
Vandaag pas zag ik deze komkommers aan hun struikje bungelen. Ziende blind.

En waar is die nepspinazie van Maarten ‘t Hart gebleven? Vlak voor mijn neus onherkenbaar veranderd in takken met zaadjes.

Radijs. Billen.

Tomatengriezellandschap.
Knoflook is alweer aan het uitlopen.
Knolvenkel is venkel. Knol is weg.
Spinazie – gezaaid in augustus – is niet groter geworden dan kabouterspinazie. Voor de veldsla geldt hetzelfde. Kleuterblaadjes.
Meloen. Zie vorige stukje.

De pompoenen waren ook vergeten. Die zijn een heel klein beetje gelukt. Appels zijn vergeten door de buren.

Bij het rooien van de tomaten- en slaplanten kwamen de vruchten van de meloen te voorschijn die ik zoveel maanden geleden zonder veel hoop had geplant. En terecht, zoals jullie zien.
Deze week heb ik alleen maar opgeruimd, weggegooid en geoogst. Plotseling lagen overal walnoten. Ik voelde ze onder mijn schoenen, als ik over het gras liep. En steeds liggen er weer nieuwe, als ik buiten kom. Pannetje Boordevol.

Bonen met walnoot
Vandaag was het zadenverzamelen geblazen. Zonnebloem, sla, tuinmelde, pronkbonen, zinnia, en verdomd, goudsbloem, waarvan ik er voor de zomer nog maar een paar op de bodem van een plastic zak vond. Als je die bloemen van dichtbij bekijkt, zijn ze toch weerzinwekkend, schaamteloos hun botanische genitaliën en nazaad tonend. Gadverredamme.

Ouwe goudsbloem
Donderdagochtend ontkwam ik op de markt niet aan de chrysanten, ik heb er een gekocht en heb hem samen met Y. ‘s middags bij het graf van onze lieve buurvrouw gezet. Daar zagen we trouwens de opvolger van de opzichter van onze commune bezig, die (opzichter, niet z’n opvolger) nog net op tijd op zijn 60ste in september met pensioen ging. De opvolger was ik in juli bij de buren tegengekomen.
Hij maakte een flinke herrie bij het snoeien van een hegje, maar zei ons braaf gedag toen hij langsliep. Of het een beetje ging, vroeg ik, nu hij Michels werk moest doen. Och, geen probleem. Als het weer zo bleef tot kerst, hoorde je hem niet klagen. In juli dacht ik dat hij eea had gebruikt, maar nu constateerden we dat hij een spraakgebrek had. Hij heeft wel een heel relaxed baantje. De enige stress is of de plantjes voor de mairie wel in het juiste gelid staan, lijkt me. Of ik moet me vergissen.

Ik typ dit terwijl er om me heen wordt gestofzuigd en anderszins voorbereidingen voor het vertrek worden getroffen. Ik hou met een oog de houtoven in de gaten waar de aardappeltaart in staat. Morgen rijden we naar Amsterdam.

Ochtendstond, goud in de mond
Ik twitterde net: Het wordt vandaag 20°C, zegt de meteo en die gaat zo te zien gelijk krijgen.
Iedereen slaapt nog, maar ik moet wel opstaan, want zo komt de bakker.
De kaasboer op de markt, aka De Likker, omdat hij elke keer zijn vingers belikt voordat hij een papiertje pakt, had de kaas uit Bienvenue ches les Ch’tis voor slechts 3 euro in de aanbieding. Op het mededelingenbord stond geschreven: INCROYABLE!

Maroilles
Die kaas kregen we bij het druivenplukken bij het ontbijt ‘s ochtends op brood, naast het kampvuur en de grote ketels warme koffie met melk. Het staat dan ook op het pakje, dus is het waar: le Fromage des Vendanges. Enorme oppervlaktes kaas.
Ik verbeeld me nu dat het toen altijd zulk weer als vandaag was, maar dat is onzin: er waren dagen dat het maar niet ophield met regenen.

Het was mooi droog, de zon scheen, de wind was gaan liggen, tijd voor de fik, die eigenlijk in april al had moeten plaatsvinden. Dat aansteken is altijd pénible, zoals ze hier zeggen. Ik goot een beetje oude 2-takt op de stapel, zette de jerrycan een kilometer verderop, prikte een stuk karton aan mijn hooivork, stak dat aan en hield hem bij de stapel. Zwoesj! En daar gingen we. Nog nooit zo gemakkelijk gegaan.

Eerste dahliaknol op een ouwe krant
Na anderhalf uur was ook de takkenzooi uit de moestuin weg. Mooi. Nu die dahlia’s een etiketje geven en omruilen voor tulpenbollen.

De woonkamer
Gisteren ging Y. en ik naar Bénévant L’Abbaye, waar dagelijks in het museum Scénovision een spektakel plaatsgrijpt over de geschiedenis van dat dorp. (Le Scénovision de Bénévent-l’Abbaye est un musée, présentant des scènes de vie de la commune à la fin du XIXè siècle.)
De bezoekers worden door een aantal verschillende ruimtes geleid, waar elke keer een verhaal wordt verteld met lichtbeelden en effecten. In het eerste, kale zaaltje kregen we, getooid met 3D-brilletjes, een diashow afgewisseld met film te zien, zo echt dat je af en toe achteruit moest deinzen omdat je anders neus aan neus met een schaap stond. Het effect was natuurlijk meteen weg, als je onder je brilletje door keek.
Desondanks maakten enkele andere bezoekers (we waren met z’n achten) flitsfoto’s van de voorstelling, waarna ze verbaasd een witte vlek op hun schermpje zagen. Dan maar zonder flits geprobeerd: weer niks, vage, onscherpe beelden. We moesten er stiekem om gniffelen.
Daarna kwamen we in een café terecht, het stadhuis, een woonkamer om tenslotte te eindigen in een destilleerderij, waardoor we toch dachten dat het een grote reclameboodschap was: koopt en drinkt Bénéventine. Nou ja. Het was trouwens wel goed gedaan met eenvoudige middelen, foto’s, decors, geluid.
De tijd vliegt. Morgen meer.
Laatste reacties