Meloen

Gigameloen

Bij het rooien van de tomaten- en slaplanten kwamen de vruchten van de meloen te voorschijn die ik zoveel maanden geleden zonder veel hoop had geplant. En terecht, zoals jullie zien.
Deze week heb ik alleen maar opgeruimd, weggegooid en geoogst. Plotseling lagen overal walnoten. Ik voelde ze onder mijn schoenen, als ik over het gras liep. En steeds liggen er weer nieuwe, als ik buiten kom. Pannetje Boordevol.

Bonen met walnoot
Bonen met walnoot

Vandaag was het zadenverzamelen geblazen. Zonnebloem, sla, tuinmelde, pronkbonen, zinnia, en verdomd, goudsbloem, waarvan ik er voor de zomer nog maar een paar op de bodem van een plastic zak vond. Als je die bloemen van dichtbij bekijkt, zijn ze toch weerzinwekkend, schaamteloos hun botanische genitali?´n en nazaad tonend. Gadverredamme.

Ouwe goudsbloem
Ouwe goudsbloem

Donderdagochtend ontkwam ik op de markt niet aan de chrysanten, ik heb er een gekocht en heb hem samen met Y. ‘s middags bij het graf van onze lieve buurvrouw gezet. Daar zagen we trouwens de opvolger van de opzichter van onze commune bezig, die (opzichter, niet z’n opvolger) nog net op tijd op zijn 60ste in september met pensioen ging. De opvolger was ik in juli bij de buren tegengekomen.
Hij maakte een flinke herrie bij het snoeien van een hegje, maar zei ons braaf gedag toen hij langsliep. Of het een beetje ging, vroeg ik, nu hij Michels werk moest doen. Och, geen probleem. Als het weer zo bleef tot kerst, hoorde je hem niet klagen. In juli dacht ik dat hij eea had gebruikt, maar nu constateerden we dat hij een spraakgebrek had. Hij heeft wel een heel relaxed baantje. De enige stress is of de plantjes voor de mairie wel in het juiste gelid staan, lijkt me. Of ik moet me vergissen.

Op de begraafplaats

Ik typ dit terwijl er om me heen wordt gestofzuigd en anderszins voorbereidingen voor het vertrek worden getroffen. Ik hou met een oog de houtoven in de gaten waar de aardappeltaart in staat. Morgen rijden we naar Amsterdam.