
Dode zalm
Ik had al ongeveer een jaar geleden iets geschreven over de wonderlijke namen van de verf van Farrow&Ball. Ik googelde wat en kwam op dit YouTubefilmpje van een vertederende, geestige puber. Dat wordt nog wat met die jongen: I hate Farrow&Balls’ paint names.
Ik heb nog twee kasten te verven. Groen en rood. Off-coloured grass. Elephant Breath.
Farrow & Ball.

Samen met de buurman ga ik in december of januari een nieuw fornuis kopen. Hij zag bij ons onze ouwe trouwe Rosieres, die akelige aftakelingsverschijnselen vertoont, na 30 jaar met zijn haar voetjes in een natte keuken te hebben gestaan. Er zijn binnenin door de roest al strategische stukken ijzer afgebroken, de turbostand doet het niet meer en de klep onder de oven, die met twee dikke schroeven moet worden geopend om slakken te verwijderen, is gebroken.

Toen de buurman het merk zag, riep hij meteen dat we bij hem moesten zijn als we een nieuwe wilden. Wat hij precies voor werk doet weet ik niet, maar hij krijgt korting. Het is een hartelijke jongen uit Parijs, die aan een almaar kwebbelend, sympa carrierevrouwtje uit de Creuse is blijven plakken. Hij heeft zich volledig aangepast, zaterdag grasmaaien, leuke dingen met de kinderen doen en met nieuwjaar trakteert hij met gulle hand het hele dorp+gasten op oesters en Elzasser wijnen.
“De volgende keer dat jullie er zijn, gaan we op een zaterdag naar de fabriek en dan zoeken jullie een modelletje uit”, beloofde hij.
Ik heb mijn modelletje al gezocht, hoor. Deze week stuur ik hem een briefje met mijn wensen, dan hoeven we niet eens naar de fabriek. Maar misschien hoort dat erbij, om ons te laten zien wat hij in zijn werkende leven doet. On verra.

Foto: Mirjam Boer
Gisteren ging de tweede droom van Yeva in vervulling: Zwarte Piet zijn bij de intocht van de Sint in Amsterdam. Ze moest zich om 07:00 uur melden ergens bij de Spaklerweg en omdat we bezorgde ouders zijn, fietste Siebe met haar mee. Ik draaide me nog eens om, bezorgd als ik was.
Haar eerste droom was: in een d?©fil?© te paard meerijden. Nu, dat hebben we al twee keer in Frankrijk gedaan. Het mooiste zou zijn: in de optocht van Sint te paard meerijden.
Siebe vertelde dat hij onderweg dronken pubers van een nachtje stappen naar huis had zien gaan. Er schijnt daar een disco te zijn of hoe heet dat tegenwoordig. Dance palace? Danspaleis? Ik klink wel heel bejaard.

Elke dag wordt deze tank gevuld met water uit een piepklein stroompje aan de rand van ons dorp. Verder is er geen bron te vinden. Ons hele landje is een paar keer helemaal afgezocht met een wichelroede, vertelde mevrouw A., maar niks gevonden. Dat water uit de watertank is voor de koeien. Als het erg warm is rijden de buren twee of zelfs drie maal per dag naar de wei.
De witte Charolais van het dorp verderop, die de hele winter buiten staan, hebben een stroompje door hun veel lager liggende wei lopen. Waarom staan ze altijd buiten? Omdat de boer geen stal voor ze heeft.

Ik draai kwart cirkel en zie de hond van Paulette, de moeder van Jean Pierre. Die hond is een bandenhapper, gelijk Flealick in Pig in the city. Hij is alleen (nog) niet gehandicapt. Mevrouw de postbode haar auto moet het ontgelden. En de eend.

Hier aan de linkerkant van de weg is de bron. Daar houden zich natuurlijk al die kikkers op die ik net niet aan stukken maai.
Ik kijk foto’s omdat ik heimwee heb.
Laatste reacties