Diertjes

Garden in France
Lege regenton

Ik luisterde vorige week net als nu, ook naar Vroege Vogels, dat toen geheel gewijd was aan de Rotbeestenlijst, een top 50 van de dieren, waar mensen de grootste hekel aan hebben. Beetje onsympathiek vond ik het wel, rotbeesten, en zeker toen ik zag wie er op stonden, ik noem er een paar: blauwe reiger, mol, zilvermeeuw, steenmarter, nijlgans, vos, paard, pad, meerkoet, grauwe gans. Het paard! Waarom in godsnaam? Vergeet ik nog de hond (op nummer 5) en de kat (nummer 7).

Water!
Een buitje, maar het is alweer op

Nu zeur ik altijd over de mensen hier op het platteland, waarvan de meesten griezelen van al wat kruipt en dat dan ook meteen het liefst doodslaan. Ze zijn er bang voor, dat is het, en het is ontwetendheid, want veel last heb je niet van de diertjes, ik zou haast zeggen, integendeel. Ze praten elkaar ook allemaal na.
Maar die rotbeestenlijst klinkt weer naar verwende Nederlanders in het algemeen en Amsterdammers in het bijzonder, die menen je altijd de Waarheid te moeten zeggen, waarmee ze bedoelen dat ze hun mening altijd perse moeten ventileren.
“Wat een lelijke honden”, over de Franse bulletjes die ik indertijd had. Ik zat niet op die weinig originele kletskoek te wachten (Neen, jij trekt volle zalen), of mensen die meteen bij binnenkomst zeggen dat ze een hekel aan honden (of katten, of halsbandparkieten) hebben. Who cares?

Op nummer een staat de teek, een beest waar ik wel van griezel, zeker toen ik gisteren met mijn blote kakkies op een goedgevuld exemplaar stapte, dat uit de vacht van Bess was gevallen, maar dat ik toch niet rotbeest zou willen noemen: alsof dat diertje het bewust doet, zich volzuigen met bloed en er dan nog weerzinwekkender uitzien, een dikke, grijze, weke kapucijner met wriemelende pootjes.
Arme Bess had vorige week haar kop kennelijk in een tekennest gestoken, want ze zat onder. Wat heb je dan in godsnaam aan Frontline of Avantage? Omdat ze zich met z’n allen op de oogleden hadden gevestigd, was het bijna onmogelijk ze te verwijderen. Getverdemme, wat zielig. Je hebt daar 4 paar handen voor nodig, tegelijkertijd die spartelende hond in bedwang houden en teken draaien.

Het is min of meer gelukt, maar Bess sluipt nu met haar staart tussen de poten weg, als ik ook maar in haar richting kijk. Daar komt nog bij dat ze gisteren ontsnapte en de buurhond aanviel. Beetje dom, want die is veel groter, sterker en handiger, dus Bess kreeg eindelijk weer eens flink op haar lazer. Heeft haar ego ook een deuk opgelopen. Wel lekker rustig, zo’n beteuterd beest.