Compliment

Maandag is het zover, dan is hij van mij. Mooi, nietwaar?
Voor de Kerst zag hij er zo uit:

Ik ging van de week mijn identiteitsbewijs halen, geen paspoort omdat ik denk dat ik de komende jaren niet buiten de EG ga komen. Het loket is normaal altijd om 8:30 uur open, zodat je nog even voor het werk je zaakjes kunt regelen, maar sinds 01-01-2007 is het een uur later.

Omdat ik geen 5 seconden mijn mond kan houden, begon ik een praatje met de loketmeneer over deze quaestie.
Dat was meteen in de roos.
“We zitten tussen 8:30 en 9:30 met onze duimen te draaien,” zei hij, “een beetje mail beantwoorden, een papiertje weggooien, want de ambtenaren moeten er wel om 8:30 zijn.”
“Wie bedenkt dan zoiets en waarom eigenlijk?”
Die Stadsdeelraadbestuurders hadden dat bedacht. Omdat het loket op koopavond tot zeven uur ‘s avonds open is, beginnen ze op die dag een uurtje later. En om het voor de burgers “transparant” (ja, dat is weer zo’n woord waar de gemiddelde politicus niet onderuit kan) te houden, ging de boel voortaan elke dag om half 10 open.
“Maar we zijn niet elke dag tot 7 uur geopend, dus die redenering raakt kant noch wal”, vond de meneer. Dat was ik met hem eens.
“Ja, dat zijn van die kleine burgermannetjes en -vrouwtjes, mevrouw Swart”, ging hij voort, “die hebben 20 jaar in het bestuur van de hengelclub gezeten, of de filatelievereniging” – “of de Volkstuin”, hielp ik hem gretig – “of de Volkstuin inderdaad, mevrouw Swart, en nu denken ze, laten we het eens in de politiek proberen”.
“Je zou ze moeten zien, mevrouw Swart, op de avond van de verkiezingsuitslag, strompelen ze met rooie koppen de trap hier af en vragen met dubbele tong of ze gewonnen hebben.”
“Neen”, besloot hij, “Die deelraden, dat is helemaal niks, mevrouw Swart”.
Dat vond ik ook, hoewel ik er een beetje moeite had als mijn schoonmoeder aangesproken te worden. Ik wenste hem nog een fijn weekend en ging nog even de stad in.

Al fietsend door de kleine straatjes van de wallen, klunend over zandbergen omdat de straat weer eens open lag, raakte ik een beetje uit mijn humeur, vooral toen ik bij het afrekenen mijn portemonee bleek te zijn vergeten. Moest ik dat hele stuk weer terug. Komt me een stralende, pikzwarte man tegemoet en die roept verbaasd:”Je ziet er best lekker uit voor je leeftijd!”
Ik kan maar niet besluiten of dat nou een compliment was of een belediging.

iMac

de nieuwe imac

Eindelijk na twee maanden heb ik weer een serieuze computer.
Mijn eMac had een ongeneeslijke ziekte: het appeltje dat altijd verschijnt bij de start, was veranderd in een vierkant met pixels. Twee programma’s tegelijk aan kon niet, dan hing de boel. Of ?¬©?¬©n programma tegelijk aan, ging ook niet.
De garantie was verlopen, dus ik was mijn geld al zuchtend aan het tellen, toen bleek dat hij in een serie viel, die totaal rot was. Ze hadden de garantietermijn ongevraagd met twee jaar verlengd. Een extended repair program heet zoiets. Hoera!
Tenslotte bleek dat het onmogelijk was dat ding nog binnen redelijke tijd te repareren.
En wat heeft Apple nu gedaan?
Mij vandaag een spiksplinternieuwe iMac gegeven. Met een ingebouwde camera met behulp waarvan ik vrolijk naar mijn skypecontacten kan zwaaien.

H?®, h?®, zitten die meiden ook niet meer in mijn nek te hijgen als ze weer zo nodig op Het PaardenSpel moeten.

Prins Kwint

Kwint presenteert zich altijd als mooie jongen. Hij ligt met zijn slanke pootjes elegant te zijn. Buigt zijn kopje een beetje om zijn oogwit te kunnen laten zien.

Maar zijn enige doel is: door middel van vertedering een volle etensbak te scoren.

Guns of August

Jarenlang stond dit boek ongelezen in de kast van mijn ouders. Niet in deze schitterende vertaling van A. Alberts, maar in de oorspronkelijke tekst, bij Penguin uitgegeven, meen ik.
Ik was te jong en beheerste het Engels onvoldoende en kende dat boek alleen als klassieker, net als Herfstij der Middeleeuwen, Family of Man en Het Schildersboek van Carel van Mander, Het leven der doorluchtige Nederlandsche en Hoogduitsche Schilders.

Oh ja, en De Ramp natuurlijk, met foto’s van echte dode dieren.

Het boek stond deze keer gewoon tussen de andere in de bibliotheek. Het leest als een trein. Barbara Tuchman beschrijft met een geestig oog voor detail de beslissingen van de domme, verongelijkte en kinderlijk beledigde machthebbers, die tot de Grande Guerre hebben geleid.

Het boek opent met de begrafenis van Edward VII en we zitten er meteen in. Wilhelm II, keizer van Duitsland beschouwt de dode koning als de ‘vloek van zijn leven’: ‘Edward, de broer van zijn moeder, die hij nooit had kunnen intimideren of imponeren en wiens dikke lichaam een schaduw over Duitsland had geworpen’.


Zo dik is hij nou
ook weer niet.

Iedereen komt aan de beurt, de generaals, de royalty, de politici, met al hun kleingeestige en ijdele overwegingen.
Wilhelm eiste dezelfde waardering van Frankrijk die Edward had gekregen, en de deal van de Engelsen met de Fransen (de Entente) deed hem helemaal in razernij ontsteken.

Was Willem-Alexander nog ‘een beetje dom‘, de Duitse keizer sloeg werkelijk alles met zijn geklets. In een interview met de Daily Telegraph vertelde hij openlijk en uitgebreid wie met wie zou moeten vechten. De kritiek was van alle kanten zo heftig dat hij drie weken bed moest houden.
Toen de oorlog tenslotte voor de deur stond, schrok hij terug, maar het was te laat. Kennelijk is zijn correspondentie van toen goed bewaard gebleven, want Tuchman beschrijft zijn commentaar in de kantlijn van de telegrammen: ‘Aha! De gemene bedrieger! Onzin! Hij liegt! Geraaskal! De smeerlap is gek of zwakzinnig!’ Dit ging allemaal over die vermaledijde Edward, die in het graf nog een lange neus trok.

Hier en daar een hoog Kuifjesgehalte dus, met de keizer als kapitein Haddock. Het treurige is natuurlijk dat deze oorlog werkelijk gevoerd is met onnoemlijk veel dood en verderf tot gevolg.

Tegelijkertijd lees ik van dezelfde Barbara Tuchman the distant Mirror, (‘De waanzinnige veertiende eeuw’) en ze trekt mooie paralellen tussen beide epsioden. Dit boek is ook weer de moeite waard voor iedereen die ge??ònteresseerd is in de Europese geschiedenis. Het speelt in Frankrijk in de tijd van de Zwarte Dood, de roofridders en de Kruistochten. Lezen maar, jongens en meisjes!