Paasmidi

We gingen even naar het restaurant in de Bourg, waar we 27 juli vorig jaar ook al hadden gegeten. Van een tweede of feilijk derde keer was het tot vandaag nooit gekomen.
Echt, een hele goede keuken, zoals het hoort. Veel, of eigenlijk alleen maar lokale gerechten, met natuurlijk aardappeltaart, heerlijke bataviasla, lekker vlees en toetjes die niet van de Mona komen.
In augustus 2006 hadden we er voor het eerst – onder het bewind van de vorige eigenaar – gegeten en dat was zo verschrikkelijk, dat we feitelijk al gegeten en gedronken hadden, de steak was gebakken in dezelfde pan als de zalm, alles was taai en ranzig en de mensen hadden er duidelijk geen zin meer in.


On trinke!

Deze nieuwe mensen blijken hun niveau van 2008 uitmuntend te handhaven en gelukkig maar: het is volgens mij bijna onmogelijk om hier een bestaan in de horeca op te bouwen als je niet iets bijzonders hebt te bieden. Je kunt in deze auberge ook logeren en al googlend zie ik dat ze ondergebracht zijn bij een site over de regio. Het ligt op een erg mooie plek.

Op die verkleumde markt van gisteren heb ik eindelijk ook een fijn truttig mandje weten te kopen, waar iedereen hier mee loopt. Ik heb een tijdje geleden een boek gekocht met instructies voor het vlechten van deze dingen, naar aanleiding van de buurman van 70, die vertelde dat hij de fraaie exemplaren bij hem thuis zelf had gemaakt. Op mijn smekende verzoek mij dat te leren, lachtte hij alleen maar. Zou hij dat niet willen of nam hij me niet serieus?
Ik ga het eens zelf proberen. Maar wanneer, dat weet ik nog niet. Mijn programma loopt een beetje over.

Uitslapen


Bigarreau in bloei

Na twaalf uur bewusteloosheid werden we om 10:00 uur wakker. Is dat normaal of niet? De weersvoorspelling voor de rest van de week is niet al te best, als het maar niet constant regent, ben ik al dik tevreden. Ik zag net een bleek zonnetje verschijnen, esp?©rons, esp?©rons, zeg ik met Lucienne.


Wat schrijven ze erop?

Op de markt stond gisteren tussen alle kraampjes, waar bijvoorbeeld drie eieren en ?©?©n geslachte kip werden aangeboden, daar stond een mevrouwtje met het typische melkboerinnengezicht: bleek met onnatuurlijk rode wangetjes. Ze verkocht precies de waar die ik altijd bij onze mevrouw Giraud haal, melk, room en eieren, dus ik greep mijn kans en kocht een voorraadje.
Volgende week ga ik wel weer naar Giraud, waar de 19-eeuwse sfeer me steeds mateloos boeit en dit bedrijf kan net als de boerderij van Jean Petit naadloos aanschuiven bij de film La vie moderne van Raymond Depardon. Wat zou er veranderen als de dochter het bedrijf overneemt? Ik denk eigenlijk niet veel, tenzij Brussel roet in het eten gooit, dat verkoop aan huis niet mag, alleen als je aan zulke allerlei achterlijke voorwaarden voldoet, dat de zuivel nergens meer naar smaakt. Esp?©rons maar weer, dat dat niet gebeurt.

Verder stond er een idiote tulp te bloeien, die ik nooit eerder heb gezien, omdat de bloei kennelijk elke keer tussen onze bezoekjes door plaatsvond. Waar slaat dat ding op? Of zou die Nederlander voor ons hem hebben geplant om het Oranjegevoel uit te dragen? Dan ruk ik hem er meteen uit.
Kom, het is Pasen, geen tijd voor aggressivity, zoals de kinderen zeggen. We vertrekken zo naar restaurant de wolvenfontein om daar eens lekker te eten.
Voor de liefhebbers (Doris) een bosje helleborussen, die regelrecht van Oudolf afkomstig zijn. Ze breiden zich mooi uit: