Olifanten

Mensje van Keulen

Op 19 januari las Mensje van Keulen in het De Pintohuis voor uit eigen werk. Ik was haar sinds Bleekers Zomer (1972) helemaal uit het oog verloren, waarschijnlijk veroorzaakt door het snobistisch en arrogant lezen van veel Reve, Hermans en allerlei buitenlanders zoals Philip Roth, Salinger enz. Mulisch vond ik al van het begin af aan niet om door te komen.

Ik herinner me nu eensklaps, dat ik haar ooit, dat moet ergens begin jaren ’70 zijn geweest, in Den Haag samen met Maarten Biesheuvel heb zien optreden, achter wie ze zich toen een beetje verschool. Was het het Bzzt?¬•h Theater? Of was het ergens in Leiden? Ik was daar samen met Robertine, dat weet ik nog wel.

Ze was in ieder geval niets veranderd, ze sprak met een zachte stem, een beetje verlegen misschien en ze was veel geestiger dan ik me kon herinneren. En dan dat Haagse! Dat wist ik helemaal niet. In Olifanten op een web, een autobiografisch boek, geschreven naar aanleiding van en over de dood van haar moeder, vertelt ze hoe het gezin eruit zag, waar ze in Den Haag woonden, hoe ze opgroeide, wat ze allemaal uitspookte en hoe bijzonder haar moeder was.
Een prachtig geschreven, herkenbaar en ontroerend boek, dat Olifanten, dat bij mij onverwacht weggestopte en vergeten zaken naar boven haalde. Dat hele Den Haag van v????r 1968, toen we naar de bollenstreek verhuisden, kwam weer te voorschijn. De straten in Moerwijk met die wonderlijke namen, Betje Wolff en Aagje Deken, Melis Stoke , die pas later een betekenis bleken te hebben.

Mijn twee oudere zusjes en ik sliepen een tijdje met z’n drie?¬¥n op ?¬©?¬©n onverwarmd kamertje, want de enige kachel stond in de huiskamer, zoals bij iedereen in die tijd. Hettie en ik smeekten Doris, de oudste, om verhaaltjes, terwijl wij (H. en ik) met veel geschop en getrap bij elkaar in bed kropen en daar lagen te wachten tot het zou beginnen.
Doris begon ook, maar viel regelmatig tijdens het bedenken in slaap. We lagen maar met open ogen te wachten en te wachten, tot ze verder zou gaan en probeerden haar, als het te lang duurde, wakker te roepen, wat nooit lukte. Waarschijnlijk vielen we zelf ook in slaap. Ik zie het kamertje voor me, de kinderboekenkast met schoolborddeurtjes, bibliotheekje spelen met een heus kaartsysteem, keihard en overbodig roepen als de fluitketel gilde: “MAMA! Het WATER kookt!”, het gaat maar door en houdt niet op.

Let op, een fragment uit Olifanten:
Anneke en Danny bedelen ‘s avonds in bed om een verhaal en hardop lig ik ze te verzinnen.
‘Er was eens een fietsenmaker die levend begraven was, maar ze waren vergeten zijn zakken leeg te halen…’
Ik ben zelf nieuwsgierig naar de afloop, maar ik kom er niet altijd uit.
‘En toen…’
‘Wat?’
‘O, wat er toen gebeurde met de arme fietsenmaker…’
‘Wat dan? Wat?’
‘Het was vreselijk…’
‘Wat dan?’
‘Morgen verder.’
Lees hier meer >>

Hoe is het toch weer mogelijk?

Ik bof toch maar weer met die bibliotheek om de hoek, die deze avonden samen met Pantheon boekhandel organiseert. Ik heb gisteren en vandaag twee boeken van haar gelezen en ga alles lezen. En die Bleeker maar weer opnieuw. Die scharrelt in het boek op de Geldersekade rond, nota bene hier om de hoek en wordt besprongen door een hele oude vrouw, Annie van 50.
We moesten allemaal lachen toen de schrijfster dat stukje voorlas. Nou ja, vijftig is ook stokoud als je vijfentwintig bent.

6 thoughts on “Olifanten”

  1. Maar jij en de andere zusjes zijn juist de goede verhalenvertellers geworden. Ik viel natuurlijk in slaap omdat ik helemaal geen verhalen kon vertellen.
    Ik wist ook niet van de Haagse komaf van Mensje van Keuelen tot ik weer eens naar TV-West zat te kijken. In het programma Haagse Iconen gaat men op stap met een bekende Hagenees, naar het huis waar hij of zij opgroeide etc. En daar was zij. Nog te bekijken via hun website.

Comments are closed.