
Morgen (eigenlijk vannacht) kunnen we weer zien of het weer net zo erg als toen. De abri in oktober 2004. We houden u op de hoogte.
Archive for May, 2006

Ik heb eindelijk de stoute schoenen aangetrokken: ik ga weer paardrijden. Ik heb, geloof ik, 25 of 30 jaar geleden voor het laatst serieus paardgereden. Wat de doorslag gaf, was een fragment uit de documentaire TV-serie Le rève, die op woensdag bij de RVU wordt uitgezonden. De camera stond bij camping le Petit Paradis op een heuvel en beneden in het dal zagen we Ton, de campingeigenaar op zijn paard galopperen, hond ernaast.

Oei, dat deed pijn, dat verlangen.
De manege: “Dan zie ik u in ruiterkleding dinsdagavond? Tot dan, mevrouw de Korte.”
Ruiterkleding? Die heb ik helemaal niet. Help!
Yeva en ik googleden een tweedehands ruiterspullenwinkel op in de rivierenbuurt en dat was wel zo’n curieuze tent, dat we weer voor jaren genoeg stof hebben om onze omgeving van vette verhalen te voorzien.
Ingang door de tattooshop, de trap af en struikel niet over de honden. Terwijl ik de ene cap na de andere pastte, hoorden we het gezoem van de tatoeagenaald. Hele sympathieke mensen, echt waar en ze zouden ‘s avonds naar de Toppers in de Arena, vertelden ze. Gezellig!
We scoorden een cap en een rijbroek, voor niet te veel geld.

Zaterdag bracht ik Yeva naar Waveren. Die paarden zijn veel groter dan ik me herinner. Ik bleef even naar de les kijken en hoorde de bekende termen als hele en halve voltes, van hand veranderen, hulp, aansingelen, uitstappen, longeren, chabraque (sjabrak), chaps (tjeps). Dat vind ik dan weer minder.

Vanuit Waveren ging ik naar de volkstuin. Ik kon nog net even een plaatje van de pergòla maken, voordat de batterijen van de camera er mee ophielden. Wat krijgen we nou?

In de volkstuin zetten de jonge meesjes een keel op vanuit hun hokje, zodra ze een van hun ouders hoorden. Dat arme vadertje en moedertje waren non-stop bezig. Heel wat anders dan die slechtvalkjes, die eens in de zoveel tijd een dood beest de kinderkamer ingooien. Kwintie ging onmiddellijk op onderzoek uit, want hij begreep niet waar dat geluid vandaan kwam. Zo dom is hij anders nooit. Hij ziet er wel dom uit op deze foto (Zit! Zit! Blijf! Zit! Niet aan de camera likken!):

Ik heb vandaag gesnoeid en gehakt en geveegd. Een lustoord, die tuin.

Ik moet de boel alleen een beetje begaanbaar houden.

Een paar jaar geleden kregen de meisjes van hun oma een antiek poesiealbum. Het eerste gedicht is geschreven op 12 Julie (!) 1903. “Je liefhebbende Cornelia v.d. Bogert” en gericht aan Piet. Dat was de zus van de moeder van oma.

Dit is van “Ta petite amie Christien van Andel”
In 1912 schrijft juffrouw Smits-Nierhoff
“Beste Jaantje,
Geen schoner les,
En meer van kracht,
Dan Efese zes
Vers zeven en acht.”
Dat moet de schooljuf zijn geweest van Jaantje, de moeder van oma. De eerste drie gedichten zijn voor Piet. Daarna zijn de volgende 2 voor Jaantje en dan is de rest weer voor Piet, tot 14 december 1940.
“Chrisje mijn jongste spruit ik spreek hier een wens tot je uit Wees altijd eerlijk en oprech Is het geen wat ik tot je zeg.” (Anders rijmt het niet.) “Je Vader”
Chrisje is oma. Het laatste gedicht is van Tiny, geschreven op 16 december 1942. Tiny spreken en zien we gelukkig nog wel eens. Een leuke meid van een jaar of 82.
Waarom zouden ze zo’n poesiealbum hebben gedeeld? Uit zuinigheid?
En zou oma gedacht hebben dat de meisjes er gewoon verder mee zouden gaan?

Laatste reacties