Gisteren maaide ik met de motorzeis allerlei onhandig te maaien stukken met brandnetels, munt en ander ongerief, helemaal vergetend dat daar de asperges stonden, die ik dan ook een kopje kleiner maakte. Die zijn vandaag met een stukje wilde zalm gebakken en opgegeten.
Gisteren at ik alweer een omelet. Naar aanleiding van de overdreven sentimentele serie Two Greedy Italians op de BBC, herinnerde ik me ineens dat die met zuring kon worden gevuld, zoals Jane Grigsons Groentekookboek inderdaad bevestigde.
Mik de zuring in een pannetje met boter
Die twee Italiaanse chefs Antonio Carluccio en Gennaro Contaldo reizen door hun geboorteland, in dezelfde stijl als een tijdje geleden Raymond Blanc in The very Hungry Frenchman in Frankrijk. We zien Gennaro met een oude dame wilde kruiden plukken (“wild plukken” noemen de Nederlandse culi’s dat tegenwoordig en doen alsof zij het hebben uitgevonden) om die in een frittata te verwerken. Gennaro kan zijn tranen niet bedwingen, want ze doet hem aan zijn moeder denken, het plaatselijke kruidenvrouwtje uit het dorp.
Duizelingwekkend verrukkelijk
In het Italië van deze serie bestaat geen politiek, maffia of ander ongemak. Iedereen is gelukkig, ze eten alleen de heerlijkste dingen, zo van het land en iedereen houdt van elkaar.
Voordat ik vrijdagochtend naar de Haute-Vienne reed, belde ik Radio Creuse en zo beschaafd en hartelijk ze hier in dit land live zijn, zo weerzinwekkend grof en arrogant kunnen ze zich aan de telefoon (of op de snelweg) presenteren, zoals die radiomuts. Verder zeg ik er niks over, anders word ik weer kwaad.
Op de oude boerderij van de familie Feyt waren ze aan het schuiven met kippen, de nieuwe, net gearriveerde kuikens moesten in een binnenruimte, en de vorige bewoners, iets oudere kipjes, mochten naar buiten. Voor de kuikens was het ‘s nachts nog te koud, legden ze uit, maar de hele zomer liepen alle kippen vrij buiten. De gebouwen lagen op een idyllische heuvel met uitzicht.
Drie kleine biggetjes
De varkentjes zaten gesorteerd op leeftijd in verschillende ruimtes, met stro en genoeg ruimte om te kunnen hollen en spelen, wat ze dan ook deden, toen ze eenmaal aan me gewend waren en ik niet interessant bleek. Eerst snuffelden ze aan mijn schoenen, lieten hun kopjes door me krabben en bleven me nog een tijdje hoopvol aankijken met hun lieve toetjes. Foto’s maken viel niet mee in het halfduister en stilzitten, ho maar.
Wat doet ze, wat doet ze
Ik sprak een tijdje bij de varkens met Nelly, over de interessante niche waarmee ze met hard werken een mooi inkomen weten te vergaren, deze kleinschalige producenten van kwaliteitsvlees, waarbij de dieren een aangenaam en natuurlijk leven leiden met zo min mogelijk stress. Dat vergroot de kwaliteit, gelukkige dieren, vond ze en ik kon beamen dat hun waar uitmuntend was en niet te vergelijken met industrieel geproduceerde spullen, die wel goedkoper zijn, maar naar niks smaken.
Vroeger bestond er niks anders dan deze traditionele manier, maar nu besteedden de mensen hun geld aan elektronica in de vorm van computers, internet en mobiele telefoons, dacht Nelly, weet je hoeveel dat elke maand allemaal kost. Ja, het was een kwestie van prioriteiten, dat dacht ik ook.
Hysterische loopvogels
Er liepen behalve heel veel kippen ook eenden, hysterisch hollende parelhoentjes – het is dat ze lekker zijn, maar als gezelschapsdier is er geen klap aan – en een aantal koeien en konijnen. Verderop hadden ze schapen met lammetjes, zei Henri, die me tenslotte de haan wees, de trots van de boerderij en die ik net zolang achtervolgde tot ik ook zijn stevige voeten in beeld had, want hij bleef zich maar ophouden in het hoge gras. Wel een beetje een uitslover, die haan.
Uitzicht achter
Ik reed tevreden terug, alweer blij met die aardige mensen, die me verzekerden dat ik altijd langs mocht komen. Thuis heb ik mezelf en al mijn kleren meteen in de tobbe gestopt vanwege een merkwaardig luchtje, dat niet weg te krijgen was. Varkentjes.
Later vandaag: De Vernissage! Ik heb me weer bijzonder vermaakt.
Het is weer zover, we zijn net opgestaan en gaan straks beginnen aan onze jaarlijkse ronde. Gisteren hebben Saar en ik niets anders gedaan dan bakken, waardoor we tegen 17:00 uur geen chocola-, suiker- of vanillegeur meer konden verdragen. Dankzij Eveline van Potten en Pannen is het peperkoekhuis dit jaar een stevig en aantrekkelijk elegant bouwwerk geworden.
Verder hebben we brownies, madeleines, koekjes en muffins. Die komen van de BBC:
Mary Berry in Great British Food Revival, still uit de film
Dankzij een programmaatje waarmee ik BBC-programma’s kan downloaden, zie ik eindelijk weer eens zoiets als Gardener’s World en series in zijn geheel, als ik ze pas bij de derde aflevering ontdek, want dan download ik gewoon de gemiste. De BBC heeft iPlayer, bij ons Uitzendinggemist geheten, dat je alleen kunt bekijken als je in de UK zit, dat wil zeggen, als iPlayer denkt dat je in de UK zit. Je kunt namelijk iPlayer bedotten door het te laten denken dat je een Brits IP-adres hebt, maar dat is vragen om problemen, want dan zet je de deur wagenwijd open voor digiboefjes, schijnt. Hoe dat allemaal precies werkt, ga ik nu niet uitleggen omdat ik het niet weet, maar ik gebruik nu een iPlayernepper, waarmee ik trouwens misschien ook wel onveilig bezig ben. On verra bien, denk ik, in de waan dat het met een Mac niet zo’n vaart zal lopen.
Anyway, ik ontdekte de Great British Food Revival, een serie waarin een aantal TV-chefs om de beurt de aandacht vestigen op een – in de UK gekweekt – verloren gegaan of bedreigd product, ik noem de Kool, de Rode Biet, de Knoflook, Rabarber, Kersen, Walnoten, Eieren, Aalbessen (alle kleuren) enzovoorts. Ze bezoeken kwekers, maken drie verschillende gangen en proberen mensen ervan te overtuigen dat het een imagokwestie is, want dat je veel meer kunt doen met zoiets als Kool dan het tot snot te koken.
Clarissa Dickson Wright, bezig met knoflookkip, filmstill
Het vermakelijke is dat sommigen zoals bv Clarissa Dickson Wright – die ene van de Two Fat Ladies – tijdens het bereiden allerlei nuttige mededelingen doet: “Another of my boyfriends who was a brilliant carver, could feed six people of a chicken this size, with second helpings“, nadat ze het eerst over een ander had gehad, die dol op knoflook was: “he would greet me with a little bit of mashed garlic on a crouton, voordat de “evening of passion” een aanvang nam, opdat ze geen last zou hebben van zijn adem.
Ondertussen heb ik bij Vreeken de bloemzaadjes besteld die in dat veld bij de Cidrerie stonden in oktober.
Tussen deze pracht stonden behalve de Cosmea’s, slaapmutsjes, korenbloemen en duizendblad (duizendbladeren?) ook zonnebloemen en pompoenen. En een ouwe vogelverschrikker, die op deze foto in het midden te zien is. Zonnebloem- en pompoenzaad heb ik in grote hoeveelheden zelf. Nu had ik de eerste pompoen tot soep gekookt (beetje verse gember erin) en de zaden op de vensterbank te drogen gelegd. Die waren plotseling weg, nadat ik een hele dikke muis op z’n dooie akkertje door de kamer had zien sjokken. “Pak ze, Bess!’ had geen enkele zin, Bess holde naar een willekeurige hoek in de kamer en hield leuk de schijn op. Heb je ook niks aan. Ze vergeet haar neus te gebruiken, dat is het en ze heeft een bril nodig. Ik vond het restant van de zaden onder de centrale verwarming, samen met de laatste haren van Kwint, die eerst nog overal vandaan kwamen, maar nu langzaam maar zeker aan het verdwijnen zijn, maar dit even terzijde.
Wat heeft de Great British Food Revival nu met een Franse tuin te maken? Nou, toen ik Mary Berry’s bijdrage nog eens goed bekeek, zag ik dat er een prachtig klimrek voor runner beans achter haar te zien was, zie bovenste foto. Dat ga ik volgend jaar ook maken. En dan die vogelverschrikker natuurlijk. En die kip met hele bollen knoflook van Clarissa, een recept uit de 12e eeuw. Wie zoals ik geen genoeg van deze vrouw kan krijgen, kan op Youtube Clarissa and the King’s Cookbook zien. Hier het eerste deel:
Laatste reacties