Négligence

View on our village
Bleu bekijkt zijn koninkrijk

Ik weet niet wat het is in dit land, maar ik ben hier het laatste half jaar stevig geconfronteerd met de algemene laksheid en slordigheid van instellingen waar ik iets van moet.
Ik heb het niet over de Sécu en de carte vitale, want dat is zo top georganiseerd, dat je als je thuiskomt van een bezoek aan de tandarts, ik noem maar iets, het geld al op je rekening is bijgeschreven. Feitelijk verdien je erop, want die cheque die je hebt uitgeschreven aan de tandarts, wordt vaak pas een week later geïnd.

Nee, het gaat om bijvoorbeeld de notaris. Of de garage, ook zoiets. Of de werkgever.
Volgens buurman zijn zoon Pierre is het  typisch Frans: als je niets zegt, mededeelt of communiceert, bestaat het niet of gaat het misschien vanzelf weg.
Als je een sollicitatiebrief verstuurt, of een ander verzoek aan een instantie, mòet je die met ontvangstbevestiging versturen, anders beweren ze rustig desgevraagd dat ze niets hebben ontvangen. Als je er niet naar vraagt, hoor je nooit meer iets, indien dat beter uitkomt.

Snow in the forest
Plotseling ziet alles er anders uit, het was heel tijdelijk besneeuwd

Ik was twee maanden geleden bij de garage geweest, waar de auto een nachtje logeerde, omdat die een grote beurt nodig had en nog wat rare dingetjes zoals de geur van motorlucht binnen.

Nu hadden ze een beetje zitten klooien en de conclusie was: er moest een nieuw filter en filterhuis in en er zat een gat in de uitlaat, dat ze zouden solderen, want een nieuwe uitlaat kostte meer dan die hele auto waard was.
Ok. Ik vroeg om een offerte, die ik tot op heden niet heb gekregen. Ik heb gebeld, gemaild, gebeld, ik ben er langsgegaan, nog een keer, etc.
Antwoord: oh ja, vergeten, of ik hoorde niets. Nooit teruggebeld, nooit email beantwoord.
Tot ik anderhalve week geleden niet wegkon, omdat hij niet meer startte. Ik moest de garage wel bellen, anders kon ik niet naar werk.
De automonteur kwam, startte met moeite de auto, wierp een blik onder de motorkap en zei: nou, hopeloos geval, dat gaat je kosten! Je kunt beter een andere kopen.

 Cat is too fat
Dikke PP (=buuf voert hem vet) vindt de auto nog prima 

Ik was niet blij. Tweedehands is hier veel duurder dan in Nederland en als hij me niet zo had laten barsten, had ik tenminste nog een half jaartje mee kunnen rijden, tot de APK vernieuwd moest worden. 

Ik reed in mineur naar mijn klantjes en toen ik in B. bij de weduwe  van de bakker aankwam en mijn beklag deed, zei ze:
– Onze auto staat nog in de garage, kopen? 
Een renault 21 uit 1993. Ik heb het in godsnaam maar gedaan. Waarover een andere keer meer.

Border collie during walkie walkie
Wachten, wachten, wachten 

Ondertussen zat ik vanaf eind augustus te wachten op de afwikkeling van de echtscheiding, d.i. het huis dat – tegen betaling – op mijn naam zou worden geschreven. De Franse lokale notaris (zie een paar stukjes eerder) had alle papieren gekregen, een vertaling, half oktober had hij toegezegd en toen ik begin november nog niets had gehoord, belde ik of al het papierwerk in orde was bevonden en of de zaak aan het rollen was.

De klerkmevrouw die de zaak behandelde, zei dat ze nog geen tijd had gehad.
Oh. Hoe zit dat dan met die belofte van half oktober? Neen, over een week zou ze me een bericht sturen.

Na tien dagen belde ik weer. Nu klonkt ze al licht hysterisch. Neen, neen, neen, ze had nog geen tijd gehad. Als het maar voor 1 december klaar is, mevrouw, stelde ik voor, want als ik werkelijke deadline, 31 december 2017 zou noemen, zou ze het ongetwijfeld daarop hebben laten uitlopen.
Ik nam me voor elke vrijdagmiddag te bellen, zolang ik niets van ze gehoord had. Was dat een goed idee? Dat vond dit mevrouwtje van niet.
Ze raakte er zo volkomen van over haar theewater, dat ze meteen al gilde:
– U moet me niet steeds BELLEN! U MOET ME NIET STEEDS BELLEN! U MOET ME NIET STEEDS BELLEN!  en vervolgens: DÉSOLÉE ! DÉSOLÉE ! DÉSOLÉE ! DÉSOLÉE !
Christusmeziele. Dat dacht ik. En: lekker professioneel.

Ik probeerde haar nog in alle redelijkheid ervan te overtuigen dat ze van me af zou zijn, zodra er een datum bepaald was, maar ik sprak tegen een dolgedraaide klerk. Na haar op het hart gedrukt te hebben haar werk en mij serieus te nemen, verbrak ik zuchtend de verbinding. Dat herhaalde zich in de loop van de maand nog een aantal keer. Hopeloos, hopeloos geval.

De volgende strategie was mailen, waarin ik dreigde met een andere notaris. Daar kreeg ik al helemaal geen reactie op. 
Ondertussen drong de tijd. Ik belde nog een keer voor kerstmis, met het idee dat we dan nog 5 dagen zouden hebben. De smoezen waren: ik heb geen TIJD!! ik moet VANAVOND EEN CURSUS volgen, ik moet ook nog NAAR HUIS, MEVROUW!!! In een gillend hoog volume, paniek, paniek. 
Me during walkie walkie in the forest
I give up 

Toen was de maat helemaal vol. Ik belde de notaris zelf, die “in bespreking” was, maar die me zou terugbellen. Nooit gedaan. Tot op heden. 

Toen 30 december en de laatste dag was aangebroken, schreef ik dat ik er genoeg van had en dat ik naar een ander zou gaan. Bedankt voor helemaal niets. Dat ik nog nooit zoiets onprofessioneels had meegemaakt en dat ik had verwacht op de hoogte gehouden te worden van de gang van zaken, maar dat het enige resultaat de hysterische aanval van een employee was.

En warempel, ik kreeg antwoord. Dat er een papiertje ontbrak. Dat ze de convenant hadden laten vertalen voor dat en dat bedrag. (Hoezo? Er was een vertaling!) Dit alles beschouwde ik als een truukje om de schuld bij mij te leggen, waar ik natuurlijk niet intrapte.  
Te laat, schreef ik, ik heb al contact met een ander, die me verzekerd heeft dat het hooguit 3 weken gaat duren, als de papieren in orde zijn. Meneer, u heeft gewoon 4 maanden geen spat uitgevoerd. Ontken dat maar eens. 

Goed, beste jongens en meisjes, ik kreeg een poeslief mailtje met alle documenten in pdf, waarmee ik naar die ander ben gegaan. Daar zit beweging in. Ik denk dat dat nu nog een week gaat duren, hooguit. Was dat nou zo moeilijk? Kennelijk.

(Als hij – de eerste – het waagt een rekening te sturen, dien ik een officiele klacht in. Nalatigheid is een gegronde reden. Ik hoop dat hij het niet zo ver laat komen.)

 

             

 

Een nieuwe apiculturele ontmoeting

Beehives in a village in the Creuse
Vijf zelfgetimmerde kasten met overwinterende bijen

Ik had aan een lid van het feestcomité, tevens schoonzoon van een klantje èn bekend bij iedereen in een straal van 100 km gevraagd of hij niet nog imkers kende, en ja hoor, hij voegde er nog één toe aan mijn lijstje van twee. Dat maakt drie. Drie imkers in de wijde omtrek! Geen wonder dat ze hier klagen over het gebrek aan fruit.

Deze bijenhouder ben ik gisteren gaan bezoeken, vader van het postmeisje uit het dorp a/d rivier en toen ik hem zag, herkende ik hem van de zomerbrocante van onze gemeente. Hij stond me al op te wachten in dat bekende blauwe Franse boerenwerkpak.
Nee, wacht even, ik herkende zijn gezicht, maar ik wist niet meer waarvan, tot ik in zijn werkplaats zijn houtwerkkunst zag en eindelijk het kwartje viel.
(Nu zoek ik me suf naar mijn foto’s uit 2010, waar hij op staat met zijn houten kunstwerken en die kan ik niet vinden. Google bracht me hier)

France
Ramen voor de bijenraten

We zetten het meteen op een kakelen, want dat ging vanzelf en hij antwoordde op al mijn vragen die, zonder dat ik maar hoefde na te denken, vanzelf opkwamen. 
Hij was pas vijf jaar geleden met bijen begonnen. Ah, dat kwam goed uit, want ik wilde weten hoe hij dat had aangepakt en ook waarom eigenlijk.
Hij had na zijn pensionering als boer een bezigheid gezocht waarbij fysieke kracht niet persé nodig was. Degene die hem zijn eerste kennis had bijgebracht was de derde imker van mijn wenslijstje, die hem meteen ook zijn eerste zwerm cadeau had gedaan. 

Van een oude bijenkast had hij de maten genomen en er een kopie van gemaakt. En nog een, en nog een en nog meer. Zijn schuur en werkplaats stonden vol met ruches, hausses, cadres waarvan hij me precies uitlegde hoe hij die had gemaakt en welke slimmigheidjes er in waren verwerkt. Hij is gewoon heel goed met hout.

Beehive frames
Ik kreeg twee bijenraatramen van hem mee om ze te kunnen namaken

Zijn zwerm had zich het eerste jaar opgesplitst, het jaar daarop weer en zo had hij zijn volkjes uitgebreid.
Hoe had hij dat gedaan, zo’n zwerm vangen, was dat makkelijk en had hij dat van tevoren zien aankomen? Ik vroeg en vroeg en vroeg. Hem de oren van het hoofd.
Meestal ging het goed, maar een keer stonden ze op vertrekken, dus toen hij even een kiep met een borstel ging halen en éen minuut later terugkwam, waren ze nergens meer te bekennen. Meestal houden zich ze een tijdje op op dezelfde hangplek, voordat ze er vandoor gaan. 

Een keer had hij via-via een zwerm gevonden zonder koningin. Hij had ze een raat uit een andere kast met verse eitjes (“brrroed”) gegeven en warempel, de moerloze bijen hadden een koningin weten op te fokken, waardoor ze nog lang en gelukkig leefden.

London
Koolzaadvelden in UK in juni 2013 

Verder hadden we het over bloemen, de wilg, de linde, de klimop, de fruitbomen, en de grote koolzaadvelden, die er elk jaar geweldig uitzien en fantastisch ruiken, maar die zo verschrikkelijk vergiftigd worden door bestrijdingsmiddelen, dat hele bijenvolkjes het loodje leggen. Dat is echt een enorm probleem. Moet je de bijen als kippen ophokken? Dat kan toch helemaal niet.

Hij was degene die de zwerm die ik twee jaar geleden de zolder van onze Salle Polyvalente had zien betrekken, had meegenomen, zonder twijfel op verzoek van zijn schoonzoon, de cantonnier van onze gemeente, die weer met zijn dochter, het postmeisje is getrouwd. Ik vroeg me toch een tijd geleden af of ze er nog steeds zaten, de bijtjes.

Beehive made by a beekeeper friend
Links een minikast voor net gevangen zwermen

Zwermen zijn er genoeg. De kwestie is: hoe krijg je ze te pakken? Dat is allemaal te vinden als je een beetje googelt, dus dat wordt het project in het voorjaar.
Ondertussen bood deze geweldige man aan een bijenkast voor me te maken. Ik denk dat ik dat aanbod ga aannemen. Wat een feest en wat zijn de mensen hier toch hartelijk! Maar deze lieve Creusois is echt uitzonderlijk lief en behulpzaam. Bof ik even!

Top bar hive
Mijn eigen Keniaan

Even tussen haakjes, ik heb al sinds 13 december een Keniaanse kast via de houthandel Coucou, dwz een horizontale met een venster, die erg eenvoudig te gebruiken is, je hoeft niks te tillen en raatramen maken is ook niet nodig, want je legt er gewoon stevige latten op met startwas en hup, daar gaan de bijen.

Die kast heb ik zelf in elkaar moeten schroeven tijdens een georganiseerde middag in het centrum van Guéret, waarover een andere keer meer. Maar twee kasten is natuurlijk beter en drie kasten is best, zie vorige stukje. Je moet op zwermen voorbereid zijn. 
Deze jonge houthandelaar met passie voor bijen, die trouwens hier vlakbij woont, gaf toen allerlei adviezen en tips en ook de raad om niet bij de reguliere imkerij te gaan rondkleppen dat je een horizontale kast hebt. Daar heb je weer allerlei heftige politieke stromingen en geloven, pro’s en contra’s, dat het beter is je snuit te houden. Je steekt er wel altijd iets van op.
Haha, ik lach me nu al een kriek. Ik ben namelijk lid van zo’n club geworden. Die begint eind januari met een heuse imkerschool. Op ouderwetsche grondslag, maar met een depot vol materieel. On verra bien. Als ze maar niet veel gif gebruiken.

Terug naar de ontmoeting. Ik wilde nog wel weten welk hout mijn nieuwe bijenmaatje gebruikte en waar hij dat kocht. Dat kocht hij niet, hij had het gewoon, ze hadden bos bij ons in de buurt, kijk, precies dit bos hieronder op de foto, waar ik gisteren de hond uitliet.

Walking the dog late foggy Sunday afternoon
Zelfde bos waar ik mijn cèpes vind

We roddelden nog wat over gemeenschappelijke kennissen, waaronder buurman Peut-Être, met wie hij in de klas had gezeten. Zelfde geboortejaar. 
– Heeft hij zijn huis al verkocht? grinnikte hij. 
Zie mijn postje Makelaartje, het is toch niet te geloven! Iedereen is op de hoogte van de hersenspinsels en het bizarre gedrag van onze buurman. 
We namen hartelijk afscheid en ik beloofde snel weer langs te komen.

Ik kwam helemaal vol nieuwe energie en blijdschap bij vriendin J. aan, die daar niet zover vandaan woont en ook van dezelfde generatie is. We dronken een kopje thee en kletsten wat. 
Ze had weer een verhaal over de gebochelde en haar familie, die 150 meter verderop woonden.

J.’s schoonvader die bij haar inwoonde, had in de jaren 60 als eerste een TV en net als elders in de wereld, kwamen de buren met open monden het mirakel in bewondering aanschouwen.
En daar bleef het niet bij: elke avond kwam het hele gezin Bochel = 7 of 8 man, tv-kijken, tot de uitzendingen waren afgelopen. Ze dronken en aten er vrolijk op los. 

tvkijken1950.jpg

Screendump van google-plaatjes: TV kijken 1950

Onze J. kreeg er flink genoeg van, maar met haar zachte karakter verdroeg ze deze invasie lijdzaam. Tot mevrouw Bochel zelf op een avond klaagde dat ze het een beetje fris vond en of de kachel niet wat harder kon worden opgepookt. 

Dat was de druppel. Ze hebben de hele familie er in een zwiep uitgesmeten. Ik moest zo verschrikkelijk lachen, hoewel er ook een dieptreurig kant aan het verhaal van de Bochels zit. Dat bewaar ik misschien voor een volgende keer of voor een ander medium. Want het is te erg.

Bijen

Dead bees in the zinc
Dode bijen in de wastafel van het lege huis van de buurman

Toen RoRo7 en ik honderd jaar geleden of daaromtrent onze avonturen beleefden in de omgeving van het Rijnlands Lyceum te Oegstgeest en we per ongeluk of expres, dat kan ik me niet meer herinneren op het Heempark stuitten, begonnen we onmiddellijk te fantaseren hoe we als we later groot waren, we onze eigen bijen zouden houden. Je kon daar geloof ik imkercursussen volgen, maar omdat we voor ons eindexamen zaten of heel erg drukke andere bezigheden hadden, kwam het er niet van.

We zijn vijftig jaar later en het is RoRo7 warempel vorig jaar gelukt, ze heeft een zoemende bijenkast na een imkercursus, min of meer dezelfde die de oudste dochter toevallig tegelijkertijd heeft gevolgd. Nu ik nog.

Abandoned beehive
Oude raten in een verlaten bijenkast

Het was me al ruim voor de berichtgeving van de laatste tijd opgevallen dat er minder de insecten rondvlogen, niet alleen minder honingbijen, maar minder hommels, wespen, frelons, muggen, lieveheersbeestjes, bruingemarmerde stinkwantsen, andere engerds waarvan ik de naam niet weet en dit jaar hebben we zelfs nauwelijks vliegen gezien. Toen ik de buren daarop wees, beaamden ze dat, verdomd, je hebt gelijk, geen vliegen! Auto’s komen brandschoon thuis na een zomerdag op de péage, geen bloedspatje of geplet torretje te bekennen.
Hoe de zwaluwen dat gaan overleven weet ik niet.

The flowering ivy (one whasp)
Anders zit de bloeiende klimop onder de bijen, vliegen en wespen. Nu 1 wesp!

Toen ik laatst op de markt zag dat de man van kruidenvrouwtje dienst had, omdat zij waarschijnlijk met vakantie was, greep ik mijn kans. Ze zijn van de biologische en verkopen zaken als plantjes in het voorjaar, vers appelsap nu en het hele jaar door bijenproducten, van honing tot royal jelly. Hij is de imker, die moest ik hebben.

Ik ben helemaal niet zo’n held als ik zomaar iemand moet aanspreken, zeker als ik iets van hem wil, dus ik had al thuis gerepeteerd wat ik zou vragen, als hij toevallig op de markt stond. Of hij ook een adres wist waar je tweedehands bijenkasten kon kopen.
Nee, dat wist hij niet.

Ok. Dat schoot niet op. Ik begon naar zijn bijen en zijn werk te vragen, en ik vertelde hoe ik toch een paar keer bijen had zien zwermen, waarvan ik me afvroeg of ze ooit door een imker waren opgehaald. De laatste keer in april vorig jaar zag ik een heel volkje via een kier in in de muur de zolder van de Salle Polyvalente ingaan, toen we met het feestcomité de belotewedstrijd aan het voorbereiden waren. Misschien zitten ze er nu nog.

Ik kletste maar door, over mijn tuin, de bloemen die ik speciaal voor bijen en andere insecten had gezaaid en geplant, door de buren beschouwd als onkruid, wat onmiddellijk verwijderd zou moeten worden. De bloeiende klimop, waarvan de honinggeur zo sterk is, dat ik niet wil doorlopen, maar een paar minuten blijf zwijmelen, maar die natuurlijk in de ogen van buurman Peut-Être elk jaar geamputeerd dient te worden. Etc.

Abandoned beehive
Verlaten kast

En ja, hij (de imker) ontdooide, vooral toen ik vertelde dat de oudste dochter een imkerijcursus had gedaan en ik met een paar termen smeet, waaruit moest blijken dat ik ook niet helemaal achterlijk was. 
Hij beweerde dat hij slechte ervaringen had met zo’n losse onbekende zwerm, dat de broed vaak niet lekker ging, waarom was me niet duidelijk. Had iets met de koningin te maken.
In ieder geval gaf hij me zijn telefoonnummer en vroeg me hem in maart te bellen en in ieder geval contact met zijn kruidenvrouwtje  Marie te houden, want, zei hij, ik moet nog een paar nieuwe kasten maken, dus ik kan er best nog een extra timmeren. Hoera! HOERA!

(Sommige termen van de imkerij doen de dochter en mij altijd griezelen, darrenslacht, moerrooster, overlarven, was zweten, broedaflegger, bultbroed, darrenbroed, of Amerikaans vuilbroed, alles met broed klinkt feitelijk ranzig, waarom weet ik niet, dit terzijde natuurlijk.)
 

Abandoned beehive
Meer verlaten kast

Nu had ik al eerder overal rondgevraagd of de mensen hier nog bijen hielden, ook al omdat ik nieuwsgierig was van wie die verlaten kasten waren, die ik op mijn wandelingen zie.
De schoonvader van de dochter van vriendin P, die houdt ze, maar die leek de boot te willen afhouden, waarschijnlijk omdat mijn boodschap niet goed was overgekomen. Ik wilde hem uithoren over die bijen om er een stukje over te schrijven, hoe hij dat denkelijk van zijn vader of moeder had geleerd, want iedereen hield hier bijen, vijftig jaar geleden, voor bestuiving, de was en honing. 

Les abeilles, ça se n’explique pas, ça se vie” had hij gezegd. Tja, daar ben ik het natuurlijk niet mee eens, want anders zou je ook geen imkeropleiding nodig hebben en zouden er geen eindeloze boeken, instructiefilmpjes en bijbijeenkomsten bestaan.
Ik had geen explication nodig, zei ik tegen zijn schoondochter, die mij dit had gezegd, maar ik wilde gewoon eens kijken en een beetje praten. Dat kon helaas niet, want hij moest naar het ziekenhuis met hartproblemen.
En zo sterft het bijenhouden samen met de bijenhouders uit, als ze hun kennis niet willen delen.

Tafel en boek uit dezelfde tijd
Kijk, de korf in het boek staat op ongeveer eenzelfde bijenkorftafel  als de gevonden schemerlamp
Meer boekpagina’s op flickr 

Ik heb nog een ander hengeltje uitstaan, toevallig bij de dochter van deze oude heer, die getrouwd was met de waarschijnlijke eigenaar van de verlaten kasten. Zij was degene die me mijn eerste Brahma-eieren had gegeven. Volgens buurman P stonden de kasten van deze overleden man, toen hij nog leefde overal in de omgeving. 
Die ga ik maar eens bellen, zijn vrouw dan, die van de kippen.

De reacties van mensen uit mijn omgeving zijn bizar, als ik over mijn plannen vertel: “Ça pique!”.
Dat zijn dan boeren, die klagen dat de fruitoogsten niet meer zo zijn als vroeger, dat er geen bijen meer zijn, dat je zoveel jaar geleden de honing zo uit de bomen kon halen, maar nee, geen bijen hier, hoor, want “ça pique!”.
Maakt niet uit als je vertelt dat tamme honingbijen niet agressief zijn. “Ja, maar ik ben gestoken!”
– Had je parfum op? Stond je midden op hun aanvliegroute? Had je vrolijk gekleurde of donkere kleren aan?

Drie keer ja. Dan vraag je er ook om, sufferd.  

Je vraagt je af waar ze hun kennis ooit hebben opgedaan. Dat vraag ik me trouwens wel vaker af: kikkers, padden, ringslangen, hazelwormen, egels, alles wordt zonder aarzelen doodgeslagen, want ze kruipen, ze zijn schadelijk, eten de eieren van de kippen op of meer van die onzin. 
Ik kan niet echt tegen die domheid.

 

(Bladzijde boven uit het lesboekje La première Année d’Agriculture, gevonden in ons Franse huis)

Leerboek landbouwonderwijs - 1910 - schoolbook agricultural education, found in our French house

Makelaartje

Bleu the border collie. No, don't look like that.
Bleu, kijk niet zo

Het huis van de buurman D staat nu al een aantal jaren te koop en omdat ik de sleutels heb, thuis ben op internet en een beetje publiciteit kan verzorgen, heb ik al heel wat mensen het huis laten zien, dankzij een advertentie op leboncoin, op Engelstalige en Nederlandse sites en een bord aan het hek met mijn telefoonnummer voor de toevallige passant.

Anderhalve maand geleden parkeerde een mevrouwtje voor het huis en vroeg aan buurvrouw P, die weer aan mij vroeg of ze binnen mocht kijken.

Ik had de voordeur nog niet opengewrikt of ze riep al: “Oh, wat een heerlijk huis, helemaal mijn smaak, echt un coup de coeur!”
Dat ging wel heel snel.
Ze herhaalde dat wel 5 maal en wilde helemaal niet alles zien, want toen ik de cave, de garage en de grange wilde laten zien, zei ze, neen, dat hoeft niet, ik zie wel dat het allemaal in de orde is.
Ok, goed.

Bleu the border collie. No, don't look like that.
Hij kijkt altijd een beetje schuldig

Ik noteerde haar gegevens en stuurde buurman een berichtje met deze ontwikkelingen. Ook dat ik een lichte aarzeling voelde, omdat ik me niet kon voorstellen dat je een huis koopt, zonder dat je alle kamers hebt bekeken en deze dame een beetje te opgewonden was in mijn ogen. Niet onvriendelijk, maar geagiteerd, een beetje van de hak op de tak en snel afgeleid.

Aan de andere kant kon ik ook wel begrijpen dat je voor een huis valt en omdat alle huizen tegenwoordig een officiële verklaring van “diagnostics techniques” = asbest, elektriciteit, septische tank, energieverbruik etc. moeten hebben, kun je je er minder een buil aan vallen dan wij indertijd hebben gedaan.

Ze belde me een paar dagen later of ze langs mocht komen voor foto’s om aan haar kinderen te sturen en toen probeerde ik haar alsnog te dwingen de andere ruimtes te bekijken. De zolder heb ik haar niet opgekregen en de grange mocht op slot blijven. Wat doe je eraan? Niks.

Bleu the border collie.
Bleu, wel mijn kant opkijken

Niet helemaal toevallig kwam op hetzelfde moment buurman Peut-Être langs met L, een van mijn bejaarde vriendinnen bij wie ik af en toe ook werk en die zich afvroeg waarom ik nooit meer bij haar kwam poetsen. Een vraag die me vaak gesteld wordt, maar waar ik geen antwoord op heb, behalve dat ik er niet over ga.
Il faut pas chercher à comprendre hoe de hersens van de dames op het hoofdkantoor werken, al sla je me dood, ik heb er nog nooit enig systeem of doel in kunnen ontdekken, behalve dan bij iedereen irritatie opwekken.

– Kom maar eens mee, zei buurman (nooit gehinderd door wat dan ook) tegen de aspirant-koopster, ik heb ook een huis te koop.
Oh, hellup. En ondanks licht verzet sjokten we met zijn allen als makke schapen achter buurman aan.

Bleu the border collie.
Ja, ho even

Buurvrouw Peut-Être werd dus plotseling overvallen door een kleine menigte met éen potentiele koper en haar eigen man die haar huis onder haar dinges vandaan wilde verkopen. Toen ik vroeg of ze dat wel een goed idee vond, deed ze net of ze me niet begreep. Ze heeft niks te vinden of te zeggen, dat is het.

Wij, de dorpsgenoten denken namelijk dat het niet zo’n goed idee is, hoewel ze het natuurlijk helemaal zelf moeten weten. Hij heeft ook wel een beetje gelijk dat ze een dagje ouder worden en dat de winkels en alle andere diensten zich in de Grote Stad Châteauroux om de hoek bevinden.
De vraag is bijvoorbeeld of er hier op het achterlijke platteland nog een huisarts beschikbaar als ze (en we) de 80 zijn gepasseerd, want dokters wensen zich hier niet te vestigen en dat is weer begrijpelijk. Er is hier geen klap te doen en de partner van de dokter (m/v) heeft ook een baan, die je niet zomaar naar de Creuse kunt overplanten.
Maar elke dag van het jaar opgesloten te zitten in de stad met buurman Peut-Être, waar geen ontsnappen aan is, neen, dat is geen goed plan en evenmin een lolletje.

Ik luisterde ondertussen naar de zorgen van vriendin L, terwijl deuren werden geopend en gesloten en de staat van het huis door buurman aangeprezen werd.
– Nee, hoorde ik de koopster zeggen, ik vind dat andere huis veel fijner.
Ze wond er geen doekjes om.

Bleu the border collie.
Nee, niet zo

Een of twee weken later vloog buurman D. uit Engeland naar La S. voor een afspraak met mevrouwtje en een notaris, want ze wilde per se niet de bekende notaris uit haar woonplaats, die volgens haar veel te hoge tarieven rekende en dus een boef en oplichter was. Ik kan me niet voorstellen dat andere notarissen goedkoper zijn.

Nu bleek de afspraak tot grote verbazing van D. helemaal niet met een notaris maar met een adviseur van de bank, waar hij helemaal niet geacht werd bij aanwezig te zijn, maar dat wel was. Ze kwamen in ieder geval tot een overeenkomst nadat ze zonder afspraak toch nog een notaris gesproken hadden.

Het wachten is op de instanties die de vereiste technische rapporten moeten opstellen, voordat het voorlopig koopcontract kan worden getekend.
En daar heeft mevrouwtje geen geduld voor, want ze komt om de haverklap hier kijken of er al iets gaande is. Ze wilde eigenlijk al gaan schoonmaken met haar dochter en haar spullen verhuizen.
Ik moet haar elke keer uitleggen dat de technische jongens de opdracht hebben ontvangen en dat de boel in beweging is, hoewel die gasten werkelijk nooit eens een beetje snel zijn. En dat ze niet eerder kan verhuizen dan wanneer het geld is overgemaakt en ze de sleutels plechtig in ontvangst heeft genomen.

Laatst stond ze hier weer voor de deur. We praatten wat toen ze plotseling vroeg: “Die meneer uit Châteauroux, is die wel helemaal..?”, en ze maakte met haar wijsvinger een draaiende beweging naast haar hoofd.
Nee, ik barstte niet in lachen uit, maar beheerste me, terwijl ik haar verzekerde dat hij heel aardig was, maar nogal vaak van gedachten veranderde. Wat niet helemaal gelogen is.

We zullen zien hoe dit verder gaat.

Bleu blaft, die heeft hier een glanzende carrière als deurbel. Verdomd, daar zal je dr alweer hebben. Wat doe ik, wegduiken of de deur open? Er is geen ontsnappen aan.

Niet lekker

Bin containers
De vermaledijde containers, rechts tuin van buurman

Over de vuilcontainers hierboven tegenover buurman Peut-être was een aantal jaren geleden nogal wat te doen, ik weet niet of ik dat al eens heb genoemd. 
De SIERS die daarover gaat, wilde kennelijk om logistieke of onbegrijpelijke andere redenen van de vier containers er plotseling twee aan de kant van de weg midden in de brandende zon in de greppel tegenover het terrein van buurman hebben. Ze stonden oorspronkelijk in het midden van het dorp in de schaduw tegen de achterkant van een een paar schuren, waar ze niemand tot last waren, integendeel.

Grapes
De oorspronkelijke plek van de containers

Die verplaatsing was om verschillende redenen een slecht idee.
Ten eerste de zon: in de zomer begint dat allemaal lekker te gisten en een merkwaardige onaangename putlucht af te geven.
Ten tweede de greppel: als je de klep opendoet, lazert gegarandeerd de hele container om en zie hem als bejaarde zwakkeling maar weer eens overeind te krijgen.
En ten derde de locatie: de vaste bewoners wonen dichter bij de oorspronkelijke plek van de vier containers. De enige voor wie dat qua afstand beter uitkomt, is buurman P-E, die er alleen in de zomer is en dus te maken heeft met die vuilnisbakkenrottingsgeur.

En tenslotte, als je een volle container treft, moet je met je hele zooi naar de andere kant van het dorp voor de andere die leger is. En als het nou een wereldstad was, ons gehucht, maar het aantal vaste bewoners is 8 personen inclusief een kleuter. In de zomer zijn we misschien met 16. Allemaal zinloze veranderingen die aan een bureau bedacht zijn.

Neighbours' garden
Het gazon van buurman met appelbomen 

Het was een heel “typisch Frans” gedoe volgens onze Engelse buurman D. indertijd, want ik geloof dat ze eerst van plan waren ze helemaal aan de buitenkant van het dorp te zetten bij de visvijver, waardoor je met je troep over een grotere afstand en een niet-geasfalteerde landweg ook nog eens een helling zou moeten nemen. Buurman P protesteerde daar heftig tegen vanwege slecht ter been zijnde, wat hij gelijk had.

Goed, ik ging een paar dagen geleden de reclamefolders en melkpakken weggooien in de containers van de foto, omdat de kans dat die minder vol zijn groter is, om genoemde logistieke redenen.
Buurman was op zijn nieuwe tracteur tondeuze beneden in zijn tuin zijn gemaaide gazon aan het maaien, zoals we van hem gewend zijn. Volgens JP ligt het zwaartepunt van dat ding te hoog, waardoor de kans bestaat dat buurman een keer met grasmaaier en al gaat omvallen als hij een hellinkje neemt. Nu was hij op een redelijk plat stuk bezig. Nee, hij gaat in dit stukje niet omvallen, n’ayez crainte.

Ik deed de klep van de container omhoog en liet hem rusten tegen de hogere kant, omdat ik geen drie handen heb om die klep vast te houden en er tegelijkertijd een bak met afval erin te legen.

Ik had al gezien dat ik gespot was, maar lette er verder niet op, tot het geluid dichterbij kwam, hij op zijn grasmaaier plotseling de weg overstak en me gebaarde op te hoepelen bij die container.
Ik moest inderdaad maken dat ik verdomme wegkwam, want hij ging uit het niets het gras rond de containers maaien en bedolf me in éen moeite met rondvliegend gras.

Is die man wel lekker, vraag je je dan af. Waarom in godsnaam pardoes daar gaan maaien?
Il ne faut pas chercher à comprendre.

Fly agaric / Amanita muscaria
Paddo’s in grote hoeveelheden tussen de cèpes: de vliegenzwam

De volgende keer zal ik het hebben over de gebeurtenissen rond de verkoop van het huis van onze Engelse buurman en de kandidaat-koper. Dat was me ja weer wat.
Buurman vormt toch een onuitputtelijke bron van vermaak. Niet dat hij niet aardig of behulpzaam is, nee, hij is alleen maar incomprehensible.

Dagelijks leven in Frankrijk