Tag Archives: Frankrijk

Het personeel

Bees collecting pollen from the common Dandelion
Lieve bijtjes aan de stuifmeel in de paardenbloem

Ik had een tijdje de zorg over een bejaard hokkend stel, waarvan de vrouw (86) zeker in het begin niet te harden zo onaangenaam was. Toen ik me de eerste keer meldde, zei ze bij wijze van hartelijk welkom: U bent te laat. Wat niet zo was, ik was te vroeg.

Dat begon goed. Na een tijdje behandelde ik haar als alle zuurpruimen en antwoordde dan: ik ben ook heel blij je weer te zien, Madeleine! (Germaine, Suzanne en hoe ze ook allemaal mogen heten) Ik noem iedereen hier bij de voornaam en zeg u, tenzij ze zelf meteen beginnen te tutoyeren.
Ik moest er elke dag heen, met lood in mijn schoenen, omdat mevrouw ervan hield te commanderen en ik een beetje moe werd net te doen alsof ik haar niet hoorde. Mijn doofheid verdween onmiddellijk als ze het vriendelijk vroeg. Conditioneren heet dat, lieve lezers. Werkt altijd.

No walkie walkie today
Een andere onwillige bejaarde

Haar vriend (81) was van een heel andere orde, vriendelijk, behulpzaam en dol op flauwe grapjes. Hij hield er nogal uitgesproken politieke ideeën op na, waarbij hij zich enorm opwond over de corruptie van vooral de types rond Sarko, waar hij gelijk in had en hij legde eenzelfde passie aan de dag voor de homeopathie, waarvan hij de kennis had opgedaan uit een pocketboekje, waarschijnlijk in de jaren 70 gratis gekregen bij twee pakken muesli.

De eetkamer leek wel een apotheek, de stapels dozen met pillen, druppels, elixers en andere hulpmiddelen reikten tot het plafond, op de tafel was nauwelijks ruimte voor de borden tussen nog meer pillendozen en buisjes met versterkende balletjes van suiker en andere nutteloze troep, die ik grotendeels terugvond op de vloer onder tafel en kastjes en die ik meteen in de vuilnisbak mikte.

Warré hive under construction
Halve warré-bijenkast

– We laten ons niet inenten, we doen dat met natuurlijke middelen, verklaarde zij, waarop ik in het begin nog beweerde dat de beet van de zwarte mamba ook natuurlijk is, maar dat na een tijdje opgaf, omdat ze me glazig aankeken: watzegtzewatzegtze?
Ik vertelde ze wel – nieuwsgierig naar hun reactie – dat ik me had laten inenten tegen de griep. Ze deinsden vol angst achteruit: ga je ons besmetten? Neen, juist niet! was een antwoord dat niet werd gehoord. 

Arme huisarts die bij ze langs moet, dacht ik nog eerst, want ze hadden altijd wel iets te zeiken of wisten het beter, tot bleek dat het die ongelooflijke klojo was van een tijdje geleden en die gunde ik alle ellende van de wereld en vooral onmogelijke patienten.
Oh, zoete wraak.

Dog smelling something interesting at the fishpound
Bleu ruikt denkelijk beverratten

Als de man in de gang iets tegen me zei, klonk vanuit de eetkamer haar stem:
– Ik betaal de werkster niet om te praten, maar om te werken!
De werkster, dat was ik dan. Ik lachte me een kriek, want ik wist dat ze geen cent betaalde, omdat alles door de staat werd gesubsidieerd.
Hij had één anekdotische mop, die hij 100 keer herhaalde en waarin de pointe al onmiddellijk in de eerste zin werd prijsgegeven door de onwaarschijnlijke details. Hij had alleen de clou onthouden en wist de spanning niet op te bouwen:

“Er was er eens een vrouw (naamloos) die een hondje had, dat Pire heette. (oh jee, ik vrees al waar dat toe leidt). Op een dag was het hondje weg en de vrouw sprong op de fiets, maar had geen onderbroek aan (daar zaten we op te wachten). Toen ze een man op straat zag, vroeg ze, terwijl op hetzelfde moment haar rok omhoog waaide: heeft u Pire gezien? Nee, zei de man, je n’ai jamais vu pire.”

Een misogyn rotverhaaltje, waar ik met de beste wil van de wereld niet om kon lachen, ook al omdat het zo waardeloos werd verteld. Geef die vrouw een naam, verzin nog meer bijzonderheden en verwerk daar die blote kont in. Maar het vrouwonvriendelijke karakter maakt het zelfs als grapje niet leuk. 
Maar dit even terzijde.

Hij fluisterde regelmatig dat zij de dochter was van de bekende Creusoise vrijmetselaar [..] en dat ze het daarom hoog in de bol had. Haar vader had haar wijsgemaakt dat ze ver verheven boven alles en iedereen stond en het was mij van de eerste seconde duidelijk dat ze dat inderdaad ook dacht. Ze sprak met een soort deftige stem, die ik belachelijk vond klinken in dat beschimmelde krothuis met zeil op de vloer met parketpatroon.

Salamander in the fishpound
Salamandertje gespot in de visvijver achter ons dorp

Die vrijmetselaars, dat was volgens hem een maffiose kliek, die hun tentakels overal in het bestuur en de politiek hadden, en trouwens, die politici…, ging hij heel zacht verder, terwijl hij op dreef kwam, maar zij was jammer genoeg niet doof en hoorde het gesmoes en schreeuwde dat hij moest stoppen.

Ik heb nog een beetje gegoogled, maar kon niks vinden op haar naam. Volgens buurman P is het wel zo dat de Franse politiek vergeven is van dat geheime witte-mannengenootschap, wat mij alweer niets verbaast. Dat komt regelrecht uit de infrastructuur van de katholieke kerk.
(Deze homeopatische gelovige was trouwens dezelfde die zijn buurman de zoon van een nazi had genoemd.)
 
Af en toe werd ze afgevoerd naar het ziekenhuis en dan hadden we weer even rust. Ze had altijd last van haar ingewanden, wat me niet verbaasde, want ze zat non-stop te eten en de vraag was natuurlijk of al die zelfmedicatie zo onschuldig was. 

Soms beweerde ze rustig, nou ja, niet rustig maar meer verontwaardigd over zoveel onrechtvaardigheid, dat ze niets naar binnen kreeg, zo ellendig voelde ze zich, ze had niets kunnen eten, ja, een paar biscottes (6) met boter, een banaan en een peer, maar nee, ze kon niets eten. Behalve aan zelfmedicatie deed ze kennelijk ook aan zelfbedondering.

Some acorn giving it a try
Eikel doet zijn best

Met kerstmis kreeg ik plechtig een doos chocolaatjes overhandigd, want “we geven altijd iets aan het personeel met kerst”. We, dat waren niet zij en haar partner, maar zij en haar vrijmetselende vader.  Ik was het personeel. Dat mocht je willen, dacht ik.

Er is tenslotte een einde aan gekomen toen zij niet langer thuis kon blijven, omdat hij helemaal gek en zelfs ziek werd van haar gecommandeer. Tot diep in de nacht moest hij glaasjes water halen, haar helpen vervolgens te plassen en haar overeind helpen als ze ondanks alles op de grond was terechtgekomen. Hij liep helemaal krom van de rugpijn en vertelde helemaal geen geintjes meer, maar mopperde wel op de eikel van een huisarts die hem slechts een pijnstiller had durven geven.
Ik was het met hem eens: de bron was eerder sociaal-psychologisch dan medisch. Maar ja, ook wel ongeneeslijk.

Ziekteverlof

Willow (used to be a wheeping willow)

Deze voormalige treurwilg moet ik dus binnenkort snoeien om de twijgen hier in de grond te zetten. Nu kan dat effe jammer genoeg niet, omdat ik licht gehandicapt ben wegens een operatie en maar éen hand kan gebruiken. Dat zit zo:

Op een dag groeide er in razend tempo pardoes een merkwaardige bult op mijn vinger, die als ik die stootte, een gemene steek gaf. Normaal zou ik daar mijn schouders over ophalen, maar ik begon er steeds meer last van te krijgen en had ook een visioen van een kwaadaardige tumor, die zich via mijn middelvinger door mijn hele lichaam zou gaan verspreiden.
(Dat krijg je als je te vaak F*CKYOU denkt en doet. Allemaal de schuld van Trump, Den Haag, mijn ex en mijn werkgever.)

Firewood, oaktree
Stokoude eik met cysten: het is kennelijk de leeftijd

Volgens de huisarts was het een cyste en ik dacht nog onnozel, dat doet ze even tussen twee patienten door met een scherp mesje, neen dus, ga maar naar de chirurg. Ok dan maar.
Een week later bleek tijdens een 3-minuten durend vooronderzoek door deze oudere heer dat er een algehele narcose nodig was om te voorkomen dat dat ding zou teruggroeien, een gevalletje met wortel en al en maak maar een afspraak. Wel meteen cash betalen in dit land. Secretaresse gaf een pak papier mee om in te vullen.
Verder werd me niets verteld hoe zo’n operatie zou verlopen, hoe lang dat zou duren en wat er voor nodig was, behalve: nuchter (à jeun) zijn.
Toen de datum dichterbij kwam, begon ik er spijt van te krijgen en dacht, ach zo erg is het toch niet, en de pijn verdween alsof ik in wachtkamer van de tandarts zat, tot ik mijn hand weer eens stootte en daar weer vijf minuten van moest bijkomen.

Poor donkey has feet problems
Ezeltje heeft ook extremiteitsproblemen

Toen ik de dag voor de operatie de stapel papier had ingevuld – redundantie is het devies en paperasserie is the middle name van Franse instellingen – belde de secretaresse ‘s avonds om 6 uur dat de operatie een week was uitgesteld, want “u bent niet bij de anesthesist geweest”.
Wat? Dezelfde vrouw had gezegd: kom op de dag een kwartier eerder en ga er dan even langs, wat ik ook tegen de taxi had gezegd, die me zou brengen en halen.
– Dat is onmogelijk!, zei ik, alles is geregeld, mijn vervanging op het werk, het vervoer en bovendien hadden we dat zo niet afgesproken.
– Momentje, zei ze en even later kon het wèl. Wat hoorde ik daar voor een raar geluid? Het was mijn klomp die brak.
Volgens de oudste dochter was die vrouw gewoon aan het liegen: ze had waarschijnlijk een fout in de planning gemaakt en had gedacht: welk watje kan ik eruit gooien? Die but’nlandse natuurlijk!

Ik heb nog nooit in een ziekenhuis gelegen, behalve 1 nachtje toen ik een kind kreeg en dat was voor het kind, laat staan dat ik ben geopereerd.
Het ging poliklinisch (“ambulatoire“) en ik moest in een donkerblauw blotebillenschortje en plaatsdelictsokken in een kamer wachten tot ik met bed en al gehaald zou worden. Dat duurde eindeloos. Ik sufte een beetje op het bed, appte naar de meisjes en wachtte.
Waar bleef nou die anesthesist waar ik zo nodig naartoe moest?

Die bleek in een gang van de operatiekamers te hangen, waar mijn bed geparkeerd werd, dat om de 10 seconden een dreun van de klapdeur kreeg, als er iemand door ons gesprek wilde lopen, wat ze gewoon deden. Het was me daar een gekrioel van in operatiekleding gestoken mensen en hier en daar een rolstoel of bed met iemand met een ledemaat in verband.

Nu stelde die gozer precies de vragen van een van de vele papieren die ik had ingevuld, wat de leugenachtigheid van de secretaresse bevestigde. Nee, ik heb geen prothese, nee, ik slik geen pillen, etc. , maar dat heb ik toch al allemaal ingevuld?
Ik heb dat papier niet, zei de jongeman in dit gesprekje van 2 minuten.

Lopend naar de operatiekamer bond de operatiezuster mij een deken om. Waarom?
– Les fesses, zei ze, waarna ik zo moest lachen dat ze meegrinnikte. Ik zag de billen al voor me van alle soorten en leeftijden tussen de blauwe coulissen van het operatieschort. Zoiets leidt af, begrijpelijk.

My finger needed an operation and four stitches.
Wijkverpleegster behandelt de wond

Terwijl ik als een gekruisigde met de armen gespreid op de tafel lag, smeerde ze mijn linkerhand in met rood spul (stigmata, stigmata) en stond de jongeman aan de andere kant klaar met de spuit voor de narcose.
De oude chirurg kwam naast me staan en liet zien waar hij precies de snee (zijn wijsvinger trok een cirkel op de scheidslijn van hand en middelvinger, waardoor ik aannam dat hij de hele vinger eraf ging monteren) ging maken en hoe hij het bloed in mijn arm ging doen stoppen.
– C’est pas le moment, kon ik nog net uitbrengen voordat het verdovingsmiddel zich met mijn bloed mengde. 10:57 en weg was ik.

En ik zette het op een dromen, dus toen ik wakker werd om 11:18, zei ik, ik heb me daar toch gedroomd! En lekker geslapen! Dat was ook zo. Stoned als een garnaal, dat was duidelijk. Dat dacht de verpleegkundige die me terugreed in ieder geval.
Heb ik ook weer eens iets meegemaakt.

Nu komt drie keer per week de wijkverpleging aan de hechtingen trekken en een schoon verbandje omdoen. De enige reactie van mijn werk was een email, of ik zsm mogelijk de ziekteverlofpapieren wilde opsturen, wat ik al meteen de volgende dag had gedaan. Fijn, zo’n aardige en invoelende werkgever.
Drie weken lang mag ik niet werken. Erg, hè? Handig dat de oudste dochter er ook is.

Walking the dog
Ik hou hem hoog mbv het touwtje van het hondefluitje

Als je per se de wond met hechtingen wilt zien, kijk dan hier.

Négligence

View on our village
Bleu bekijkt zijn koninkrijk

Ik weet niet wat het is in dit land, maar ik ben hier het laatste half jaar stevig geconfronteerd met de algemene laksheid en slordigheid van instellingen waar ik iets van moet.
Ik heb het niet over de Sécu en de carte vitale, want dat is zo top georganiseerd, dat je als je thuiskomt van een bezoek aan de tandarts, ik noem maar iets, het geld al op je rekening is bijgeschreven. Feitelijk verdien je erop, want die cheque die je hebt uitgeschreven aan de tandarts, wordt vaak pas een week later geïnd.

Nee, het gaat om bijvoorbeeld de notaris. Of de garage, ook zoiets. Of de werkgever.
Volgens buurman zijn zoon Pierre is het  typisch Frans: als je niets zegt, mededeelt of communiceert, bestaat het niet of gaat het misschien vanzelf weg.
Als je een sollicitatiebrief verstuurt, of een ander verzoek aan een instantie, mòet je die met ontvangstbevestiging versturen, anders beweren ze rustig desgevraagd dat ze niets hebben ontvangen. Als je er niet naar vraagt, hoor je nooit meer iets, indien dat beter uitkomt.

Snow in the forest
Plotseling ziet alles er anders uit, het was heel tijdelijk besneeuwd

Ik was twee maanden geleden bij de garage geweest, waar de auto een nachtje logeerde, omdat die een grote beurt nodig had en nog wat rare dingetjes zoals de geur van motorlucht binnen.

Nu hadden ze een beetje zitten klooien en de conclusie was: er moest een nieuw filter en filterhuis in en er zat een gat in de uitlaat, dat ze zouden solderen, want een nieuwe uitlaat kostte meer dan die hele auto waard was.
Ok. Ik vroeg om een offerte, die ik tot op heden niet heb gekregen. Ik heb gebeld, gemaild, gebeld, ik ben er langsgegaan, nog een keer, etc.
Antwoord: oh ja, vergeten, of ik hoorde niets. Nooit teruggebeld, nooit email beantwoord.
Tot ik anderhalve week geleden niet wegkon, omdat hij niet meer startte. Ik moest de garage wel bellen, anders kon ik niet naar werk.
De automonteur kwam, startte met moeite de auto, wierp een blik onder de motorkap en zei: nou, hopeloos geval, dat gaat je kosten! Je kunt beter een andere kopen.

 Cat is too fat
Dikke PP (=buuf voert hem vet) vindt de auto nog prima 

Ik was niet blij. Tweedehands is hier veel duurder dan in Nederland en als hij me niet zo had laten barsten, had ik tenminste nog een half jaartje mee kunnen rijden, tot de APK vernieuwd moest worden. 

Ik reed in mineur naar mijn klantjes en toen ik in B. bij de weduwe  van de bakker aankwam en mijn beklag deed, zei ze:
– Onze auto staat nog in de garage, kopen? 
Een renault 21 uit 1993. Ik heb het in godsnaam maar gedaan. Waarover een andere keer meer.

Border collie during walkie walkie
Wachten, wachten, wachten 

Ondertussen zat ik vanaf eind augustus te wachten op de afwikkeling van de echtscheiding, d.i. het huis dat – tegen betaling – op mijn naam zou worden geschreven. De Franse lokale notaris (zie een paar stukjes eerder) had alle papieren gekregen, een vertaling, half oktober had hij toegezegd en toen ik begin november nog niets had gehoord, belde ik of al het papierwerk in orde was bevonden en of de zaak aan het rollen was.

De klerkmevrouw die de zaak behandelde, zei dat ze nog geen tijd had gehad.
Oh. Hoe zit dat dan met die belofte van half oktober? Neen, over een week zou ze me een bericht sturen.

Na tien dagen belde ik weer. Nu klonkt ze al licht hysterisch. Neen, neen, neen, ze had nog geen tijd gehad. Als het maar voor 1 december klaar is, mevrouw, stelde ik voor, want als ik werkelijke deadline, 31 december 2017 zou noemen, zou ze het ongetwijfeld daarop hebben laten uitlopen.
Ik nam me voor elke vrijdagmiddag te bellen, zolang ik niets van ze gehoord had. Was dat een goed idee? Dat vond dit mevrouwtje van niet.
Ze raakte er zo volkomen van over haar theewater, dat ze meteen al gilde:
– U moet me niet steeds BELLEN! U MOET ME NIET STEEDS BELLEN! U MOET ME NIET STEEDS BELLEN!  en vervolgens: DÉSOLÉE ! DÉSOLÉE ! DÉSOLÉE ! DÉSOLÉE !
Christusmeziele. Dat dacht ik. En: lekker professioneel.

Ik probeerde haar nog in alle redelijkheid ervan te overtuigen dat ze van me af zou zijn, zodra er een datum bepaald was, maar ik sprak tegen een dolgedraaide klerk. Na haar op het hart gedrukt te hebben haar werk en mij serieus te nemen, verbrak ik zuchtend de verbinding. Dat herhaalde zich in de loop van de maand nog een aantal keer. Hopeloos, hopeloos geval.

De volgende strategie was mailen, waarin ik dreigde met een andere notaris. Daar kreeg ik al helemaal geen reactie op. 
Ondertussen drong de tijd. Ik belde nog een keer voor kerstmis, met het idee dat we dan nog 5 dagen zouden hebben. De smoezen waren: ik heb geen TIJD!! ik moet VANAVOND EEN CURSUS volgen, ik moet ook nog NAAR HUIS, MEVROUW!!! In een gillend hoog volume, paniek, paniek. 
Me during walkie walkie in the forest
I give up 

Toen was de maat helemaal vol. Ik belde de notaris zelf, die “in bespreking” was, maar die me zou terugbellen. Nooit gedaan. Tot op heden. 

Toen 30 december en de laatste dag was aangebroken, schreef ik dat ik er genoeg van had en dat ik naar een ander zou gaan. Bedankt voor helemaal niets. Dat ik nog nooit zoiets onprofessioneels had meegemaakt en dat ik had verwacht op de hoogte gehouden te worden van de gang van zaken, maar dat het enige resultaat de hysterische aanval van een employee was.

En warempel, ik kreeg antwoord. Dat er een papiertje ontbrak. Dat ze de convenant hadden laten vertalen voor dat en dat bedrag. (Hoezo? Er was een vertaling!) Dit alles beschouwde ik als een truukje om de schuld bij mij te leggen, waar ik natuurlijk niet intrapte.  
Te laat, schreef ik, ik heb al contact met een ander, die me verzekerd heeft dat het hooguit 3 weken gaat duren, als de papieren in orde zijn. Meneer, u heeft gewoon 4 maanden geen spat uitgevoerd. Ontken dat maar eens. 

Goed, beste jongens en meisjes, ik kreeg een poeslief mailtje met alle documenten in pdf, waarmee ik naar die ander ben gegaan. Daar zit beweging in. Ik denk dat dat nu nog een week gaat duren, hooguit. Was dat nou zo moeilijk? Kennelijk.

(Als hij – de eerste – het waagt een rekening te sturen, dien ik een officiele klacht in. Nalatigheid is een gegronde reden. Ik hoop dat hij het niet zo ver laat komen.)

 

             

 

Bijen

Dead bees in the zinc
Dode bijen in de wastafel van het lege huis van de buurman

Toen RoRo7 en ik honderd jaar geleden of daaromtrent onze avonturen beleefden in de omgeving van het Rijnlands Lyceum te Oegstgeest en we per ongeluk of expres, dat kan ik me niet meer herinneren op het Heempark stuitten, begonnen we onmiddellijk te fantaseren hoe we als we later groot waren, we onze eigen bijen zouden houden. Je kon daar geloof ik imkercursussen volgen, maar omdat we voor ons eindexamen zaten of heel erg drukke andere bezigheden hadden, kwam het er niet van.

We zijn vijftig jaar later en het is RoRo7 warempel vorig jaar gelukt, ze heeft een zoemende bijenkast na een imkercursus, min of meer dezelfde die de oudste dochter toevallig tegelijkertijd heeft gevolgd. Nu ik nog.

Abandoned beehive
Oude raten in een verlaten bijenkast

Het was me al ruim voor de berichtgeving van de laatste tijd opgevallen dat er minder de insecten rondvlogen, niet alleen minder honingbijen, maar minder hommels, wespen, frelons, muggen, lieveheersbeestjes, bruingemarmerde stinkwantsen, andere engerds waarvan ik de naam niet weet en dit jaar hebben we zelfs nauwelijks vliegen gezien. Toen ik de buren daarop wees, beaamden ze dat, verdomd, je hebt gelijk, geen vliegen! Auto’s komen brandschoon thuis na een zomerdag op de péage, geen bloedspatje of geplet torretje te bekennen.
Hoe de zwaluwen dat gaan overleven weet ik niet.

The flowering ivy (one whasp)
Anders zit de bloeiende klimop onder de bijen, vliegen en wespen. Nu 1 wesp!

Toen ik laatst op de markt zag dat de man van kruidenvrouwtje dienst had, omdat zij waarschijnlijk met vakantie was, greep ik mijn kans. Ze zijn van de biologische en verkopen zaken als plantjes in het voorjaar, vers appelsap nu en het hele jaar door bijenproducten, van honing tot royal jelly. Hij is de imker, die moest ik hebben.

Ik ben helemaal niet zo’n held als ik zomaar iemand moet aanspreken, zeker als ik iets van hem wil, dus ik had al thuis gerepeteerd wat ik zou vragen, als hij toevallig op de markt stond. Of hij ook een adres wist waar je tweedehands bijenkasten kon kopen.
Nee, dat wist hij niet.

Ok. Dat schoot niet op. Ik begon naar zijn bijen en zijn werk te vragen, en ik vertelde hoe ik toch een paar keer bijen had zien zwermen, waarvan ik me afvroeg of ze ooit door een imker waren opgehaald. De laatste keer in april vorig jaar zag ik een heel volkje via een kier in in de muur de zolder van de Salle Polyvalente ingaan, toen we met het feestcomité de belotewedstrijd aan het voorbereiden waren. Misschien zitten ze er nu nog.

Ik kletste maar door, over mijn tuin, de bloemen die ik speciaal voor bijen en andere insecten had gezaaid en geplant, door de buren beschouwd als onkruid, wat onmiddellijk verwijderd zou moeten worden. De bloeiende klimop, waarvan de honinggeur zo sterk is, dat ik niet wil doorlopen, maar een paar minuten blijf zwijmelen, maar die natuurlijk in de ogen van buurman Peut-Être elk jaar geamputeerd dient te worden. Etc.

Abandoned beehive
Verlaten kast

En ja, hij (de imker) ontdooide, vooral toen ik vertelde dat de oudste dochter een imkerijcursus had gedaan en ik met een paar termen smeet, waaruit moest blijken dat ik ook niet helemaal achterlijk was. 
Hij beweerde dat hij slechte ervaringen had met zo’n losse onbekende zwerm, dat de broed vaak niet lekker ging, waarom was me niet duidelijk. Had iets met de koningin te maken.
In ieder geval gaf hij me zijn telefoonnummer en vroeg me hem in maart te bellen en in ieder geval contact met zijn kruidenvrouwtje  Marie te houden, want, zei hij, ik moet nog een paar nieuwe kasten maken, dus ik kan er best nog een extra timmeren. Hoera! HOERA!

(Sommige termen van de imkerij doen de dochter en mij altijd griezelen, darrenslacht, moerrooster, overlarven, was zweten, broedaflegger, bultbroed, darrenbroed, of Amerikaans vuilbroed, alles met broed klinkt feitelijk ranzig, waarom weet ik niet, dit terzijde natuurlijk.)
 

Abandoned beehive
Meer verlaten kast

Nu had ik al eerder overal rondgevraagd of de mensen hier nog bijen hielden, ook al omdat ik nieuwsgierig was van wie die verlaten kasten waren, die ik op mijn wandelingen zie.
De schoonvader van de dochter van vriendin P, die houdt ze, maar die leek de boot te willen afhouden, waarschijnlijk omdat mijn boodschap niet goed was overgekomen. Ik wilde hem uithoren over die bijen om er een stukje over te schrijven, hoe hij dat denkelijk van zijn vader of moeder had geleerd, want iedereen hield hier bijen, vijftig jaar geleden, voor bestuiving, de was en honing. 

Les abeilles, ça se n’explique pas, ça se vie” had hij gezegd. Tja, daar ben ik het natuurlijk niet mee eens, want anders zou je ook geen imkeropleiding nodig hebben en zouden er geen eindeloze boeken, instructiefilmpjes en bijbijeenkomsten bestaan.
Ik had geen explication nodig, zei ik tegen zijn schoondochter, die mij dit had gezegd, maar ik wilde gewoon eens kijken en een beetje praten. Dat kon helaas niet, want hij moest naar het ziekenhuis met hartproblemen.
En zo sterft het bijenhouden samen met de bijenhouders uit, als ze hun kennis niet willen delen.

Tafel en boek uit dezelfde tijd
Kijk, de korf in het boek staat op ongeveer eenzelfde bijenkorftafel  als de gevonden schemerlamp
Meer boekpagina’s op flickr 

Ik heb nog een ander hengeltje uitstaan, toevallig bij de dochter van deze oude heer, die getrouwd was met de waarschijnlijke eigenaar van de verlaten kasten. Zij was degene die me mijn eerste Brahma-eieren had gegeven. Volgens buurman P stonden de kasten van deze overleden man, toen hij nog leefde overal in de omgeving. 
Die ga ik maar eens bellen, zijn vrouw dan, die van de kippen.

De reacties van mensen uit mijn omgeving zijn bizar, als ik over mijn plannen vertel: “Ça pique!”.
Dat zijn dan boeren, die klagen dat de fruitoogsten niet meer zo zijn als vroeger, dat er geen bijen meer zijn, dat je zoveel jaar geleden de honing zo uit de bomen kon halen, maar nee, geen bijen hier, hoor, want “ça pique!”.
Maakt niet uit als je vertelt dat tamme honingbijen niet agressief zijn. “Ja, maar ik ben gestoken!”
– Had je parfum op? Stond je midden op hun aanvliegroute? Had je vrolijk gekleurde of donkere kleren aan?

Drie keer ja. Dan vraag je er ook om, sufferd.  

Je vraagt je af waar ze hun kennis ooit hebben opgedaan. Dat vraag ik me trouwens wel vaker af: kikkers, padden, ringslangen, hazelwormen, egels, alles wordt zonder aarzelen doodgeslagen, want ze kruipen, ze zijn schadelijk, eten de eieren van de kippen op of meer van die onzin. 
Ik kan niet echt tegen die domheid.

 

(Bladzijde boven uit het lesboekje La première Année d’Agriculture, gevonden in ons Franse huis)

Leerboek landbouwonderwijs - 1910 - schoolbook agricultural education, found in our French house

Makelaartje

Bleu the border collie. No, don't look like that.
Bleu, kijk niet zo

Het huis van de buurman D staat nu al een aantal jaren te koop en omdat ik de sleutels heb, thuis ben op internet en een beetje publiciteit kan verzorgen, heb ik al heel wat mensen het huis laten zien, dankzij een advertentie op leboncoin, op Engelstalige en Nederlandse sites en een bord aan het hek met mijn telefoonnummer voor de toevallige passant.

Anderhalve maand geleden parkeerde een mevrouwtje voor het huis en vroeg aan buurvrouw P, die weer aan mij vroeg of ze binnen mocht kijken.

Ik had de voordeur nog niet opengewrikt of ze riep al: “Oh, wat een heerlijk huis, helemaal mijn smaak, echt un coup de coeur!”
Dat ging wel heel snel.
Ze herhaalde dat wel 5 maal en wilde helemaal niet alles zien, want toen ik de cave, de garage en de grange wilde laten zien, zei ze, neen, dat hoeft niet, ik zie wel dat het allemaal in de orde is.
Ok, goed.

Bleu the border collie. No, don't look like that.
Hij kijkt altijd een beetje schuldig

Ik noteerde haar gegevens en stuurde buurman een berichtje met deze ontwikkelingen. Ook dat ik een lichte aarzeling voelde, omdat ik me niet kon voorstellen dat je een huis koopt, zonder dat je alle kamers hebt bekeken en deze dame een beetje te opgewonden was in mijn ogen. Niet onvriendelijk, maar geagiteerd, een beetje van de hak op de tak en snel afgeleid.

Aan de andere kant kon ik ook wel begrijpen dat je voor een huis valt en omdat alle huizen tegenwoordig een officiële verklaring van “diagnostics techniques” = asbest, elektriciteit, septische tank, energieverbruik etc. moeten hebben, kun je je er minder een buil aan vallen dan wij indertijd hebben gedaan.

Ze belde me een paar dagen later of ze langs mocht komen voor foto’s om aan haar kinderen te sturen en toen probeerde ik haar alsnog te dwingen de andere ruimtes te bekijken. De zolder heb ik haar niet opgekregen en de grange mocht op slot blijven. Wat doe je eraan? Niks.

Bleu the border collie.
Bleu, wel mijn kant opkijken

Niet helemaal toevallig kwam op hetzelfde moment buurman Peut-Être langs met L, een van mijn bejaarde vriendinnen bij wie ik af en toe ook werk en die zich afvroeg waarom ik nooit meer bij haar kwam poetsen. Een vraag die me vaak gesteld wordt, maar waar ik geen antwoord op heb, behalve dat ik er niet over ga.
Il faut pas chercher à comprendre hoe de hersens van de dames op het hoofdkantoor werken, al sla je me dood, ik heb er nog nooit enig systeem of doel in kunnen ontdekken, behalve dan bij iedereen irritatie opwekken.

– Kom maar eens mee, zei buurman (nooit gehinderd door wat dan ook) tegen de aspirant-koopster, ik heb ook een huis te koop.
Oh, hellup. En ondanks licht verzet sjokten we met zijn allen als makke schapen achter buurman aan.

Bleu the border collie.
Ja, ho even

Buurvrouw Peut-Être werd dus plotseling overvallen door een kleine menigte met éen potentiele koper en haar eigen man die haar huis onder haar dinges vandaan wilde verkopen. Toen ik vroeg of ze dat wel een goed idee vond, deed ze net of ze me niet begreep. Ze heeft niks te vinden of te zeggen, dat is het.

Wij, de dorpsgenoten denken namelijk dat het niet zo’n goed idee is, hoewel ze het natuurlijk helemaal zelf moeten weten. Hij heeft ook wel een beetje gelijk dat ze een dagje ouder worden en dat de winkels en alle andere diensten zich in de Grote Stad Châteauroux om de hoek bevinden.
De vraag is bijvoorbeeld of er hier op het achterlijke platteland nog een huisarts beschikbaar als ze (en we) de 80 zijn gepasseerd, want dokters wensen zich hier niet te vestigen en dat is weer begrijpelijk. Er is hier geen klap te doen en de partner van de dokter (m/v) heeft ook een baan, die je niet zomaar naar de Creuse kunt overplanten.
Maar elke dag van het jaar opgesloten te zitten in de stad met buurman Peut-Être, waar geen ontsnappen aan is, neen, dat is geen goed plan en evenmin een lolletje.

Ik luisterde ondertussen naar de zorgen van vriendin L, terwijl deuren werden geopend en gesloten en de staat van het huis door buurman aangeprezen werd.
– Nee, hoorde ik de koopster zeggen, ik vind dat andere huis veel fijner.
Ze wond er geen doekjes om.

Bleu the border collie.
Nee, niet zo

Een of twee weken later vloog buurman D. uit Engeland naar La S. voor een afspraak met mevrouwtje en een notaris, want ze wilde per se niet de bekende notaris uit haar woonplaats, die volgens haar veel te hoge tarieven rekende en dus een boef en oplichter was. Ik kan me niet voorstellen dat andere notarissen goedkoper zijn.

Nu bleek de afspraak tot grote verbazing van D. helemaal niet met een notaris maar met een adviseur van de bank, waar hij helemaal niet geacht werd bij aanwezig te zijn, maar dat wel was. Ze kwamen in ieder geval tot een overeenkomst nadat ze zonder afspraak toch nog een notaris gesproken hadden.

Het wachten is op de instanties die de vereiste technische rapporten moeten opstellen, voordat het voorlopig koopcontract kan worden getekend.
En daar heeft mevrouwtje geen geduld voor, want ze komt om de haverklap hier kijken of er al iets gaande is. Ze wilde eigenlijk al gaan schoonmaken met haar dochter en haar spullen verhuizen.
Ik moet haar elke keer uitleggen dat de technische jongens de opdracht hebben ontvangen en dat de boel in beweging is, hoewel die gasten werkelijk nooit eens een beetje snel zijn. En dat ze niet eerder kan verhuizen dan wanneer het geld is overgemaakt en ze de sleutels plechtig in ontvangst heeft genomen.

Laatst stond ze hier weer voor de deur. We praatten wat toen ze plotseling vroeg: “Die meneer uit Châteauroux, is die wel helemaal..?”, en ze maakte met haar wijsvinger een draaiende beweging naast haar hoofd.
Nee, ik barstte niet in lachen uit, maar beheerste me, terwijl ik haar verzekerde dat hij heel aardig was, maar nogal vaak van gedachten veranderde. Wat niet helemaal gelogen is.

We zullen zien hoe dit verder gaat.

Bleu blaft, die heeft hier een glanzende carrière als deurbel. Verdomd, daar zal je dr alweer hebben. Wat doe ik, wegduiken of de deur open? Er is geen ontsnappen aan.