Persil

Persil
Waspoeder

Ik ging dus af en toe terug naar Zuid-Frankrijk, maar dan in mijn eentje. Ik moet er nog bij vertellen dat de communicatie in die tijd per post verliep. Zij hadden geen telefoon, ik ook niet, mobiel en internet bestonden al helemaal niet. Dat was precies de reden waarom de reis de eerste keer niet helemaal ging zoals gepland, maar daarover later meer.
Mijn vrienden, zo kon ik ze wel noemen, hadden natuurlijk een moestuin met kippen en in die moestuin stond het standaardpakket tomaten, sla, aardappels, maar omdat ze in feite vermomde hippies waren van de Love & de Peace en de Far out, man, stonden er in een verborgen hoekje een paar marihuanaplanten. Die wilden wel groeien in de warme Franse zon. De gendarme wist toen nog van niks en herkende de plant dan ook niet, als ze hem al ?¬?berhaupt hadden gespot.

We rookten af en toe wat bij een knappend vuurtje, draaiden Crosby, Stills, Nash & Young en hadden een ouderwetse lachkick. De lachkick, weliswaar verwant, maar niet te verwarren met de slappe lach, die heb ik in jaren niet gehad, bedenk ik me nu. Krankzinnig dat het doorgeven van de peuk al zo geweldig geestig was.
En na de lachkick kwam de vreetkick, waarvan ik me de keer nog herinnerde dat P. en ik in de keuken de geitenkaas naar binnen aan proppen waren, terwijl we die mengden met witte zoete druiven. Man, nog nooit zoiets heerlijks gevroten! En dat is nog steeds zo.

Geitenkaas

Dt gebeurde af en toe ook in de keuken van Franse vrienden, waar F. en P. er een heleboel van hadden en waar ze langs gingen om te hangen, eten, praten en een beetje blowen. We spraken Engels, Frans en ook Nederlands door elkaar, want na een paar trekjes was ik linguistisch al volkomen de draad kwijt en maakte het me niet meer uit of iemand me wel of niet begreep.
Na een aantal dagen onderdompeling in de THC en onbekenden keek ik nergens meer van op. 100 km richting Toulouse rijden was normaal voor een avondje gezelligheid. Ik heb nog nooit zoveel verschillende Franse huishoudens gezien als in die tijd.

We bekeken op een gegeven moment het nieuwe huis van de bevriende mobiele hoefsmid, een geweldig doorblazen krothuis (gevalletje gros oeuvre en bon ?¬©tat), waar nog wel e.e.a. aan gedaan moest worden, understatement van het jaar. Z’n dwerggeitje Virginie kon deuren openen en was dagelijks te vinden op de ontbijttafel, als je vergat de deur op slot te doen, waar ze behalve al het eetbare, ook de papiertjes van de boter en de kaas had opgeruimd. De open haard werd aangeblazen met een f??hn, die standaard naast de schouw in het stopcontact stak. We dronken een ap?¬©ro en rookten er wat bij.
P. vroeg op een gegeven moment of ik mee wilde waspoeder halen. Het was al pikkedonker, we zouden bijna gaan eten, natuurlijk, waspoeder halen, wat een geweldig plan en ik had mijn jas al aan.
We reden een tijd door een volkomen duisternis, zagen in het licht van de koplampen een das langs de kant van de weg scharrelen en stopten tenslotte ergens in de middle of nowhere. P. ging voor, ik liep gelukzalig achter hem aan tot hij stopte en met de zaklantaarn ons doel bescheen. Een veld vol peterselie. Krijg nou niks! Waar was dat waspoeder nou?
– Persil!
Krijg nou voor een tweede keer helemaal niks. Ik had toch echt de hele tocht gedacht dat we een pak Persil zouden gaan halen.