Kan je Frans?

Portret of a rooster
Nee, maar Frans kan mij wel

Vriendin P kijkt me stomverbaasd aan als ik zeg dat ik af en toe geen zin van de familie van Grote Wei versta vanwege de zwaar rollende r uit de Crrreuse en de klinkerwisselingen.
– Echt? Vind je dat ze een accent hebben?
Ze zegt nog net niet kijk naar je eige, want daar is ze te aardig voor, maar haar dochter vond laatst wel dat ik misschien dictieles moest gaan nemen, wat zinnig zou zijn, als het zou helpen. Ik doe mijn best, maar ben te laat begonnen, zoals de meeste mensen.
Want wat leer je nou op de middelbare school? Van docenten die nota bene niet eens weten dat quinze ao?ªt (kenze oet) een feestdag is (authentique! ik citeer buurman P) en die Frankrijk alleen van twee weken zomervakantie kennen. (Neen, ik heb het over iemand anders, Dineke)

Les Devants Long l'Eau
Les Devants Long l’Eau, een po?¬¥zieregel als dorpsnaam

Ik vergis me regelmatig op zijn Ch’tisch en zeg On se reverrons (h?¬©, rijmt) bij het vertrek, want welke gek heeft bedacht dat je het Franse woord on met men moet vertalen? Dat betekent het nooit. Echt nooit. Hier is het altijd: wij.

Wij kan in het Nederlands ook meer algemeen gebruikt worden: we zien wel, on verra bien. Dan lijkt het op men, alleen gebruikt geen mens dat woord meer, men, of je moet heel deftig en oud zijn, maar zelfs ik gebruik het nooit.
Je zou het wel bijvoorbeeld passief kunnen vertalen: On demande: ouvrier= Gevraagd: medewerker. Niet natuurlijk: Men vraagt: medewerker. Hee, dat lijkt verdomd veel op: wij vragen. Zie je nou wel?

De betekenis kan dan misschien men zijn, de vertaling is een andere zaak, zoals onze leraar Latijn ons op de middelbare school duidelijk maakte. Hij was degene die ons toeriep: Makkers, staakt u wild geraas! en de hele klas daarmee in ?©en klap met stomheid sloeg, omdat we eindelijk begrepen wat we al die jaren fonetisch hadden nagebauwd.
Jelui merkt het, ik laat de actualiteit dit stukje insluipen.

Als ik de honden uitlaat en overgeleverd ben aan mijn gedachten, die ronddwarrelen als een vlucht kraanvogels die de richting kwijt is, denk ik in het Frans, ik droom in het Frans en ik gebruik zowaar af en toe spontaan de subjonctif.
Alleen twijfel ik regelmatig aan het geslacht van een woord, want als je een tijdje tegen een woord aankijkt, begint het er gek uit te zien, hebben jullie dat niet? Zeker als je bijna geen Nederlands spreekt op dagelijkse basis. Fiets. Wat een raar woord. Of raam. Tafel.

Waarom is om maar iets te noemen mod?®le mannelijk als het er zo vrouwelijk uitziet? Van die dingen. Ik schrijf elke twijfel in mijn boekje op en stamp, stamp en stamp.

A culled and plucked quail
Dode en geplukte kwartel

Vroeger mompelde ik onverstaanbaar binnensmonds om mijn onkunde verbloemen en nu zoek ik naar bijvoeglijke naamwoorden die vrouwelijk of mannelijk hetzelfde klinken, jaune, jeune, joli, feitelijk een soort mompelen. En ik kan maar niet wennen aan het meervoud van national, sp?©cial of bocal, en beweer rustig hypercorrigerend dat ik de sperziebonen in un bocaux ga doen.
Zei ik sperziebonen? Ik bedoelde kwartels, des cailles, la caille, vrouwelijk, ook als het beestje mannelijk is.

Vier kwartels gaan met kruiden en olijfolie een grote weckpot (un bocaux) in, zoals ik gezien heb bij Rick Stein’s Spain (BBC, vierdelige serie), waar de vrouw van de jager dat met patrijzen deed. Maar dit even terzijde en in het Spaans.

Ik ben even een aantal dagen off-line.