Archive for the 'eten' Category

Walnoten en tarte aux noix

Walnoten, eigen kweek
Noot eruit peuteren is bijna onmogelijk

De walnoten van vorig jaar liggen hier nog steeds te pronken in een artistiek mandje op de salontafel en wel hierom: ik krijg ze niet gepeld. Ze zitten heel, heel strak in hun schil, die ik niet anders dan met gemopper en gevloek kan kraken. Daarbij komt mijn velletje steeds tussen de benen van de kraker, omdat de walnoten zo verdomde klein zijn. En krijg ik ze er mooi heel uit? Neen, dat ook niet. Alleen in duizend kleine stukjes en niet zelden wordt er een noothelft tussen de kaken van de kraker de kamer in gelanceerd om nooit meer te worden teruggevonden.
Voor het notentaartrecept van Lenôtre had ik 200 g gepelde noten nodig. Anderhalf uur worstelen leverde 50 g poeder en een hand met bloedblaren op.
Krijg ook maar wat, dacht ik en kocht bij de groentekraam een pond makkelijk pelbare. Toch is de smaak van mijn kleine nootjes exquis, vergeleken met de gekochte. Enfin, hier volgt het recept:

Walnoottaart uit de Périgord

Voor de bodem zoet korstdeeg:
30 g suiker, vanillesuiker, snufje zout, 90 g boter, 150 g bloem, 1 eitje.
Meng de suikers, het zout, de bloem en de in stukjes gesneden boter (in de keukenmachine), en giet het ei erbij tot het geheel een bal vormt. Pak de bal in in een plastic zak en leg hem in de koelkast, want zo’n bal moet altijd minimaal een uur rusten, maar liever nog 24 uur. Blijft 14 dagen goed, zegt onze Gaston, maar lekkerder wordt die er niet op, dus doe maar niet.
Bak hem 20 minuten voor in een voorverwarmde oven van 220°C, met een vulling van droge bonen op een bakpapiertje of schoon kattebakgrit, zoals de Oude De Korte dat deed. Vinden we allemaal toch nog steeds vies.

Voor de vulling:
2 eieren
70 gr suiker
1dl slagroom
0,1 dl Grand Marnier of espresso
40 g gesmolten boter
75 g bruine basterd
200 g gepelde walnoten
10 halve walnoten

Kluts de eieren, suiker en slagroom door elkaar, giet er de koffie of de drank door en de boter, voeg de bruine basterd en de gehakte (haha, jaja) noten toe. De oven staat alweer op 200°C en de bodem is een beetje afgekoeld. Giet het mengsel in de vorm en bak hem in drie kwartier gaar.
Die 10 halve walnoten dienen voor versiering achteraf. Je kunt ze leuk in suikerstroop dopen. Mij is het niet 1 keer gelukt een walnoot heel uit z’n schil te halen, maar ik wens de lezertjes alle succes.
Hij is erg lekker, vooral onmiddellijk na het bakken. De bodem wordt een beetje slof na een dag niksen.

Walnoottaart uit de Périgord

L’Amicale Creusoise de Véhicules d’Epoque

Peugeot van de secretaris van de club
Peugeot 404 van de secretaris van de club

Donderdag reed ik naar de markt en de 2takt-koning, die deze keer onder z’n werkbank wegkroop omdat de kettingzaag nòg niet klaar was, toen ik bemerkte dat een lampje op het dashboard bleef branden. Hè, verdamme, wat had dat nu weer te betekenen?
Oliepeil was aan de lage kant, het was 11:45, dus ik naar Valdi, want die gooit de tent om 12:00 sharp dicht en die kon me aan de juiste olie helpen. Zo gedaan, maar het lampje bleef branden. De kalmte was verdwenen – geboren zenuwlijer – en dus ging ik zonder boodschappen naar huis om daar systematisch stekkertje na stekkertje los te trekken tot ik hem vond: het bleek de remvloeistofverklikker. Wat daarmee aan de hand was, zag ik niet. Het niveau was sinds 4 jaar niet gedaald, van lekkage kon geen sprake zijn. Nadat ik Ruimzicht en het Eendeforum had lastiggevallen met mijn paniek (“Als het lampje brandt, onmiddellijk stoppen!”), besloot ik de ACVE, l’Amicale Creusoise de Véhicules d’Epoque te mailen, met de vraag of ze misschien een garage in de buurt wisten, want hoe moet je 50 km zuidwaarts naar die veel te dure garage rijden, als je Onmiddellijk Moet Stoppen?


Ik ben lid van de ACVE, dat kun je wel zien

Om 10:00 vanochtend kwam een Peugeot ons paadje oprijden, terwijl ik met Siebe aan de skype hing. Ik begreep onmiddellijk waar die voor kwam: mij lid maken van de club. Na het invullen van allerlei papieren formulieren en het overhandigen van de contributie, kreeg ik plechtig de parafernalia van de club overhandigd: twee caps met de initialen ACVE, (een voor de bijrijder) en allerlei logo’s en borden waarmee je je auto kon versieren. De secretaris van de club verzekerde me dat er een geweldige 2cv-sleutelaar lid was, die reparaties blind kon uitvoeren. Kijk, now we’re talking. Gisteren hadden ze een uitje gehad en het volgende zou a.s. zondag zijn, of ik toch alsjeblieft ook mee wilde. Tuurlijk! Integratie!

Heksenboleet
Boleet

Nadat ik van dit gebeuren bij alle buren verslag had uitgebracht, was het tijd om eens een stukje met de motorzeis te maaien. Daar was ik nog geen 2 minuten mee bezig, of ik maaide een boleetachtige paddestoel van z’n sokken.
- Niet lekker, was het oordeel van Paul, het is een boleet, en waarschijnlijk niet giftig, maar deze hier wordt hier niet gegeten.
- Die zoeken we op, zei ik en ik kwam al snel tot de conclusie dat het de gladstelige Heksenboleet moest zijn, die volgens de gids “beperkt eetbaar” is, wat dat ook moge betekenen.
Ik lees dat ze zeer zeldzaam zijn en dat om die reden de “natuurvriend ze dan ook op zijn menukaart [zal] doorstrepen, ook al zijn ze goed van smaak. Nog belangrijker is het echter dat de biotopen waarin ze voorkomen bewaard blijven door ze tot natuurreservaat te verklaren.”
Dat gaat niet lukken, jongens.

De laatste

Tenslotte: bij de nestinspectie zag ik nog maar een jong. Ik durfde niet dichterbij te komen. De rest zit hopelijk ergens in de struikjes.

Aalbes: de zeven verschillen

Aalbes van de buren
Aalbes van de buren

Aalbes van ons
Aalbes van ons

Ik doe mijn best.

Champignon

Carbolchampignon

Een paar dagen geleden zag ik op het fornuis van de buren, een reuzekoekenpan met paddestoelen lekker staan te wezen. Die verrukkelijke geuren!
- Oh, die staan nu overal, zei Paulette desgevraagd. We hebben het over cèpes en girolles, bij de Bataven beter bekend als eekhoorntjesbrood en cantharellen. Leuk bedacht, maar waar ze dan overal staan, mag Joost weten.
- Is het geheim?
- Neen, hoor.
Dat schiet op.

Test een carbolchampignon

Kwam ik toch gisteren een serieus ogende champignon hier direct om de hoek tegen de grange tegen. Plukken maar en naar Paul. Die was niet zeker. Bij twijfel niet oversteken, wat ik toch deed voor een second opinion van de twee dames, moeder en dochter.
- Hij kan best lekker en eetbaar zijn, maar wij rapen alleen die we kennen, het bekende rijtje: Coulemelles (parasolzwam), cèpes, girolles en rosés de prés. Vergeet ik er nu een? Enfin.
Deze leek op een weidechampignon, maar zij zouden het niet doen.
- Je kunt naar de apotheek, zeiden ze.
- Die pakt ook de Reader’s Digest Veldgids voor de natuurliefhebber, zei ik.
- Peut-être, peut-être. Mijn ongein valt nooit in vruchtbare aarde.
Ik determineerde hem met behulp van genoemde gids en het blijkt de carbolchampignon te zijn, de agaricus xanthoderma aka de psalliote jaunissante, giftig, maar niet dodelijk. Handig, zo’n gids.

Een filmpje met herkenningsinstructies: