Nou binne we bedurreve

recept van Albert Smit uit Volendam

Yeva en ik deden vrijdag een rondje boodschappen, we moesten van Zuid-Oost (toch weer die IKEA) naar Noord, een makkelijke route over de A10 waar je je zonder kleerscheuren doorheen zou weten te werken als je je tenminste niet laat afleiden door een verhuiswagen waar Kees Bakker op staat. Dat ging toevallig goed.

Met die Zweedse meubelgigant waren we relatief snel klaar. We kochten een waszak voor het hooi van de cavia’s, een bureaustoel en een vuilnisbak voor in Frankrijk en een paar hoeslakens voor in Amsterdam.
In Noord waren we bij Reijinga Ruitersport (een wedstrijdjasje voor de springwedstrijd van zondag: tweede prijs), de dierenwinkel (een knippertje voor de tanden van Jake) en bij Volendamse vishandel Albert Smit for sentimental reasons: stoofaal, een gerecht dat tante Jenneke regelmatig voor ons maakte, toen ze nog goed was.

Ik fluisterde tegen Yeva:
– Niks zeggen over Jan en Yolanthe, hoor!
Alsof ze dat van plan was.

Ze lachten ons een beetje uit, want die aal werd ter plekke onthoofd en schoongemaakt. De Volendamse meneer hield het nog spartelende beest grijnzend omhoog om ons te laten zien hoe vers die wel niet was.
Ik begon natuurlijk een praatje, dat kan ik niet laten.
– Ik heb, geloof ik 10 jaar geleden voor het laatst stoofaal gegeten, zei ik. Nou, dat was veel te lang, vonden ze allemaal.
– Onze tante maakte dat altijd, maar ik weet helemaal niet meer hoe ze dat deed.
– We hebben een recept!, zeiden ze, je laat hem stoven in een beetje boter, bij ons snijden ze hem in korte stukkies en zetten die rechtop in de pan, waarom, geen idee.
Dat zou wel mooi staan, leek me.
– En dan maak je een botersaus met azijn, jullie doen wel citroen.
– Of witte wijn natuurlijk.
– Of witte wijn.
Onze tante deed er wel een half pakje boter in, meende ik me te herinneren, en beschuitkruim, als paneermeel.
Dat deden ze niet, dat laatste, maar wel veel boter.
– Dat is nooit te […], boter, zei het meisje.
Wat zei ze? Ik verstond het niet. Ze herhaalde het, en ik begreep het, maar ik verstond het nog steeds niet.
Ik denk dat ze zei:
– Boter is nooit te gaal!

Ik heb even Volendams gegoogled:

Vertaalmachientje Volendams
Volendams woordenboek

Ik zit nog steeds een heel ander probleem: hoe kan ik zaterdag bibliotheekboeken meenemen, als je ze maar 9 weken mag lenen?

5 thoughts on “Nou binne we bedurreve”

  1. Waar liggen die waszakken bij de Ikea? Ik zoek me daar rot naar.

    Robert

  2. Zo’n waszak in een frame, bedoel je, beneden, ergens na het linnengoed, geloof ik. Ik verdring dat soort bezoekjes altijd meteen en schaam me er ook een beetje voor.

  3. Ik bedoel eentje die in de machine kan. En waarom schamen, de koffie is goedkoop daar.

  4. Wij gaan altijd om 11.00 uur van huis, dan klokslag 12.00 uur hapje eten en vervolgens – terwij iedereen zit te kanen – door de lege winkel sjezen.
    Heb het over de IKEA, niet de visboer.
    Paling is voor mij ook al heel lang geleden. Lekker was dat. Nog in het pre-knoflooktijdperk, want dat kwam er bij ons in Hulleversum niet in.
    Wij kochten de paling bij de visboer aan het spoor. Die had een zichtlocatie vanuit de trein en een groot trots bord op de gevel: Vis van Boor, Lekker hoor!

  5. IJzersterke tekst.

    In Nederland kanen ze de hele dag door zoals je weet en niet alleen om 12:00, dat maakt het ikeabezoek qua drukte nogal ongewis. Als je weet wat je wil, valt het mee.

    Ik zag deze keer erg veel hele dikke jonge mensen, gigantische vrouwen van onder de dertig, samen met hun ouders. Bizar.

Comments are closed.