Published on 10 March 2008
in dieren.

Kwint zoekt tikoes achter de centrale verwarming
Kwint kent twee woorden die hem tot heftige actie aanzetten:
1. BAKKIE! (=eten) en
2. TIKOES! (=muis)
Bij 1. holt hij op zijn bordje af en geeft er een flinke mep met zijn poot tegen. Hij heeft mij nu zover afgericht dat ik braaf zijn bakje vul, als hij dat blikken ding door de kamer zwiept. Ik heb de metalen bakjes vervangen door plestikke, want dat geeft minder herrie.
Bij 2. duikt hij de boekenkast in of zet hij zich klem achter de radiator. Ze (Kwint+Bess) hebben ?©?©n keer een halfdooie muis gevangen, knap, hoor, en die andere ruiken ze alleen maar, geloof ik. Soms wandelen die beesten gewoon voor hun slapende neuzen richting aanrecht.
- TIKOES! roep ik en hup daar zit Kwint achter de verwarming in plaats van uit zijn doppen te kijken. Die muis vult zijn zakken met een stuk kaas, dat ik er net 10 minuten geleden even heb neergelegd.
Je hebt er niks aan, die honden. Maar wel gek dat ze onmiddellijk van jongs af aan hebben begrepen wat dat Maleise woord betekent: TIKOES!
Kijk, uit de Indonesische wikipedia.

Hier in dit huishouden, willen ze altijd AMORA mayo, die dan ook vanuit Frankrijk ge?Ømporteerd wordt, dat wil zeggen, we kopen een potje als we aankomen en nemen dat weer mee als we vertrekken. Zijn we vrijdag in de DIRK, waar anders inderdaad, staan die potten daar gewoon in de schappen! Na het verdwijnen van de franc en het plezier van buitenlandse bankbiljetten, nemen ze ons dit ook af. Het ontbreekt er nog aan dat in de centra van de Franse provinciestadjes de Blokker en de Appie Heijn en de Kruidvat verschijnen. Maar dit even terzijde.
Gisteren was de opening van de tentoonstelling M Photo in Las Palmas, zoals gezegd, en aanleiding was het afscheid van M van Hans van Blommestein, die de tentoonstelling ook had samengesteld. Het was bijna hetzelfde gezelschap als het feestje in juni, ook weer logisch, want het onderwerp en de werkgever waren hetzelfde, alleen dit keer was het minder intiem, want in een museum en niet bij iemand thuis.
De tentoonstelling viel niet mee. Met alleen maar prints van een aantal topfotografen (ja Siebe, ik bedoel jou ook) kom je er niet en voor de zoveelste keer blijkt dat tentoonstellingen inrichten een vak is. Bovendien denk ik eigenlijk dat het veel leuker is dit soort foto’s in verband met het magazine te bekijken, dus niet ge?Øsoleerd van de tekst of het geblader. Gezellig was het wel en bovendien voor mij een thuiswedstrijd, met mijn Rotterdamse verleden. Dat kwam nog even ter sprake.
- Waarom kom je niet weer in Rotterdam wonen?
Ja, waarom eigenlijk niet?
Wat een goed idee!

De Euromast
Nu even een paar plaatjes, morgen komt het verslag.

Twee leden van de familie van der Meer

Medewerkers van Hollandse Hoogte met een hunner fotografen,
camera vastgehouden door Amaury Miller
We gingen vol verwachting naar een bijeenkomst in het Stedelijk in Amsterdam en kwamen van een koude kermis thuis.
Link: Jan Edward
Leest hier:
“Rob Hornstra beet het spits af met de stelling dat fotojournalisten hun eigen weg moeten zoeken en niet afwachten tot iemand ze belt met een opdracht. Verder kraakte Hornstra harde noten over de Zilveren Camera-wedstrijd. Hij verweet de jury en het bestuur een bekrompen visie op fotojournalistiek, en stelde voor een nieuwe prijs in het leven te roepen, de Gouden Camera. Na een verhaal van Claudia Hinterseer over het agentschap Noor (dat vandaag precies een half jaar bestaat), ze verving de verhinderde Kadir van Lohuizen, was het de beurt aan Dr. Marta Zarzycka met een theoretische verhandeling over de rol van digitale fotografie in het cre?´ren van een collectief Westers bewustzijn. (Hoewel inhoudelijk niet al te spannend, riep ze met haar verschijning en accent bij sommige toeschouwers vooral gedachten op aan Juliette Binoche in de film Trois Couleurs Bleu). Vervolgens mocht de altijd vriendelijke Steve McCurry een aantal belegen anecdotes hervertellen aan de zaal en aan de afwezige, slecht voorbereide en met steenkolenengels gezegende gespreksleider.
Na een korte pauze volgden wat vlakke gesprekjes en leek de avond in grauwe saaiheid te eindigen totdat Adriaan Monshouwer (commercieel directeur Hollandse Hoogte) Arno Haijtema (voormalig chef fotoredactie Volkskrant) voor de voeten wierp dat de Volkskrant geen respect heeft voor fotojournalisten. Haijtema reageerde als door een wesp gestoken, maar zijn verweer bevestigde alleen Monshouwers gelijk. Volgens Haijtema ligt de oorzaak van alle problemen bij de fotojournalisten zelf. Zij moeten niet klagen over lage vergoedingen voor hun werk, maar blij en trots zijn dat hun foto’s in zijn mooie krant verschijnen (al is het voor een grijpstuiver, red.). Hun boterham moeten ze dan maar verdienen met commerci?´le reclame-opdrachten voor bedrijven als Coca-Cola. Hij stelde de Deense fotograaf Erik Refner daarbij als voorbeeld. Haijtema mopperde ook over de hoge rekeningen die Hollandse Hoogte elke maand stuurt. (Monshouwer: “Hoge rekeningen? Laat die maar eens zien dan. Jullie plaatsen zelden of nooit foto’s van ons.”) Haijtema vond zelfs dat Hollandse Hoogte juist aan de Volkskrant zou moeten betalen, omdat veel HH-foto’s in opdracht van de Volkskrant zouden zijn gemaakt, en verweet fotojournalisten aartsconservatief te zijn door te weinig voor internet te kiezen. Monshouwer stipte nog even fijntjes aan dat dagbladen als de Volkskrant fotografen nog steeds als indringers beschouwen op hun pagina’s vol (hoogwaardiger?) tekst, en dat de krant in tegenstelling tot schrijvende redacteuren nauwelijks of geen fotografen in vaste dienst heeft. Daarna was er nog wat ruimte voor vragen uit de zaal, die vooral onverstaanbaar waren.”
Bedankt Jan, voor dit glasheldere verslag.
Laatste reacties