Tag Archives: Amsterdam

VUmc

Preparation for heart operation
De zuurstofbril wordt opgezet, de patient kan nog lachen

Dinsdag hoorden we na een telefoontje van onze kant dat Siebe zich de volgende dag moest melden. Donderdagmiddag zou hij dan worden geopereerd. Ik zou een heel weblog kunnen wijden aan de falende communicatie van deze instelling, als ze dat niet zelf al gedaan hadden met die ellende van Oerlemans en de longartsshit annex IC. Google maar even op VUmc en je bent weer op de hoogte.

Kijk, die wachttijd na het eerste onderzoek dat was 6-8 weken, een belachelijk lange tijd volgens onze Franse vrienden, want in het beloofde land ben je vrijwel meteen aan de beurt. Het is ook gek, want de wachttijd blijft altijd maar dezelfde, inlopen doen ze niet, bedoel ik te zeggen, integendeel.
Dat wachten heeft de stress wel vergroot, vooral ook omdat die VU-telefoonjuffrouw ons op het hart drukte al vanaf 5 weken wachttijd te gaan bellen of het zover was. We dachten nog even, gaan ze daar niet met vakantie, neen, hoor, er wordt gewoon doorgewerkt, beweerde men. Nou, dat is dus niet zo, wisten ze ons woensdag te vertellen. Doen ze normaal 3 operaties/dag, in de zomer zijn dat er 2.
Waarom, ik herhaal, waarom wordt dat niet verteld? Daar weet ik wel het antwoord op: omdat ze niet kunnen communiceren bij het VUmc. (Vraag me maar eens naar mijn ervaringen 18 jaar geleden, ik kan me er nog steeds kwaad over maken)

Ave Caesar, morituri te salutant
Neen, die jongen is niet van de straat, leest deftige Franse boeken in het Frans

Ondertussen is de patient al weer op zaal, dat wil zeggen, hij ligt op een kamertje alleen, met uitzicht op de aanvliegroute van de traumahelikopter. Het valt heul niet mee, het postoperatieve tijdperk, maar er zit enige verbetering in. De chirurg had nogal wat geweld moeten gebruiken bij het breken van het uitzonderlijk stevige sternum, zei hij. Au. Au. En nog eens au.

Nu is het wachten op het herstel. Het gaat in ieder geval de goede kant op.

Beursplein

Beurs, BeurspleinBeurs van Berlage

Wat een van de mooiere en intiemere pleintjes van Amsterdam zou kunnen zijn, ik heb het over het Beursplein, is een genante vertoning. Het verbaast natuurlijk geen mens, want de route erlangs en naar de Munt en de Vijzelgracht, over het Damrak en het Rokin vanuit het Centraal Station, is dat ook. Een genante vertoning. Het begint al bij het station, dat het uitzicht op een van de meest interessante features van een stad wegneemt, de rivier. Een stad zonder rivier is de moeite niet waard en Amsterdam heeft er alles aan gedaan om van die rivier af te komen.
Over de frietkraamroute die Damrak heet, wil ik het al helemaal niet hebben, hoeveel gemiste kansen liggen daar niet? Negeer de shit en kijk maar eens naar de gevels, wat een aantrekkelijke straat zou dat kunnen zijn.
(Bram Vermeulen, die van Neerlands Hoop, vertelde ons dat zijn moeder, toen hij 18 was, een kamer gezocht en gevonden had op nummer 10, een reden dat ik altijd naar dat pand kijk, de enkele keer dat ik er langs fiets.)

Op drukke dagen zoals zaterdag- of zondagmiddag is het onmogelijk je fiets te parkeren in de buurt van de Bijenkorf of de C&A. Het lijkt wel of iedereen gewoon zijn fiets uit zijn handen laat vallen, zo liggen die dingen kriskras door elkaar. Op een gegeven moment verscheen vlak voor de Bijenkorf een omheinde en betaalde fietsenstalling. Betaald? Ja, betaald. Wat ze daarmee wilden bereiken, was een raadsel. De stalling was steeds half gevuld, logisch, want als ik even 10 minuten de HEMA in wil en mijn fiets kwijt moet, ga ik niet 1 euro betalen. Maar waar je hem dan moet neerzetten, is de vraag. Laat hem dan maar vallen.

Een tijdje geleden zag ik dat de betaling was afgeschaft, wat verder niet tot enige verandering in het straatbeeld leidde, ik zou bijna zeggen: integendeel. Gisteren zette ik voor het eerst van mijn leven mijn fiets binnen de hekken, ondanks het grote bord met VOL!, wat het niet was. Ik kreeg een nummer aan mijn stuur geniet en een re??üuutje, waar overigens bij het ophalen geen enkele blik op werd geworpen: “U bent te vertrouwen, mevrouw, dat kan ik zo zien!”.
Op de een of andere manier was het prettig binnen de hekken, een rustig eiland in die grote puinhoop, met een vriendelijke Amsterdamse bewaker in de vorm van een oudere man, een treurig muziekje op de achtergrond.
Een hele, hele schrale troost.

Tentoonstellingen

Amsterdams Lyceum, tekenexpositie
Tekening van de dochter in de aula van school

In de Grote Pauze fietste ik naar school, nadat ik eerst in Foam de expositie van het werk van Eugene Smith – een man naar mijn hart – had bekeken, waarover later meer.
In de aula van school hing het werk van de teken- en handvaardigheidklas, die dit jaar eindexamen doet. Mooi werk, dochter, goed gedaan.
Stop de tijd! Die gaat mij te snel.

Hulpgoederen

Herfst in Amsterdam

Links en rechts staan nu advertenties, links de shortlist van de Prix Goncourt, die a.s. maandag wordt bekendgemaakt (lundi 8 novembre: attribution du Prix Goncourt 2010 , staat op de agenda op de site) en rechts de google-advertenties, die af en toe voor plezier zorgen, omdat ze inspiratie putten uit woorden van de tekst waarnaast ze staan.

Ik slof nu over de grachten en vraag me alweer af wat ik hier te zoeken heb. Depressie, depressie.
En? Krijgen we nu advertenties met: routeplanners, psychiaters, marktplaats, het KNMI, of mediums (“media’s”)? I hope. De grachten liggen vol met bladeren en dan bedoel ik niet alleen het wateroppervlak, maar ook de straat. Gele iepenbladeren, les feuilles mortes:


(Aan wie doet Yves Montand me denken met dat rare verlegen geknik? Ik kom er even niet op)

De hondjes op de foto boven blijken helemaal niet ge??ònteresseerd in herfstbladeren, maar hebben eten ontdekt. Een of andere malloot heeft uitmuntende broodjes weggesmeten, een puntje (op de foto bovenaan te zien, een beetje rechts van het midden), een krentebol, een bolletje. Dat verbaast me net zo erg als de kledingstukken die je wel eens op straat aantreft. Midden in de winter zie ik een paar schoenen, netjes naast elkaar. H?¬Æ? Is iemand op zijn blote kakkies verder gelopen? Jassen, spijkerbroeken, ondergoed.
Van de week betrapte ik voor de zoveelste keer een vent die vuilniszakken opensneed, nadat hij ze eerst bevoelde en woog. Om de hoek bij Robertine.
– Ik begrijp dat je op zoek ben naar iets bruikbaars, maar flikker dan niet de hele inhoud van die zak over de hele straat, zei ik. Ik moet me verdomme ook overal mee bemoeien.
– Heb je een paar schoenen voor me, vroeg hij, niet in het minst defensief.
Een paar schoenen? Ik wist niet of ik hem goed had verstaan.
– Ja, we hebben schoenen nodig, voor hulpgoederen, zei hij, terwijl hij schaamteloos doorging met zakken wegen, bepotelen en opensnijden.
Ik stond voor de verandering eens met mijn mond vol tanden. Neen, schoenen had ik niet voor hem, zei ik zwak. Ik was een beetje bang voor dat mes van die leugenaar.

Underground/boerenmarkt

Spruiten

Ik was nieuwsgierig naar de activiteiten van de foodies van twitter. Voor de tweede keer werd er een undergroundboerenmarkt georganiseerd, dit keer in de ruimte onder de brug van de De Ruyterkade, schuin tegenover het Muziektheater. Ik weet niet waar die de eerste keer plaatsvond.

Nu stel ik me bij een boerenmarkt een markt voor, waar je verse, ouderwets en niet-industrieel zelfgekweekte groente, fruit en eieren kunt kopen. En een goede kip, een stuk lam, paddestoelen en misschien een enkel verwerkt product, zoals kaas, honing, olie of wijn. Vooral veel groente. Aardappelen, topinamboer, ui. Tegen aantrekkelijke prijzen.

De lezertjes merken het al, ik ben – in tegenstelling tot wat de reacties op twitter lieten zien – teleurgesteld geweest geworden.
Dat begon al bij de deur: toegang 2,50. Wat raar, entreegeld vragen voor iets, waar je juist geld moet gaan uitgeven. Ik hoef toch ook niet toegang voor de HEMA te betalen? Krankzinnig, maar iedereen vond dat normaal. Ik stond echt op het punt rechtsomkeert te maken. Maar, kom, ik vermande me en ging schoorvoetend naar binnen, helemaal op het verkeerde been gezet, de stemming zat er al meteen goed in, het zal eens niet.

Kaas

En wat kon je er kopen? Meestendeels in huisvlijt gemaakte dingetjes. Jam. Koek. Taart. Etensdingen. Chutney. Soep. Hapjes. Het zag er wel verzorgd uit, maar ik wil helemaal geen geinige potjes met iets erin kopen. Er was ook wijn, dat moet gezegd en kaas. Jammer genoeg was de kaas gemengd met gember en dat is voor mij net zoiets als thee met een smaakje: niet doen, jongens. Wat is er smakelijker dan een goede boerenkaas zonder toevoeging? Helemaal niks.

Maar waar waren de appels? Druiven? Aardappels? Noten? Paddestoelen? Die waren er niet. Het is nota bene herfst! Er waren spruiten, maar die zaten nog aan hun steel, leuk om te zien, maar geef mij maar gewoon een pondje mee. Lekkere eieren? Echte cr?®me fraiche? Niet. Stoofperen! Ik wil stoofperen. En een groot brok geitenkaas.

Kraampje

Zo’n bijeenkomst met een te hoog foodie-grachtengordelculiclubgehalte is niks voor mij. Te veel bakfietsmoeders, zeg maar, inclusief kinderen. Ik wil er verder niet al te lelijk over doen, maar ik ben de doelgroep niet, dat is duidelijk. Het was mij allemaal te braaf, te weinig klei, te schoon.
Ik vind onze eigen gewone boerenmarkt prima, ik kan er kopen wat ik wil en er dan zelf taarten, jam, koekjes en eetdingen van maken, zoals trouwens elke week ook gebeurt. Wat is daar eigenlijk op tegen? Helemaal niks.

(Waarom had niet iemand ?† la de Vinexjager een paar stadseenden en -duiven een kopje kleiner gemaakt en die geplukt aangeboden? Dat was pas underground geweest)

P.S. Overal is sprake van underground boerenmarkt. Met spatie. Ik schrijf die twee woorden aan elkaar, maar wil op google worden gevonden, dus ik moet wel. Het is een ziekte. De spatieziekte.