Aardpeer

Ik zat omhoog met die topinamboer en las overal: artisjoksmaak, en ja, op de bonnefooi in schijfjes gebakken, met wat spek en een uitje, nam ik een hapje en allemachtig, er drong zich een krachtige artisjokkensmaak op, of liever gezegd, het plakje aardpeer had gewoon de smaak van artisjok. D?†t is lekker en zeker met een beetje spek en een uitje, het is feilijk veel lekkerder dan artisjok.

Dat spek moet het natuurlijk wel spek van Baraille zijn.

Daar is het circus weer

Toen ik gisteren terugkwam van mijn activiteiten in Saint Sulpice, was het duidelijk: Kwint was alw?¬Æ?¬Ær ziek. Dat is toch niet te geloven. Dat arme beest is al z’n hele leven om de paar maanden, en met een beetje geluk elk half jaar, doodziek. Ik denk dat er deze keer een verband is tussen die onbekende beet en zijn ziekzijn. Na een paar pilletjes tegen de koorts is hij al weer iets opgeknapt. Hij stinkt deze keer niet zo gruwelijk, maar het blijft onbegrijpelijk.

Ik ging dus eerst naar de bibliotheek, waar een mij onbekende dame de ontvangst deed. Even hartelijk en behulpzaam als de rest en ik vertrok met drie boeken, om in de Salle Polyvalente te constateren dat d?†?†r mijn favo bibliothecaresse annex gemeenteraadslid uithing, waar ze de tentoonstelling surveilleerde samen met een andere dame, die ik wel van gezicht ken. Kuskus en kletsklets en ondertussen breiden de dames voort alsof hun leven er vanaf hing. Wat ze breiden, vroeg ik, een wiegdekje voor een baby, de een de voorkant en de ander de achterkant. Als ik het niet dacht.
Ik kocht de catalogus (annex lotnummer voor de tombola van 26 april!) en reed door naar Lucienne, waar ik werd begroet door Lucienne zelf, haar dochter en de hond van haar dochter. Toen we na veel geroddel en gekwetter er eentje namen, kwam de kleinzoon (19) met een vriend langs. Nu dacht ik toch dat ik Frans kon of kende, totdat deze twee jongens het op een kakelen zetten en mij weer ontnuchterd met de beide benen op de grond zetten. Hun eigen idiomatische patois de la jeunesse, zoals ik het maar noemde was onverstaanbaar, maar dat heb ik met bepaalde Nederlandse jongens van die leeftijd ook wel, dat ik ze niet versta. Ze praten razendsnel en binnensmonds, dat vinden ze heel erg stoer, denkelijk. Oma spreekt.

De jongens zeiden verbaasd dat er een circus in Dun stond, zoveel begreep ik wel.
– Met een aapje? vroeg ik.
Inderdaad, een piepklein circusje met een aapje.
Dat circus hadden Robertine en ik indertijd ook gezien, geen tent, open tribune, hoe dat moet gaan, geen idee, want het weer is niet erg aangenaam.
Ik was dat hele circus allang vergeten, toen ik er net langs reed en het hoofd van deze vrolijke telganger uit een trailer zag steken. Twee kamelen en een pony, en een hele jonge pup die eenzaam aan de ketting op een bergje stro zat. Het aapje kon ik nergens vinden.

Ik was in Dun geweest om bij de fietsenmaker naast het kerkhof een bougie voor de maaier te kopen. Dat is zo’n gezellige zaak! De vrouw doet de winkel en de kassa, de man de werkplaats, reparaties en onderhoud.
Zij vraagt elke keer luidkeels waar of dat ze het kan vinden en of ze wel de goede heeft. Ze begint al te roepen voordat ze goed en wel begonnen is met kijken, maar haar man komt bij de minste kik pseudo-mopperend het trapje op en controleert het productnummer, terwijl hij zijn hoofd schudt: Vrouwen!
Zij heeft op precies dezelfde manier al minstens drie keer: Mannen! gezegd. Ondertussen lachen ze uitbundig naar elkaar en mij, de klant. Ik was zo slim om er meteen een bougiesleutel bij te kopen, althans dat dacht ik, dat ik zo slim was, tot ik – eenmaal thuisgekomen – me realiseerde dat ik al jaren een bougiesleutel bij de spullen van die maaier heb zitten, die zat er gewoon standaard bij! Tjonge, lekker handig, de Korte. Nu moet ik met dit slappe verhaal terug naar de fietsenmaker, om z’n opvatting over het andere geslacht te bevestigen. Ik zal gewoon eerlijk bekennen, dat zal hij fijn vinden en de sleutel ruilen voor nieuwe draad, want de tweede fase grasmaaien gebeurt met de draad.

In het weiland (dat ik op het oog heb) staan de vier Fjorden, dit zeg ik tegen Yeva. Op de heenweg stonden ze er alle vier, terug was alleen deze te zien, die verder niet op mijn lokken inging. Het veulen van vorig jaar heeft onwaarschijnlijk mooie lange manen. Morgen zal ik het nog een keer proberen, als ik er weer langs kom.