Vernissage

La Montagne voorspelt het hele weekend mooi weer en die voorspellingen komen altijd uit. Het is dan ook fantastisch, terwijl het de vorige week koud en nat was. We boffen weer eens.
Toen ik de familie B. vanochtend sprak, keuvelden we wat over tuinieren. Paul kwam met een grote mand prei en peterselie aan. Dat laatste vriezen ze in. De merels hadden de sla eruit gerukt, zeiden ze. Ik dacht eerlijk gezegd dat deze volmaakte tuiniers nooit de banale problemen van het gewone stadsvolk zouden hebben, maar gelukkig zijn ze menselijk. Dat plaatselijke accent is soms moeilijk te verstaan. Simone zei Poque, poc? poc? vroeg ik verbaasd, oh, Pasen! Dan opent de expositie waar Paul ook elk jaar aan meedoet.

Hoewel ik me voorgenomen had een dag alleen maar te lummelen, kon ik me niet beheersen. De motorzeis aangeslingerd en hup! ik onthoofde meteen een bierflesje, dat nog in het hoge gras stond. Ik keek eens naar de sterk verwaarloosde tuin van de buren en realiseerde me plotseling: dat is de tuin van de buren niet meer, die is van ons! Holy Moly, weer zo’n stuk land met alleen maar ellende, helemaal vergeten! Wanneer we dat moeten doen, ik heb geen idee.

Yeva en ik gingen verder vanmiddag via de berg naar de Salle Polyvalente, waar de vernissage van die al eerder genoemde jaarlijkse kunsttentoonstelling plaatsvond.
Op de berg kletsten we even met de man van Carine, van Cheval Rouge, die diep onder de indruk was van de 2cv en vooral van de queue de Paris, die hij nog nooit gezien had. Felicitations, riep hij.
De zaakjes gingen zo te zien goed, een volle buitenbak met een ponyles en Carine zelf was weg op een tochtje.

In Saint Sulpice moesten we iedereen een handje geven, alle dames en heren van de Mairie en we werden gezoend door een ons totaal onbekende man, die net deed of hij ons kende. Daar trapten we mooi in.
De wethouder die vorig jaar met 15 oet de biefstukjes bakte, schonk nu de drankjes in. Ik moet nog rijden, probeerde ik nog, maar daar wilde hij niks van weten. Drinken, die sangria!

Omdat we geen geld bij ons hadden, (pas de sou, gebaar van binnenzakken van broek eruit) kocht onze trouwe wateropnemer een catalogus voor ons, dat komt wel, zei hij, als ik de meter kom opnemen. Ze zijn allemaal weer zo hartelijk.

Plotseling hebben we een gigantische miereninvasie. Ze hollen met z’n honderden over de muur, onder de deur door en ik zie er zelfs een op mijn toetsenbord. Wat krijgen we nou?

2 thoughts on “Vernissage”

  1. Jemig mia Elz, wat ben jij een wervelwind!
    Lummelen! Gossamme….. wie is die Paul trouwens eigenlijk by(e?) the way?

Comments are closed.