Tag Archives: vroeger

Zomertijd

Screen Shot 2014-03-30 at 8.37.11 AM
Dat begint erop te lijken

Vierentwintig uur voor de aanvang van de zomertijd begon het niezen en neuslopen. Ik had me voorgenomen om vriendin Lucienne (van de schuur) nog een keer te bezoeken in het ziekenhuis, waar ze terechtgekomen was na haar val op de heup die ze een paar jaar eerder had gebroken. In een moeite kon ik naar de brico en de Lidl, die daar om de hoek zitten.
Huilend en proestend stapte ik het gebouw in, waar ze toevalligerwijs de kamer had naast die van onze overleden vriend en oud-burgemeester Raymond, toen ik hem vorig jaar voor het laatst zag. Een veeg teken.
Ze zat net als twee weken geleden in de refter met twee andere dames en een heer. De TV waar geen mens naar keek, stond knetterhard aan. Ze zwegen met zijn allen.

Celebrating in a French kitchen
In 2007 hadden we grote pret na een slokje © R.Romeny

Pas toen ik de naam van ons dorp noemde, wist ze mijn voornaam weer, wat ik een knappe prestatie vond. Het gezelschap moest lachen om mijn keukenrol en leek blij met de afleiding.
Maar ja, waar moet je het in godsnaam over hebben? De tuin, de kat, of ze goed te eten kreeg, of ze pijn had, of ze zich niet verveelde enzovoorts. Na een kwartier was ik door mijn stof heen, maar bleef nog langer en verzon van alles om het gesprek gaande te houden.

Dierenfluisteraar Jean P. (uit hetzelfde geboortedorp) had er geen zin meer in, vertelde ik. Jean scheelde 3 dagen met haar, december 1928 en liep nog elke dag de berg op om zijn melkvee (kopfotootje)te halen en te brengen.

French traditional farmer and his cow
Jean twee jaar geleden

Hij werkte op zijn 85ste nog dagelijks op de boerderij, onderhield de omheiningen (niet al te best, tussen haakjes) voor zijn zoon, zorgde voor alle beesten en alles met de hand, zonder benzine of elektriciteit. Maar omdat zijn vrouw ziek was, was hij in een sombere staat verzonken geraakt, waarin hij zei dat hij ermee ophield.
Dat vertelde ik allemaal aan Lucienne.

Cow and calf
Voor oormerken hebben ze geen tijd, schijnt

Of ze al een beetje liep? Ja, maar dat ging heel moeilijk. Gelukkig zit je in een rolstoel, Lucienne, hoef je niet lopend naar je kamer. Rolstoel? Welnee, ze zat in een gewone stoel. Enzovoorts.

In de brico kocht ik dan eindelijk een ijzeren wig om de te dikke houtblokken te splijten. Maar wat was wig nu ook weer in het Frans? Heel makkelijk, coin, maar ik moest zo nodig de zaken ingewikkeld maken door het te omschrijven: un truc pour fendre des b?ªches.
Une fendeuse? was de logische vraag. Ja, maar dan een stuk ijzer. Elektrisch? Ook alweer een kwestie van enzovoorts enzovoorts en steeds dieper in de onbegrijpelijke modder raken, tot het meisje riep: un coin! Inderdaad, die zocht ik.

Vervolgens kwam ik bij het verlaten van de parkeerplaats tot mijn vreugde terecht in de sc?®ne uit A Fish Called Wanda, waarin een stotterende Michael Palin een getuige probeert te vermoorden, maar in plaats daarvan elke keer een van haar drie Yorkshire terriertjes om zeep helpt. Ik liet niet de Dobermann los, maar maakte een foto.

A Fish Called Wanda in La Sout
Kroongetuige ?† charge laat hondjes uit

En vandaag is het de tweede ronde verkiezingen, waar ik me 1 dag te laat voor aanmeldde wegens verkeerd voorgelicht zijnde.
Maak het iets uit? Welneen, de favoriet, populaire boer Guy is met bijna 95% stemmen gekozen, nummertje twee is de vader van buurman Nico met bijna 90% en onderaan het lijstje bungelt onze burgemeester, die desondanks burgemeester blijft, ondanks zijn glimlach, die vorige week niet van zijn gezicht was af te slaan, aldus mijn ironische zegsvrouw vriendin P.

Hoe of dat zat, vroeg ik buurman P, waarom wordt de minst populaire burgemeester? Niemand wil dat baantje, was het antwoord, zo simpel zat dat. En van welke partijen zijn de kandidaten? Och, dat speelde hier nu geen enkele rol.

Om daar achter te komen moet ik alleen nog op zoek naar het A4tje met een foto van de kandidaten. Buurman P had het net een uurtje geleden in de openbare poubelle laten mikken. Even vissen.

Nutteloze zaken

Our hamlet
Gisteravond tijdens het onweer en ook de seringen zijn van kleur veranderd

Dagelijks ga ik voor een praatje langs G., die hard op weg is naar de 91, maar die niet meer zo hard loopt en ook niet meer in staat is tot boerenwerk, waar ze enorm van baalt. Heel af en toe laat haar korte termijngeheugen haar in de steek, maar verder kletsen we erop los dat het een lieve lust is. Het gaat over tuinieren, dieren, het patois, hoe de wereld veranderd is de laatste 50 jaar en het weer natuurlijk. Ik probeer haar alle verhalen van vroeger te ontfutselen.

Het weer is altijd wel een onderwerp van zorg, maar dit seizoen is het heel erg. Gisterenavond regende het 5 minuten, terwijl het de rest van de avond boven het Bos van Chabannes bleef rommelen, zonder dat dat tot water leidde. (Ik werd toevallig getroffen door, neen, niet door de bliksem, maar door het minieme buitje, op het stuk van 10 meter van het huis van G. naar het onze, zodat ik als enige in de wijde omgeving kletsnat was.)

РNiks groeit behalve het onkruid, zei G. zoals we allemaal elk jaar zeggen. Ik had me weer eens flink aan de brandnetels gebrand (piqu?©e) en we vroegen ons af wat het nut in godsnaam was van brandnetels.
– Je kunt er thee (tisane) van zetten, zei G. Inderdaad en je kunt ze als mest gebruiken. Bovendien zijn er rupsen van bepaalde vlinders die ze eten.
– Peut-?‚Ñ¢tre.
– Echt waar.
En merels, hadden die nut? Neen, die hadden geen nut. Misschien voor de kat. En ze zingen zo gezellig, ‘s avonds. Maar ze eten al het fruit op.
– Die merels moeten ook eten, vond G., geheel tegen de algemene opvatting in. Misschien verspreiden ze zo wel de zaden van bijvoorbeeld de aardbei, als ze ze weer uitpoepen. Dat gold in ieder geval niet voor de kersen, want daar eten ze altijd om de pit heen.
Nut was dus weer een kwestie van wiens standpunt je e.e.a. bekeek. Mensen zijn volkomen nutteloos, vond ik. Ik wilde niet al te defaitistisch klinken, maar eigenlijk heeft niks nut, welbeschouwd. We krioelen een beetje rond en na korte of lange tijd verdwijnen we weer, al dan niet met een volle maag.

Hamlet in France
Kip ontsnapt

En zo pruttelt het leven hier voort. De meest opwindende gebeurtenis was dat buurman F. de sperziebonenzaden die ik hem had gegeven, in z’n broekzak had laten zitten. Daar kwamen ze achter toen ze de broek uit de wasmachine haalden. Zijn ze nog witter, grinnikte P., de zoon van P., die toevallig langskwam.

Kom, laat ik hem maar eens een nieuw setje brengen.

Houten hammen en krotenwater

Eerste bietje
De eerste kroten

Heel, heel lang geleden gingen I. en ik op bezoek bij een hoogbejaarde Rijswijkse dame die door een ongeluk in het ziekenhuis was terechtgekomen. Wij waren 14 of 15 en werkten in de vakanties bij de tante van I. die een dierenpension hield in een merkwaardig onbedorven 19e-eeuwse enclave van een paar keuterboerderijtjes.

We hebben het over 1968 of-69. Die twee huisjes -misschien waren het er twee onder een kap -stonden op de grens van Rijswijk en Den Haag tegenover het asiel op het Julialaantje. In de ene helft woonden twee oude zussen, die kippen hielden, in de andere de tante van I. met haar honden en pension. Bij die zussen, de buren dus, was volgens ons de laatste 100 jaar niets meer veranderd.

De hond en kat van de zieke waren zolang bij ons ondergebracht en omdat ze zich misschien zorgen maakte en we niet de indruk hadden dat ze familie had, gingen wij op ziekenbezoek. De zieke bleek een pittige 80-plusser, die in het oude centrum van Rijswijk vlak bij haar huis heel onnozel door een auto was aangetikt en zo haar heup had gebroken. Toen ze eenmaal over haar leven begon te vertellen, was ze niet meer te stoppen. Ze zat in de manufacturen, waarvan wij pubers geen idee hadden wat dat waren, en trok met haar moeder met paard en wagen langs de boeren van het Westland.

Paard en wagen van Van Gogh
Van Gogh, paard en wagen, 1890

Ze haalden kleren op, verstelden die en verdienden zo hun geld, met een vals paard dat beet en schopte. Ach, ik zie een schonkig dier, een ouwe kar voorttrekkend door de regen met tegenwind, in sepiatinten. Vincent van Gogh. En dat klopt, dat was dezelfde tijd.
We lachten ons een deuk aan het ziekbed, want ze stak haar mening over de Haagse kak niet onder stoelen en banken. Als je bij die kak naar binnen keek, zag je de hammen aan de balken hangen en de wijn in kristallen karaffen op tafel. Houten hammen en krotenwater! beweerde ze en rijmde: Bluf, bluf, tis allemaal bluf, maar zonder bluf is het leven duf. Haagse bluf.

We verlieten het ziekenhuis met een verkrampte grijns op ons gezicht, die we er de eerste uren niet meer afkregen.