Tag Archives: imkerij

Een nieuwe apiculturele ontmoeting

Beehives in a village in the Creuse
Vijf zelfgetimmerde kasten met overwinterende bijen

Ik had aan een lid van het feestcomité, tevens schoonzoon van een klantje èn bekend bij iedereen in een straal van 100 km gevraagd of hij niet nog imkers kende, en ja hoor, hij voegde er nog één toe aan mijn lijstje van twee. Dat maakt drie. Drie imkers in de wijde omtrek! Geen wonder dat ze hier klagen over het gebrek aan fruit.

Deze bijenhouder ben ik gisteren gaan bezoeken, vader van het postmeisje uit het dorp a/d rivier en toen ik hem zag, herkende ik hem van de zomerbrocante van onze gemeente. Hij stond me al op te wachten in dat bekende blauwe Franse boerenwerkpak.
Nee, wacht even, ik herkende zijn gezicht, maar ik wist niet meer waarvan, tot ik in zijn werkplaats zijn houtwerkkunst zag en eindelijk het kwartje viel.
(Nu zoek ik me suf naar mijn foto’s uit 2010, waar hij op staat met zijn houten kunstwerken en die kan ik niet vinden. Google bracht me hier)

France
Ramen voor de bijenraten

We zetten het meteen op een kakelen, want dat ging vanzelf en hij antwoordde op al mijn vragen die, zonder dat ik maar hoefde na te denken, vanzelf opkwamen. 
Hij was pas vijf jaar geleden met bijen begonnen. Ah, dat kwam goed uit, want ik wilde weten hoe hij dat had aangepakt en ook waarom eigenlijk.
Hij had na zijn pensionering als boer een bezigheid gezocht waarbij fysieke kracht niet persé nodig was. Degene die hem zijn eerste kennis had bijgebracht was de derde imker van mijn wenslijstje, die hem meteen ook zijn eerste zwerm cadeau had gedaan. 

Van een oude bijenkast had hij de maten genomen en er een kopie van gemaakt. En nog een, en nog een en nog meer. Zijn schuur en werkplaats stonden vol met ruches, hausses, cadres waarvan hij me precies uitlegde hoe hij die had gemaakt en welke slimmigheidjes er in waren verwerkt. Hij is gewoon heel goed met hout.

Beehive frames
Ik kreeg twee bijenraatramen van hem mee om ze te kunnen namaken

Zijn zwerm had zich het eerste jaar opgesplitst, het jaar daarop weer en zo had hij zijn volkjes uitgebreid.
Hoe had hij dat gedaan, zo’n zwerm vangen, was dat makkelijk en had hij dat van tevoren zien aankomen? Ik vroeg en vroeg en vroeg. Hem de oren van het hoofd.
Meestal ging het goed, maar een keer stonden ze op vertrekken, dus toen hij even een kiep met een borstel ging halen en éen minuut later terugkwam, waren ze nergens meer te bekennen. Meestal houden zich ze een tijdje op op dezelfde hangplek, voordat ze er vandoor gaan. 

Een keer had hij via-via een zwerm gevonden zonder koningin. Hij had ze een raat uit een andere kast met verse eitjes (“brrroed”) gegeven en warempel, de moerloze bijen hadden een koningin weten op te fokken, waardoor ze nog lang en gelukkig leefden.

London
Koolzaadvelden in UK in juni 2013 

Verder hadden we het over bloemen, de wilg, de linde, de klimop, de fruitbomen, en de grote koolzaadvelden, die er elk jaar geweldig uitzien en fantastisch ruiken, maar die zo verschrikkelijk vergiftigd worden door bestrijdingsmiddelen, dat hele bijenvolkjes het loodje leggen. Dat is echt een enorm probleem. Moet je de bijen als kippen ophokken? Dat kan toch helemaal niet.

Hij was degene die de zwerm die ik twee jaar geleden de zolder van onze Salle Polyvalente had zien betrekken, had meegenomen, zonder twijfel op verzoek van zijn schoonzoon, de cantonnier van onze gemeente, die weer met zijn dochter, het postmeisje is getrouwd. Ik vroeg me toch een tijd geleden af of ze er nog steeds zaten, de bijtjes.

Beehive made by a beekeeper friend
Links een minikast voor net gevangen zwermen

Zwermen zijn er genoeg. De kwestie is: hoe krijg je ze te pakken? Dat is allemaal te vinden als je een beetje googelt, dus dat wordt het project in het voorjaar.
Ondertussen bood deze geweldige man aan een bijenkast voor me te maken. Ik denk dat ik dat aanbod ga aannemen. Wat een feest en wat zijn de mensen hier toch hartelijk! Maar deze lieve Creusois is echt uitzonderlijk lief en behulpzaam. Bof ik even!

Top bar hive
Mijn eigen Keniaan

Even tussen haakjes, ik heb al sinds 13 december een Keniaanse kast via de houthandel Coucou, dwz een horizontale met een venster, die erg eenvoudig te gebruiken is, je hoeft niks te tillen en raatramen maken is ook niet nodig, want je legt er gewoon stevige latten op met startwas en hup, daar gaan de bijen.

Die kast heb ik zelf in elkaar moeten schroeven tijdens een georganiseerde middag in het centrum van Guéret, waarover een andere keer meer. Maar twee kasten is natuurlijk beter en drie kasten is best, zie vorige stukje. Je moet op zwermen voorbereid zijn. 
Deze jonge houthandelaar met passie voor bijen, die trouwens hier vlakbij woont, gaf toen allerlei adviezen en tips en ook de raad om niet bij de reguliere imkerij te gaan rondkleppen dat je een horizontale kast hebt. Daar heb je weer allerlei heftige politieke stromingen en geloven, pro’s en contra’s, dat het beter is je snuit te houden. Je steekt er wel altijd iets van op.
Haha, ik lach me nu al een kriek. Ik ben namelijk lid van zo’n club geworden. Die begint eind januari met een heuse imkerschool. Op ouderwetsche grondslag, maar met een depot vol materieel. On verra bien. Als ze maar niet veel gif gebruiken.

Terug naar de ontmoeting. Ik wilde nog wel weten welk hout mijn nieuwe bijenmaatje gebruikte en waar hij dat kocht. Dat kocht hij niet, hij had het gewoon, ze hadden bos bij ons in de buurt, kijk, precies dit bos hieronder op de foto, waar ik gisteren de hond uitliet.

Walking the dog late foggy Sunday afternoon
Zelfde bos waar ik mijn cèpes vind

We roddelden nog wat over gemeenschappelijke kennissen, waaronder buurman Peut-Être, met wie hij in de klas had gezeten. Zelfde geboortejaar. 
– Heeft hij zijn huis al verkocht? grinnikte hij. 
Zie mijn postje Makelaartje, het is toch niet te geloven! Iedereen is op de hoogte van de hersenspinsels en het bizarre gedrag van onze buurman. 
We namen hartelijk afscheid en ik beloofde snel weer langs te komen.

Ik kwam helemaal vol nieuwe energie en blijdschap bij vriendin J. aan, die daar niet zover vandaan woont en ook van dezelfde generatie is. We dronken een kopje thee en kletsten wat. 
Ze had weer een verhaal over de gebochelde en haar familie, die 150 meter verderop woonden.

J.’s schoonvader die bij haar inwoonde, had in de jaren 60 als eerste een TV en net als elders in de wereld, kwamen de buren met open monden het mirakel in bewondering aanschouwen.
En daar bleef het niet bij: elke avond kwam het hele gezin Bochel = 7 of 8 man, tv-kijken, tot de uitzendingen waren afgelopen. Ze dronken en aten er vrolijk op los. 

tvkijken1950.jpg

Screendump van google-plaatjes: TV kijken 1950

Onze J. kreeg er flink genoeg van, maar met haar zachte karakter verdroeg ze deze invasie lijdzaam. Tot mevrouw Bochel zelf op een avond klaagde dat ze het een beetje fris vond en of de kachel niet wat harder kon worden opgepookt. 

Dat was de druppel. Ze hebben de hele familie er in een zwiep uitgesmeten. Ik moest zo verschrikkelijk lachen, hoewel er ook een dieptreurig kant aan het verhaal van de Bochels zit. Dat bewaar ik misschien voor een volgende keer of voor een ander medium. Want het is te erg.

Bijen

Dead bees in the zinc
Dode bijen in de wastafel van het lege huis van de buurman

Toen RoRo7 en ik honderd jaar geleden of daaromtrent onze avonturen beleefden in de omgeving van het Rijnlands Lyceum te Oegstgeest en we per ongeluk of expres, dat kan ik me niet meer herinneren op het Heempark stuitten, begonnen we onmiddellijk te fantaseren hoe we als we later groot waren, we onze eigen bijen zouden houden. Je kon daar geloof ik imkercursussen volgen, maar omdat we voor ons eindexamen zaten of heel erg drukke andere bezigheden hadden, kwam het er niet van.

We zijn vijftig jaar later en het is RoRo7 warempel vorig jaar gelukt, ze heeft een zoemende bijenkast na een imkercursus, min of meer dezelfde die de oudste dochter toevallig tegelijkertijd heeft gevolgd. Nu ik nog.

Abandoned beehive
Oude raten in een verlaten bijenkast

Het was me al ruim voor de berichtgeving van de laatste tijd opgevallen dat er minder de insecten rondvlogen, niet alleen minder honingbijen, maar minder hommels, wespen, frelons, muggen, lieveheersbeestjes, bruingemarmerde stinkwantsen, andere engerds waarvan ik de naam niet weet en dit jaar hebben we zelfs nauwelijks vliegen gezien. Toen ik de buren daarop wees, beaamden ze dat, verdomd, je hebt gelijk, geen vliegen! Auto’s komen brandschoon thuis na een zomerdag op de péage, geen bloedspatje of geplet torretje te bekennen.
Hoe de zwaluwen dat gaan overleven weet ik niet.

The flowering ivy (one whasp)
Anders zit de bloeiende klimop onder de bijen, vliegen en wespen. Nu 1 wesp!

Toen ik laatst op de markt zag dat de man van kruidenvrouwtje dienst had, omdat zij waarschijnlijk met vakantie was, greep ik mijn kans. Ze zijn van de biologische en verkopen zaken als plantjes in het voorjaar, vers appelsap nu en het hele jaar door bijenproducten, van honing tot royal jelly. Hij is de imker, die moest ik hebben.

Ik ben helemaal niet zo’n held als ik zomaar iemand moet aanspreken, zeker als ik iets van hem wil, dus ik had al thuis gerepeteerd wat ik zou vragen, als hij toevallig op de markt stond. Of hij ook een adres wist waar je tweedehands bijenkasten kon kopen.
Nee, dat wist hij niet.

Ok. Dat schoot niet op. Ik begon naar zijn bijen en zijn werk te vragen, en ik vertelde hoe ik toch een paar keer bijen had zien zwermen, waarvan ik me afvroeg of ze ooit door een imker waren opgehaald. De laatste keer in april vorig jaar zag ik een heel volkje via een kier in in de muur de zolder van de Salle Polyvalente ingaan, toen we met het feestcomité de belotewedstrijd aan het voorbereiden waren. Misschien zitten ze er nu nog.

Ik kletste maar door, over mijn tuin, de bloemen die ik speciaal voor bijen en andere insecten had gezaaid en geplant, door de buren beschouwd als onkruid, wat onmiddellijk verwijderd zou moeten worden. De bloeiende klimop, waarvan de honinggeur zo sterk is, dat ik niet wil doorlopen, maar een paar minuten blijf zwijmelen, maar die natuurlijk in de ogen van buurman Peut-Être elk jaar geamputeerd dient te worden. Etc.

Abandoned beehive
Verlaten kast

En ja, hij (de imker) ontdooide, vooral toen ik vertelde dat de oudste dochter een imkerijcursus had gedaan en ik met een paar termen smeet, waaruit moest blijken dat ik ook niet helemaal achterlijk was. 
Hij beweerde dat hij slechte ervaringen had met zo’n losse onbekende zwerm, dat de broed vaak niet lekker ging, waarom was me niet duidelijk. Had iets met de koningin te maken.
In ieder geval gaf hij me zijn telefoonnummer en vroeg me hem in maart te bellen en in ieder geval contact met zijn kruidenvrouwtje  Marie te houden, want, zei hij, ik moet nog een paar nieuwe kasten maken, dus ik kan er best nog een extra timmeren. Hoera! HOERA!

(Sommige termen van de imkerij doen de dochter en mij altijd griezelen, darrenslacht, moerrooster, overlarven, was zweten, broedaflegger, bultbroed, darrenbroed, of Amerikaans vuilbroed, alles met broed klinkt feitelijk ranzig, waarom weet ik niet, dit terzijde natuurlijk.)
 

Abandoned beehive
Meer verlaten kast

Nu had ik al eerder overal rondgevraagd of de mensen hier nog bijen hielden, ook al omdat ik nieuwsgierig was van wie die verlaten kasten waren, die ik op mijn wandelingen zie.
De schoonvader van de dochter van vriendin P, die houdt ze, maar die leek de boot te willen afhouden, waarschijnlijk omdat mijn boodschap niet goed was overgekomen. Ik wilde hem uithoren over die bijen om er een stukje over te schrijven, hoe hij dat denkelijk van zijn vader of moeder had geleerd, want iedereen hield hier bijen, vijftig jaar geleden, voor bestuiving, de was en honing. 

Les abeilles, ça se n’explique pas, ça se vie” had hij gezegd. Tja, daar ben ik het natuurlijk niet mee eens, want anders zou je ook geen imkeropleiding nodig hebben en zouden er geen eindeloze boeken, instructiefilmpjes en bijbijeenkomsten bestaan.
Ik had geen explication nodig, zei ik tegen zijn schoondochter, die mij dit had gezegd, maar ik wilde gewoon eens kijken en een beetje praten. Dat kon helaas niet, want hij moest naar het ziekenhuis met hartproblemen.
En zo sterft het bijenhouden samen met de bijenhouders uit, als ze hun kennis niet willen delen.

Tafel en boek uit dezelfde tijd
Kijk, de korf in het boek staat op ongeveer eenzelfde bijenkorftafel  als de gevonden schemerlamp
Meer boekpagina’s op flickr 

Ik heb nog een ander hengeltje uitstaan, toevallig bij de dochter van deze oude heer, die getrouwd was met de waarschijnlijke eigenaar van de verlaten kasten. Zij was degene die me mijn eerste Brahma-eieren had gegeven. Volgens buurman P stonden de kasten van deze overleden man, toen hij nog leefde overal in de omgeving. 
Die ga ik maar eens bellen, zijn vrouw dan, die van de kippen.

De reacties van mensen uit mijn omgeving zijn bizar, als ik over mijn plannen vertel: “Ça pique!”.
Dat zijn dan boeren, die klagen dat de fruitoogsten niet meer zo zijn als vroeger, dat er geen bijen meer zijn, dat je zoveel jaar geleden de honing zo uit de bomen kon halen, maar nee, geen bijen hier, hoor, want “ça pique!”.
Maakt niet uit als je vertelt dat tamme honingbijen niet agressief zijn. “Ja, maar ik ben gestoken!”
– Had je parfum op? Stond je midden op hun aanvliegroute? Had je vrolijk gekleurde of donkere kleren aan?

Drie keer ja. Dan vraag je er ook om, sufferd.  

Je vraagt je af waar ze hun kennis ooit hebben opgedaan. Dat vraag ik me trouwens wel vaker af: kikkers, padden, ringslangen, hazelwormen, egels, alles wordt zonder aarzelen doodgeslagen, want ze kruipen, ze zijn schadelijk, eten de eieren van de kippen op of meer van die onzin. 
Ik kan niet echt tegen die domheid.

 

(Bladzijde boven uit het lesboekje La première Année d’Agriculture, gevonden in ons Franse huis)

Leerboek landbouwonderwijs - 1910 - schoolbook agricultural education, found in our French house