in het assortiment.

  2. Ik geloof dat de voddenboer niet “VODDUH” riep, maar iets heel anders. Ik was een kind en verstond die ijselijke, angstaanjagende kreet niet. Mijn moeder dacht vodden.
    Maar een LP met ventersroepen, wat geweldig zou dat zijn!

    Op de vismarkt toen, jaren 70, stond die groenteboer die aan een stuk riep:”Sinaasappelen Vol Sap! KWALITEIT!”

  3. Dit roept emoties op!
    Wij hadden de viskar, waarvan er luidkeels geroepen werd:
    “Schellevis, schellevis, bakschol, bakschoooooooooooooool!
    Verse natte bokking”.
    Hij (de berijder, niet de kar) gooide altijd een vissekop naar de poes die hem al van verre had gehoord en in de berm klaarzat.
    Later is hij ( de kat, niet de berijder) jammerlijk onder de wielen terecht gekomen omdat hij, bang geworden voor een achteropkomende trekker, ??nder de viskar was gekropen.

  4. Volgens mij was de boterboer alleen boterboer. Er was ook een melkboer, maar dat was weer een andere man. De boterboer verkocht niet alleen boter maar ook kaas, ontbijtkoek, eieren, geloof ik, en later de grote boterhambelegtraktatie, chocoladeboter. Er kwam per dag wel zo’n man of vier aan de deur. ‘s Zomers ‘savonds een haringboer. Amerikaanse mormonen, scharensliep, kant-en garenverkoper enzovoorts, enzovoorts. Het is een wonder dat de huisvrouwen nog aan hun werk toekwamen.

  5. Ja, dat van die boterboer dat weet ik wel, maar in feite is de algemene naam voor zo’n mannetje melkboer, of eierboer, of kaasboer, maar boterboer? Hij verkocht eieren, waarvan er wel eens eentje bevrucht was, dan hadden we het JaapFischersyndroom, een soort bloederig embryo in je pannetje ipv een spiegelei.
    Mama liet die abortus dan een paar dagen in een glas staan om hem te ruilen voor een goed ei. Getver, op de vensterbank in de keuken. We hadden zeker nog geen koelkast toen.

Comments are closed.