Archive for the 'oude meuk' Category

Houten hammen en krotenwater

Eerste bietje
De eerste kroten

Heel, heel lang geleden gingen I. en ik op bezoek bij een hoogbejaarde Rijswijkse dame die door een ongeluk in het ziekenhuis was terechtgekomen. Wij waren 14 of 15 en werkten in de vakanties bij de tante van I. die een dierenpension hield in een merkwaardig onbedorven 19e-eeuwse enclave van een paar keuterboerderijtjes.

We hebben het over 1968 of-69. Die twee huisjes -misschien waren het er twee onder een kap -stonden op de grens van Rijswijk en Den Haag tegenover het asiel op het Julialaantje. In de ene helft woonden twee oude zussen, die kippen hielden, in de andere de tante van I. met haar honden en pension. Bij die zussen, de buren dus, was volgens ons de laatste 100 jaar niets meer veranderd.

De hond en kat van de zieke waren zolang bij ons ondergebracht en omdat ze zich misschien zorgen maakte en we niet de indruk hadden dat ze familie had, gingen wij op ziekenbezoek. De zieke bleek een pittige 80-plusser, die in het oude centrum van Rijswijk vlak bij haar huis heel onnozel door een auto was aangetikt en zo haar heup had gebroken. Toen ze eenmaal over haar leven begon te vertellen, was ze niet meer te stoppen. Ze zat in de manufacturen, waarvan wij pubers geen idee hadden wat dat waren, en trok met haar moeder met paard en wagen langs de boeren van het Westland.

Paard en wagen van Van Gogh
Van Gogh, paard en wagen, 1890

Ze haalden kleren op, verstelden die en verdienden zo hun geld, met een vals paard dat beet en schopte. Ach, ik zie een schonkig dier, een ouwe kar voorttrekkend door de regen met tegenwind, in sepiatinten. Vincent van Gogh. En dat klopt, dat was dezelfde tijd.
We lachten ons een deuk aan het ziekbed, want ze stak haar mening over de Haagse kak niet onder stoelen en banken. Als je bij die kak naar binnen keek, zag je de hammen aan de balken hangen en de wijn in kristallen karaffen op tafel. Houten hammen en krotenwater! beweerde ze en rijmde: Bluf, bluf, tis allemaal bluf, maar zonder bluf is het leven duf. Haagse bluf.

We verlieten het ziekenhuis met een verkrampte grijns op ons gezicht, die we er de eerste uren niet meer afkregen.

Middenberm in IJmuiden

ijmuiden

De weg naar het strand was opgebroken, neen, niet vanwege die bom, maar gewoon travaux, dus we reden dwars door IJmuiden. Word je daar vrolijk van? Ik niet, ik verzink onmiddellijk in een depressie door de woonblokarchitectuur die me in één klap terugbeamt naar het Den Haag uit de jaren ’60. Alleen die grove dennen in het midden, dat is wel weer bizar. Zandgrondje zeker, waar niks anders wil groeien.

Als ze klaar zijn met opbreken, zal ik die andere huizen eens laten zien, waar we normaal langsrijden. Die hebben een angstaanjagende anti-hufteruitstraling. Een koortsdroom, ook al uit mijn jeugd, die telkens weer de kop opstak bij een griepje.

Hé, hoor ik daar Willeke Alberti?

Belle & Sébastien

Ik blipte dit liedje naar aanleiding van het klokkenspel van de Zuiderkerk, hierachter in de tuin. Ze hebben eindeloos “Remember me” laten horen (Purcell, Dido&Aeneas), tot dat lied me zelfs ‘s nachts lastigviel. Deze is zo mogelijk nog erger qua hardnekkig blijven hangen: L’ Oiseau van Belle & Sébastien, een liedje dat ik foutloos kan meezingen, maar waarvan ik de bijbehorende TV-serie nog nooit heb gezien. Of ik moet hem vergeten zijn. Van de Poppys.

Ik maak meteen een categorie muziek aan. Waarom ook niet?

Tekst voor de meezingers:

Je connais les brumes claires
la neige rose des matins d’ hiver
je pourrais te retrouver
le lièvre blanc qu ‘on ne voit jamais
mais l’ oiseau, l’ oiseau s’ est envolé
et moi jamais je ne le trouverai
car j’ ai vu, l’ oiseau voler
j’ ai vu l’ oiseau, je sais qu’ il partait
je l’ ai entendu pleurer
le bel oiseau que le vent chassait

Je voudrais tout te donner
mais toi pourquoi ne me dis tu rien
quel est-il ton grand secret
un secret d’ homme
je ne comprends bien
mais tu sais je peux te raconter
combien l’ oiseau est parti à regret
si un jour tu m’ écoutais
tu apprendrais tout ce que je sais
l’ oiseau part et puis revient
tu le verras peut-être demain

Si jamais je rencontrai
le bel oiseau qui s’ est envolé
s’ il revient de son voyage
tout près de toi le long du rivage
moi vois-tu je lui raconterais
combien pour toi je sais qu’ il a compté
c’ est l’ oiseau que tu aimais
l ‘ oiseau jaloux je l’ ai deviné
si jamais il revenait
je lui dirais que tu l’ attendais

Nostalgie

fietsenkelder

Ze zijn eindelijk bezig de CV-ketel te vervangen, die zich op de bovenste verdieping bevindt. Hier in de kelder zaagt de loodgieter z’n koperen buizen op maat. Er hangt meteen een lekkere Schijfgeur van ijzer, roest en smeer.

En meer nostalgie, tussen de foto’s van Frankrijk die we gratis bij ons huis cadeau kregen, zat dit exemplaar:

Madeleine

Achterop staat de naam Madeleine. En eindelijk weten we wie deze vrouw is: Luciennes moeder, couturière van beroep, net als trouwens Elisabeth Rousseau geboren Eyl, afkomstig uit de Moezel en schoonzus van Madeleine. Lucienne had hetzelfde vak en had het dan ook van haar moeder Madeleine geleerd. Dat we het beroep van Elisabeth weten, komt omdat dat op een soort paspoort vermeld stond, waarmee Elisabeth bijna 100 jaar geleden de Frans-Zwitserse grens zonder problemen over kon. Waarom en waarvoor, we hebben geen idee. Die grens was niet echt om de hoek en erg reislustig waren ze en zijn ze nog steeds niet.

Jammer dat we geen enkele foto van het huis, de winkel en de werkplaats van opa en oma Schijf hebben. Die moeten er zijn, lijkt me. Dat vragen we bij de eerste gelegenheid aan de Haagse nichten. Laat het geen begrafenis zijn.