The discovery of France


‘Vee, voor warmte en gezelligheid’

Ik had het op 28 februari al over het boek The Discovery of France van Graham Robb, maar ik kreeg het effectivement niet te pakken, want Siebe waakte erover als een broedse kip. De bibliotheek heeft ?©?©n exemplaar (in heel Amsterdam!) en ik had geluk, het stond gewoon in de kast.
De ondertitel luidt: A Historical Geography, from the Revolution to the First World War.
Robb schetst een fascinerend beeld van Frankrijk, dat in ieder geval v????r de revolutie helemaal niet als zodanig bestond. Er krioelden duizenden kleine gemeenschapjes, met hun eigen regels, normen, taal, dialect, rechtsgang.
Aan de Franse staat hadden deze clans geen boodschap. Ze leidden hun eigen zelfvoorzienend leven in een bescheiden straal om hun geboorteplaats. En het woord pays, op school vertaald met land, betekent feitelijk de bekende omgeving, dat wil zeggen, dat gebiedje van die straal. Onze buren hadden dus gelijk toen ze beweerden dat er twee dorpen verderop een onverstaanbaar patois werd gesproken. En er is op sommige plekken weinig veranderd, volgens Robb (en mij). Zie Profils Paysans van Depardon.

O ???c S?? Bai Ya Win Oui Oyi Aw?® Jo Ja Oua (= allerlei soorten Ja) heet het hoofdstuk dat over deze dialecten en talen gaat.
Op een kaartje zien we dat in 1863 de helft van de departementen Frans spreekt. De rest, de zuidelijke helft, spreekt zijn eigen taal, of beter gezegd, geen Frans.

Langzaam maar zeker wordt het land ontsloten, eerst door de kaarten van Cassini, (die ik al eerder noemde en die ik cadeau heb gedaan aan onze buren) en later natuurlijk fysiek door de verbetering van wegen en de aanleg van de spoorweg. Frankrijk wordt een stuk kleiner: van drie weken breed (van Straatsburg naar Brest) en lang (van Duinkerken naar Perpignan) naar ?©?©n dag. Frankrijk is ontstaan door het koloniseren van al die pays, waar voorheen alleen de belasting werd opgehaald als er weer geld nodig was voor ?©?©n of andere oorlog.

Het boek barst van de verhalen, er is een bijvoorbeeld hoofdstuk gewijd aan de tamme en wilde dieren (The Sixty Million Others) waar de foto hierboven een mooie illustratie bij is.
Robb heeft vier jaar in de archieven en bibliotheken gezeten, nadat hij eerst op zijn fietsje duizenden kilometers had afgelegd om alles met eigen ogen te zien. Het is een heerlijk boek, dat zich niet in een middagje laat uitlezen en je hebt er de Michelingids bij nodig om te zien waar alles zich afspeelt. Tjonge, wat een verademing na al die slappe Frankrijkmodeflauwekul. Ik ben nu op de helft.

TIKOES!


Kwint zoekt tikoes achter de centrale verwarming

Kwint kent twee woorden die hem tot heftige actie aanzetten:
1. BAKKIE! (=eten) en
2. TIKOES! (=muis)

Bij 1. holt hij op zijn bordje af en geeft er een flinke mep met zijn poot tegen. Hij heeft mij nu zover afgericht dat ik braaf zijn bakje vul, als hij dat blikken ding door de kamer zwiept. Ik heb de metalen bakjes vervangen door plestikke, want dat geeft minder herrie.
Bij 2. duikt hij de boekenkast in of zet hij zich klem achter de radiator. Ze (Kwint+Bess) hebben ?©?©n keer een halfdooie muis gevangen, knap, hoor, en die andere ruiken ze alleen maar, geloof ik. Soms wandelen die beesten gewoon voor hun slapende neuzen richting aanrecht.
– TIKOES! roep ik en hup daar zit Kwint achter de verwarming in plaats van uit zijn doppen te kijken. Die muis vult zijn zakken met een stuk kaas, dat ik er net 10 minuten geleden even heb neergelegd.
Je hebt er niks aan, die honden. Maar wel gek dat ze onmiddellijk van jongs af aan hebben begrepen wat dat Maleise woord betekent: TIKOES!

Kijk, uit de Indonesische wikipedia.