Category Archives: Frankrijk

Groente snijden

Tomato harvest

De laatste tijd moest ik toevallig op een paar verschillende adresjes  “la soupe” voorbereiden. La soupe is eerder het souper dan de soep, hoewel er vaak wel degelijk soep wordt gegeten.

Bij de eerste dame ging het om tomaten. Ik moest ze met een bot mes ontvellen, op een diep bord als snijplank, zonder ze eerst even in het hete water te hebben gegooid. Omdat ik me daar tegen verzette, vroeg ze geïrriteerd of ik dat misschien nog nooit had gedaan. Ik wist toch wel hoe ik tomaten moest doen (préparer)?

– Jazeker, zei ik bijdehand, en dat is niet zoals ù het wenscht, mevrouw. Dat wordt een bende en duurt bovendien veel langer.
– Nee, niet waar.
– Zoals u wilt en zult zien, madame.
Toen ik gelijk kreeg en haar een bord met geslachte tomaten liet zien, mopperde ze nog een half uur dat het allemaal mijn schuld was.
Tuurlijk, joh.

Ik heb in al die jaren nog nooit ergens een behoorlijk en scherp mes, noch een snijplank of een fatsoenlijke koekenpan gezien.
Ik heb daarom dan ook mijn eigen opinal en de in het bos gevonden laguiole pliant altijd bij me.

A real laguoile

Toen ik lang geleden ergens anders in opdracht gebakken aardappels ging maken en ze zoals altijd, even vijf minuten voorkookte, gilde de dame in kwestie: WAT DOET U NU?
– Ik maak gebakken aardappelen, mevrouwtje, en ging door terwijl ze zich in de handen wrong van wanhoop en ellende.
Ze had namelijk een zoon, die ik onmiddellijk herkend had als het Seksmaniak- en Mijn-Wil-Is-Wet-type.
Alleen loerend oogcontact met mijn borsten en benen. Gelukkig dragen wij hulpjes allemaal een uiterst onelegant schort, waarin iedereen eruitziet als een roze zak betonmengsel.

Fresh potatoes

Toen ik uiteindelijk de aardappels serveerde met een bruin krokant korstje en een boterzachte binnenkant, zei ze verbaasd: Oh, wat heerlijk.
Opgelucht dat haar zoon nu niet de rest van de dag zijn kankerhumeur zou laten heersen.

En twee weken geleden, in een schitterend huis met een even zo mooie keuken, lagen de aardappels, rapen, prei en wortels al voor me klaar.
Op mijn vraag of ze de aardappels in de lengte, tweeën of vieren, in kleine blokjes of helemaal niet gesneden wilde hebben, vroeg deze vrouw beschuldigend:
– Heeft u nog nooit soep gemaakt?

Zucht. You can’t win, can you?

Buurman

Hamlet in France in winter
27 december 2011

Ongeveer een half jaar geleden zakte buurman P (94) voor de vijfde keer in zes dagen door zijn knieën en moest met vereende krachten weer overeind worden geholpen.
De dokter liet bloedprikken, zoals hier de standaardprocedure is en daar kwam o.a. uit dat de nieren niet goed functioneerden.
Ik regelde op verzoek van de arts vervoer naar het ziekenhuis voor hem, terwijl buuf zolang bij hem bleef, want ik moest werken.
Ik annuleerde in dezelfde moeite op buurmans verzoek ook alle hulpdiensten: thuishulp, verzorgende en tafeltje-dekje en stelde de familie op de hoogte.
Dit vond allemaal plaats in dezelfde periode dat de enige zoon van buurman al 2 maanden in het ziekenhuis lag wegens een tumor in de longen, tijdens dewelke behandeling hij een hersenbloeding had gekregen, die hem eenzijdig had verlamd en het spreken onmogelijk had gemaakt. Het was wachten op de verlossende dood.

Arme buurman was niet meer in staat te reizen, en praten met zijn stervende kind door de telefoon was er immers nu ook niet bij.
Hij moest elke keer hartverscheurend huilen als hij me zag en snikte dan: mon petit, mon petit, il s’en va. Wat een ellende.

Ik bezocht hem in het ziekenhuis en hij zat daar met une poche, omdat plassen niet ging.
– Wil je de post meenemen, vroeg hij, als je weer komt, want zijn hoofd zit nog stevig op zijn nek geschroefd.
Direct na thuiskomst vroeg ik daarom buuf de sleutel van zijn huis en zag dat zijn maaltijd nog onaangetast op de keukentafel stond te schimmelen, dus we ruimden even alles op, ik waste af en gooide de volle vuilniszak weg, die al flink begon te rieken.

Drie dagen na de ziekenhuisopname van de vader stierf de zoon.

A late foggy Sunday afternoon
24 december 2017

Toen ik een dag voor de begrafenis, die hier zou plaatsvinden, thuiskwam van werk, stonden de verse weduwe en haar dochter in de deuropening van buurmans huis. Ik stapte op hen af om ze te begroeten en te condoleren, toen de kleindochter zich breedmaakte en op agressieve toon zei dat ik het huis niet meer in mocht, want dat was van haar.
Nu zei ze “à moi”, wat zowel aan als van kan betekenen en het is waar dat zij de enige erfgenaam is, maar ik dacht, volkomen verbijsterd door haar toon: ho, ho, buurman is nog niet dood, hoor, en by the way, bedankt voor alles, hè, nomdedieu putain de merde.

Ik had daar niet de minste behoefte aan, zei ik, trillend van ingehouden woede, maar dat buurman me gevraagd had de post voor hem mee te nemen.
Oh, ze zou me wel de sleutel van de brievenbus geven, waarop ik me omdraaide, wegliep en in gedachten een vette middelvinger opstak. Dat was misschien wel aan mijn lichaamstaal te zien.
Ja, zeg, ik ben daar gek. Doe het lekker zelf.

Nu hadden we nogal hartelijk telefoon- en smsverkeer gehad waarin ik had haar op het hart had gedrukt zich vooral met haar stervende vader bezig te houden. Opa zou zich als ouwe taaie verlopig wel redden, wij hielden hem in de gaten.
De familie woont in een stad op een uur van ons rijden, vandaar.
Daarom snapte ik niks van die agressie. Nog steeds niet.

Ze had wel net haar vader verloren, maar dat vond ik geen reden om me zo te behandelen. Toen mijn vader dood was, voelde ik alleen maar een emotionele liefde voor iedereen die iets aardigs zei.

Einde verhaal wat mij betreft, zo eenvoudig is dat.

IMG_9516.jpg
5 maart 2018

Iedereen die ik dit verhaal vertelde, was geschokt. Oh, zei mijn vriendin D. het gaat ze om de poen (des sous!), geloof me maar!
Dat was de algemene reactie. Ze kennen hier hun pappenheimers.
Verrek en krijg nou niks, dat ik als een potentiële dief werd gezien, realiseerde ik me toen pas in volle glorie.

De erfgename stuurde nog een sms met een lulverhaal met kutsmoesjes, zonder enig excuus, dat ze ondertekende samen met haar man.
Haha, ten eerste ondertekent niemand een sms, en vrouwen die hun man erbij halen, dat is een beetje zielig.
Ik heb er niet op geantwoord.

Summertime during climate change
4 september 2018

Waarom dit ook zo’n onverteerbare situatie voor me is, komt omdat ik die mensen in al die jaren nauwelijks heb gezien. De zoon kwam braaf om de week bij zijn oude vader, maaide het gras en ging weer weg.
Schoon- en kleindochter kwamen bij uitzondering misschien een of hooguit twee keer per jaar.
De verhouding was kennelijk niet al te best, maar goed genoeg om doodsbang te zijn dat een buurvrouw hier en daar iets in dr zak zou kunnen steken. Tjezus, fijne mentaliteit.

Wat het nog erger maakt, is dat deze mensen niemand op de hoogte houden, waar arme buurman is. Hijzelf weet ook nooit wat de plannen zijn.
Hij zat na het ziekenhuis in een bejaardenopvangtehuis in la Sout, waar ik hem een aantal keer heb bezocht. Toen we laatst weer langsgingen, zat de deur op slot: hij bleek weer terug naar het ziekenhuis.
Dat was de tweede keer al. Een paar weken daarvoor had ik gebeld: nee, die meneer is niet bekend bij ons.

Sanatorium, Sainte Feyre
V/H kuuroord Saint Feyre, 22 juni 2011

Toen ik het ziekenhuis belde, zelfde verhaal: kennen we niet. Terug naar la Sout misschien? Nee, zeiden die desgevraagd.
Zelfs de directe familie weet van niks. De neven niet, de dochter van de overleden broer van buurman (die ik toevallig nota bene hier in de supermarkt tegenkwam, terwijl ze in Parijs woont: wat doe jij nou hier???) wordt niet bijgepraat, niks.

Hele merkwaardige vrouwen of zoals ze hier zeggen: elles sont spéciales.
Buurman bleek trouwens in het v/h sanatorium in Sainte Feyre te zitten, hoorde ik weer van weer iemand anders.

Nu schijnt hij weer terug in het bejaardenopvangtehuis te zijn.
Ze wilden hem volgens buurman Peut-Être in een bejaardentehuis bij hen in de buurt stoppen. Dat heeft me helemaal de moed doen verliezen: een uur heen en een uur terug en heel lang kun je niet blijven, want hij valt vaak al na 5 minuten in slaap.

Waarom niet hier, waar – en dat weet ik – mensen zijn, die nog bij hem in de klas hebben gezeten?
Waarschijnlijk denken ze dat ze goed doen of zoiets. Het valt niet echt te begrijpen.

La Cazine
Zoiets, 26 december 2014

En toen ik laatst om 20:20 thuiskwam in het donker en ons slapende dorp inreed, zag ik een kleine rivier door ons straatje kolken. Omdat ik mijn ogen niet geloofde, riep ik Y. en vroeg haar of ik droomde.

Nee, het was echt, onder deur van buurmans lege huis stroomde een iets kleinere versie van de Niagara, die zich naar beneden stortte en hup, het dorp uit. Zoiets had ik nog nooit gezien.
Ik overwoog heel even gewoon naar bed te gaan en duizenden liter de hele nacht te laten doorstromen, want ça me regardait pas en ik had ze nog zo gewaarschuwd de hoofdkraan dicht te draaien en trouwens, ik heb de sleutel toch niet?

In plaats daarvan klopte ik braaf bij buurman JP aan met de vraag of hij dat wilde afhandelen, omdat ik niet het risico wilde lopen ook daar de schuld van te krijgen en nogmaals uitgescholden te worden.

Die bleek weer wèl de sleutel te hebben. Kijk, de een kun je vertrouwen en de ander kennelijk niet.

Achterblijvers

Good morning, Marguérite
Bonjour, Marguérite

Ze zijn hier op het platteland waar ik woon en werk over het algemeen heel erg van het opruimen en de boel aan kant.
Prototypische karikatuur is buurman Peut-être met zijn kleinburgerlijke normenstelsel: vrouw doet alles binnenshuis, strijkt, kookt, wast, dweilt en houdt haar mond, man doet de tuin, rijdt auto, commandeert, kookt nooit, gaat naar begrafenissen en eventueel vreemd en bepaalt of ze blijven of naar huis gaan.
Emancipatie: nog nooit van gehoord. Klinkt trouwens als wijlen mijn v/h schoonouders.

Wat met deze strenge rolverdeling en ouderwetse opvattingen gepaard gaat, is dat de huizen en tuinen er altijd extreem opgeruimd en aan kant uitzien. Het is verstikkend dwangmatig, vooral de tuinen: woestijnen van extreem kortgewiekt gras met hier en daar een boompje of pol pampagras.

Neighbouring garden aka desert for the bees
Zo heurt het eigenlijk

Ik ben er ongeschikt voor, mijn hersens werken niet zo. Ik vind het huishouden gewoon zonde van mijn tijd.
Deze mensen (vrouwen binnen, mannen buiten) doen niets anders dan dat, poetsen, poetsen, poetsen. Ze strijken alles, ook onderbroeken en poetslappen, nou ja, zij niet, ik moet dat doen.
Een boek lezen of anderszins een beetje voor je uit staren doen ze niet. Je ziet er trouwens in die huizen geen boeken. Ze lezen niet. Kijken weer wel non-stop spelletjes op tv.
Ik ben éen keer op een zaterdag bij een oudere heer geweest, die bij zoon en schoondochter inwoonde, en de schoondochter liet me drie keer dezelfde smetteloze vloer doen: 1.stofzuigen, 2.dweilen met sop en nog een keer 3.dweilen met chloor. Ik moest de eetkamerstoelen op de tafel zetten, wat ik weer onbegrijpelijk onhygiënisch vond en vind. Stoelpoten op het tafelblad, getver. Bizar genoeg niet bij deze smetvrezenden.

De oude heer heb ik alleen maar bij aankomst een hand gegeven en niet meer gezien. Ik heb hierover mijn beklag bij mijn werk gedaan. Weekend is voor mensen die niemand hebben, die hulp nodig hebben bij opstaan, wassen, aankleden, eten en naar de wc gaan, niet om een volkomen schone vloer 3x te ontsmetten.

15 août 2016, Saint Sulpice le Dunois
Hopla, en weer een portie friet in het diepvet

Ik heb hier nog nooit een man zien koken of dweilen op dagelijkse basis. Ja, op dorpsfeesten zijn het altijd de mannen die de entrecôtes op het vuur en de patates frites in het vet gooien. Nooit een vrouw. 

Onder mijn bejaarde klantjes zijn er bijvoorbeeld maar weinig vrouwen die een rijbewijs hebben en dat blijkt ze nu lelijk op te breken. Als ik vraag waarom, verklaren ze dat dat niet nodig was, want de man reed.
Niemand blijkt er rekening mee te hebben gehouden dat mannen wel eens eerder dood kunnen gaan dan vrouwen. De achterblijvende vrouwen blijven tot hun eigen dood in shock omdat het leven hun zo’n smerige streek heeft geleverd. 
Ik begrijp goed dat je verdriet heb en rouwt, maar er zijn er wier man 30 jaar geleden al is “vertrokken”, en die nog steeds niet hebben geaccepteerd dat het leven nu eenmaal zo in elkaar steekt.

Ik denk stiekem altijd: waarom heb je toen niet meteen je rijbewijs gehaald? Er is hier geen openbaar vervoer, sinds de kleine spoorlijntjes zijn opgeheven. Boodschappen, apotheek of dokter, de drie basisbehoeften van de plattelandsbejaarde kun je niet anders doen dan met de auto. 
Het gevolg is dat al die oude dames afhankelijk zijn van kinderen, die vaak vertrokken zijn naar de grote stad, buren, vrienden of de thuishulp, die een kilometerprijs heeft.

Summertime during climate change
Kurkdroge toestanden wegens klimaatverandering

Dit bovenstaande had ik al een half jaar geleden geschreven en wilde het eigenlijk weggooien.
Iets anders, mijn pensioendatum is in augustus 2020, maar als ik het handig aanpak, kan ik al over 14 maanden ophouden met werken. Tot die dag moet ik nog de terreur van het leven van een loonslaaf ondergaan. En dat valt soms niet mee. Elke keer gedoe met de auto, incapabelen en andere financiële problemen maken het leven hier, hoe zal ik het noemen – tot een uitdaging.

Gelukkig heb ik een kippenhok vol kippen, een kast vol bijen, een diepvries vol eten en een schuur vol hout. En de oudste dochter is er, de jongste komt gelukkig binnenkort ook weer.

Rachel's Roddy almond tarte
En we bakken de heerlijkste taarten met spullen uit de voorraadkast

Niemand hoeft medelijden met me te hebben. Ik mag niet klagen: een warm huis, een dak en werk met een inkomen waar ik min of meer mijn schulden mee kan aflossen. Dat is tegenwoordig niet vanzelfsprekend.
Over veertien maanden geef ik een feest, als alles me gelukt is. Et pourquoi pas?

Ik heb me voorgenomen weer wekelijks of tweewekelijks te gaan publiceren. Eerst nog de gerepareerde 2cv door de APK zien te krijgen. Jullie horen snel weer van me.

Het personeel

Bees collecting pollen from the common Dandelion
Lieve bijtjes aan de stuifmeel in de paardenbloem

Ik had een tijdje de zorg over een bejaard hokkend stel, waarvan de vrouw (86) zeker in het begin niet te harden zo onaangenaam was. Toen ik me de eerste keer meldde, zei ze bij wijze van hartelijk welkom: U bent te laat. Wat niet zo was, ik was te vroeg.

Dat begon goed. Na een tijdje behandelde ik haar als alle zuurpruimen en antwoordde dan: ik ben ook heel blij je weer te zien, Madeleine! (Germaine, Suzanne en hoe ze ook allemaal mogen heten) Ik noem iedereen hier bij de voornaam en zeg u, tenzij ze zelf meteen beginnen te tutoyeren.
Ik moest er elke dag heen, met lood in mijn schoenen, omdat mevrouw ervan hield te commanderen en ik een beetje moe werd net te doen alsof ik haar niet hoorde. Mijn doofheid verdween onmiddellijk als ze het vriendelijk vroeg. Conditioneren heet dat, lieve lezers. Werkt altijd.

No walkie walkie today
Een andere onwillige bejaarde

Haar vriend (81) was van een heel andere orde, vriendelijk, behulpzaam en dol op flauwe grapjes. Hij hield er nogal uitgesproken politieke ideeën op na, waarbij hij zich enorm opwond over de corruptie van vooral de types rond Sarko, waar hij gelijk in had en hij legde eenzelfde passie aan de dag voor de homeopathie, waarvan hij de kennis had opgedaan uit een pocketboekje, waarschijnlijk in de jaren 70 gratis gekregen bij twee pakken muesli.

De eetkamer leek wel een apotheek, de stapels dozen met pillen, druppels, elixers en andere hulpmiddelen reikten tot het plafond, op de tafel was nauwelijks ruimte voor de borden tussen nog meer pillendozen en buisjes met versterkende balletjes van suiker en andere nutteloze troep, die ik grotendeels terugvond op de vloer onder tafel en kastjes en die ik meteen in de vuilnisbak mikte.

Warré hive under construction
Halve warré-bijenkast

– We laten ons niet inenten, we doen dat met natuurlijke middelen, verklaarde zij, waarop ik in het begin nog beweerde dat de beet van de zwarte mamba ook natuurlijk is, maar dat na een tijdje opgaf, omdat ze me glazig aankeken: watzegtzewatzegtze?
Ik vertelde ze wel – nieuwsgierig naar hun reactie – dat ik me had laten inenten tegen de griep. Ze deinsden vol angst achteruit: ga je ons besmetten? Neen, juist niet! was een antwoord dat niet werd gehoord. 

Arme huisarts die bij ze langs moet, dacht ik nog eerst, want ze hadden altijd wel iets te zeiken of wisten het beter, tot bleek dat het die ongelooflijke klojo was van een tijdje geleden en die gunde ik alle ellende van de wereld en vooral onmogelijke patienten.
Oh, zoete wraak.

Dog smelling something interesting at the fishpound
Bleu ruikt denkelijk beverratten

Als de man in de gang iets tegen me zei, klonk vanuit de eetkamer haar stem:
– Ik betaal de werkster niet om te praten, maar om te werken!
De werkster, dat was ik dan. Ik lachte me een kriek, want ik wist dat ze geen cent betaalde, omdat alles door de staat werd gesubsidieerd.
Hij had één anekdotische mop, die hij 100 keer herhaalde en waarin de pointe al onmiddellijk in de eerste zin werd prijsgegeven door de onwaarschijnlijke details. Hij had alleen de clou onthouden en wist de spanning niet op te bouwen:

“Er was er eens een vrouw (naamloos) die een hondje had, dat Pire heette. (oh jee, ik vrees al waar dat toe leidt). Op een dag was het hondje weg en de vrouw sprong op de fiets, maar had geen onderbroek aan (daar zaten we op te wachten). Toen ze een man op straat zag, vroeg ze, terwijl op hetzelfde moment haar rok omhoog waaide: heeft u Pire gezien? Nee, zei de man, je n’ai jamais vu pire.”

Een misogyn rotverhaaltje, waar ik met de beste wil van de wereld niet om kon lachen, ook al omdat het zo waardeloos werd verteld. Geef die vrouw een naam, verzin nog meer bijzonderheden en verwerk daar die blote kont in. Maar het vrouwonvriendelijke karakter maakt het zelfs als grapje niet leuk. 
Maar dit even terzijde.

Hij fluisterde regelmatig dat zij de dochter was van de bekende Creusoise vrijmetselaar [..] en dat ze het daarom hoog in de bol had. Haar vader had haar wijsgemaakt dat ze ver verheven boven alles en iedereen stond en het was mij van de eerste seconde duidelijk dat ze dat inderdaad ook dacht. Ze sprak met een soort deftige stem, die ik belachelijk vond klinken in dat beschimmelde krothuis met zeil op de vloer met parketpatroon.

Salamander in the fishpound
Salamandertje gespot in de visvijver achter ons dorp

Die vrijmetselaars, dat was volgens hem een maffiose kliek, die hun tentakels overal in het bestuur en de politiek hadden, en trouwens, die politici…, ging hij heel zacht verder, terwijl hij op dreef kwam, maar zij was jammer genoeg niet doof en hoorde het gesmoes en schreeuwde dat hij moest stoppen.

Ik heb nog een beetje gegoogled, maar kon niks vinden op haar naam. Volgens buurman P is het wel zo dat de Franse politiek vergeven is van dat geheime witte-mannengenootschap, wat mij alweer niets verbaast. Dat komt regelrecht uit de infrastructuur van de katholieke kerk.
(Deze homeopatische gelovige was trouwens dezelfde die zijn buurman de zoon van een nazi had genoemd.)
 
Af en toe werd ze afgevoerd naar het ziekenhuis en dan hadden we weer even rust. Ze had altijd last van haar ingewanden, wat me niet verbaasde, want ze zat non-stop te eten en de vraag was natuurlijk of al die zelfmedicatie zo onschuldig was. 

Soms beweerde ze rustig, nou ja, niet rustig maar meer verontwaardigd over zoveel onrechtvaardigheid, dat ze niets naar binnen kreeg, zo ellendig voelde ze zich, ze had niets kunnen eten, ja, een paar biscottes (6) met boter, een banaan en een peer, maar nee, ze kon niets eten. Behalve aan zelfmedicatie deed ze kennelijk ook aan zelfbedondering.

Some acorn giving it a try
Eikel doet zijn best

Met kerstmis kreeg ik plechtig een doos chocolaatjes overhandigd, want “we geven altijd iets aan het personeel met kerst”. We, dat waren niet zij en haar partner, maar zij en haar vrijmetselende vader.  Ik was het personeel. Dat mocht je willen, dacht ik.

Er is tenslotte een einde aan gekomen toen zij niet langer thuis kon blijven, omdat hij helemaal gek en zelfs ziek werd van haar gecommandeer. Tot diep in de nacht moest hij glaasjes water halen, haar helpen vervolgens te plassen en haar overeind helpen als ze ondanks alles op de grond was terechtgekomen. Hij liep helemaal krom van de rugpijn en vertelde helemaal geen geintjes meer, maar mopperde wel op de eikel van een huisarts die hem slechts een pijnstiller had durven geven.
Ik was het met hem eens: de bron was eerder sociaal-psychologisch dan medisch. Maar ja, ook wel ongeneeslijk.

Ziekteverlof

Willow (used to be a wheeping willow)

Deze voormalige treurwilg moet ik dus binnenkort snoeien om de twijgen hier in de grond te zetten. Nu kan dat effe jammer genoeg niet, omdat ik licht gehandicapt ben wegens een operatie en maar éen hand kan gebruiken. Dat zit zo:

Op een dag groeide er in razend tempo pardoes een merkwaardige bult op mijn vinger, die als ik die stootte, een gemene steek gaf. Normaal zou ik daar mijn schouders over ophalen, maar ik begon er steeds meer last van te krijgen en had ook een visioen van een kwaadaardige tumor, die zich via mijn middelvinger door mijn hele lichaam zou gaan verspreiden.
(Dat krijg je als je te vaak F*CKYOU denkt en doet. Allemaal de schuld van Trump, Den Haag, mijn ex en mijn werkgever.)

Firewood, oaktree
Stokoude eik met cysten: het is kennelijk de leeftijd

Volgens de huisarts was het een cyste en ik dacht nog onnozel, dat doet ze even tussen twee patienten door met een scherp mesje, neen dus, ga maar naar de chirurg. Ok dan maar.
Een week later bleek tijdens een 3-minuten durend vooronderzoek door deze oudere heer dat er een algehele narcose nodig was om te voorkomen dat dat ding zou teruggroeien, een gevalletje met wortel en al en maak maar een afspraak. Wel meteen cash betalen in dit land. Secretaresse gaf een pak papier mee om in te vullen.
Verder werd me niets verteld hoe zo’n operatie zou verlopen, hoe lang dat zou duren en wat er voor nodig was, behalve: nuchter (à jeun) zijn.
Toen de datum dichterbij kwam, begon ik er spijt van te krijgen en dacht, ach zo erg is het toch niet, en de pijn verdween alsof ik in wachtkamer van de tandarts zat, tot ik mijn hand weer eens stootte en daar weer vijf minuten van moest bijkomen.

Poor donkey has feet problems
Ezeltje heeft ook extremiteitsproblemen

Toen ik de dag voor de operatie de stapel papier had ingevuld – redundantie is het devies en paperasserie is the middle name van Franse instellingen – belde de secretaresse ‘s avonds om 6 uur dat de operatie een week was uitgesteld, want “u bent niet bij de anesthesist geweest”.
Wat? Dezelfde vrouw had gezegd: kom op de dag een kwartier eerder en ga er dan even langs, wat ik ook tegen de taxi had gezegd, die me zou brengen en halen.
– Dat is onmogelijk!, zei ik, alles is geregeld, mijn vervanging op het werk, het vervoer en bovendien hadden we dat zo niet afgesproken.
– Momentje, zei ze en even later kon het wèl. Wat hoorde ik daar voor een raar geluid? Het was mijn klomp die brak.
Volgens de oudste dochter was die vrouw gewoon aan het liegen: ze had waarschijnlijk een fout in de planning gemaakt en had gedacht: welk watje kan ik eruit gooien? Die but’nlandse natuurlijk!

Ik heb nog nooit in een ziekenhuis gelegen, behalve 1 nachtje toen ik een kind kreeg en dat was voor het kind, laat staan dat ik ben geopereerd.
Het ging poliklinisch (“ambulatoire“) en ik moest in een donkerblauw blotebillenschortje en plaatsdelictsokken in een kamer wachten tot ik met bed en al gehaald zou worden. Dat duurde eindeloos. Ik sufte een beetje op het bed, appte naar de meisjes en wachtte.
Waar bleef nou die anesthesist waar ik zo nodig naartoe moest?

Die bleek in een gang van de operatiekamers te hangen, waar mijn bed geparkeerd werd, dat om de 10 seconden een dreun van de klapdeur kreeg, als er iemand door ons gesprek wilde lopen, wat ze gewoon deden. Het was me daar een gekrioel van in operatiekleding gestoken mensen en hier en daar een rolstoel of bed met iemand met een ledemaat in verband.

Nu stelde die gozer precies de vragen van een van de vele papieren die ik had ingevuld, wat de leugenachtigheid van de secretaresse bevestigde. Nee, ik heb geen prothese, nee, ik slik geen pillen, etc. , maar dat heb ik toch al allemaal ingevuld?
Ik heb dat papier niet, zei de jongeman in dit gesprekje van 2 minuten.

Lopend naar de operatiekamer bond de operatiezuster mij een deken om. Waarom?
– Les fesses, zei ze, waarna ik zo moest lachen dat ze meegrinnikte. Ik zag de billen al voor me van alle soorten en leeftijden tussen de blauwe coulissen van het operatieschort. Zoiets leidt af, begrijpelijk.

My finger needed an operation and four stitches.
Wijkverpleegster behandelt de wond

Terwijl ik als een gekruisigde met de armen gespreid op de tafel lag, smeerde ze mijn linkerhand in met rood spul (stigmata, stigmata) en stond de jongeman aan de andere kant klaar met de spuit voor de narcose.
De oude chirurg kwam naast me staan en liet zien waar hij precies de snee (zijn wijsvinger trok een cirkel op de scheidslijn van hand en middelvinger, waardoor ik aannam dat hij de hele vinger eraf ging monteren) ging maken en hoe hij het bloed in mijn arm ging doen stoppen.
– C’est pas le moment, kon ik nog net uitbrengen voordat het verdovingsmiddel zich met mijn bloed mengde. 10:57 en weg was ik.

En ik zette het op een dromen, dus toen ik wakker werd om 11:18, zei ik, ik heb me daar toch gedroomd! En lekker geslapen! Dat was ook zo. Stoned als een garnaal, dat was duidelijk. Dat dacht de verpleegkundige die me terugreed in ieder geval.
Heb ik ook weer eens iets meegemaakt.

Nu komt drie keer per week de wijkverpleging aan de hechtingen trekken en een schoon verbandje omdoen. De enige reactie van mijn werk was een email, of ik zsm mogelijk de ziekteverlofpapieren wilde opsturen, wat ik al meteen de volgende dag had gedaan. Fijn, zo’n aardige en invoelende werkgever.
Drie weken lang mag ik niet werken. Erg, hè? Handig dat de oudste dochter er ook is.

Walking the dog
Ik hou hem hoog mbv het touwtje van het hondefluitje

Als je per se de wond met hechtingen wilt zien, kijk dan hier.