Aapje Anders

Het was nacht geworden. Zebra wilde net gaan liggen om te slapen,
toen er plotseling iemand op zijn rug sprong.

Wie ben jij, vroeg Zebra geschrokken.
Ik ben Aapje Anders, zei Aapje Anders, kan ik een eindje meerijden?
Liever niet, zei Zebra, ik ging net slapen. Hoepel toch op, dacht hij.


Jij zit lekker, riep Aapje Anders, hier wil ik de hele nacht wel zitten!

Ik zou er maar af gaan als ik jou was, zei Zebra, weet je niet wat zebra’s doen met aapjes op hun rug.
Nee, gilde Aapje Anders, dat weet ik lekker niet!
Ze rollen en dan zijn de aapjes plat.

Rollen, rollen, rollebollen! zong Aapje hard. Wat een lekkere warme zachte rug, tralala!

Pas op, zei Zebra, ik tel tot drie: ?¬©?¬©n, twee…


Drie, zei Zebra en liet zich vallen.
Pas op, waarschuwde hij nog eens.
Aapje Anders had zijn ogen dicht en riep alleen maar: Joepie, poepie hopla!

Met een grote plof liet Zebra zich zijdelings vallen en trappelde met vier poten tegelijk in de lucht. Hij rolde van links naar rechts en van rechts naar links.


Al trappelend werd hij wakker. Aapje Anders was verdwenen en de zon scheen al.
Zebra had gedroomd. Hij stond op en vervolgde zijn tocht.

Smetvrees

Ik had in dezelfde tijd voor de kinderen allerlei verhalen gemaakt, over egels en wasberen. Dat waren hun lievelingsknuffels en zijn dat nog steeds, nu ik erover nadenk. Zijn ze daar niet een beetje te oud voor? Welnee. (Jammer dat de honden ook dol op egels zijn)

In een van die verhalen komt Wasbeer Zebra tegen: “Weet je dat je ontzettend stinkt?” vraagt hij. Logisch, wasberen hebben smetvrees en die figuur uit mijn verhaal al helemaal. De Egel had pleinvrees. Die Zebra deed alleen maar mee omdat ik daar van die vette grafische beelden mee kon maken, want verder was de lucht niet te harden.

Glossy

Een heleboel jaar geleden maakte ik in opdracht van een nieuw te verschijnen glossy over eten een aantal illustraties. Die waren bedoeld voor de versiering van de verschillende rubrieken, zoals de brieven, recepten, reportages en specials.

De geldschieter/initiatiefnemer trok zich op het laatste nippertje terug. Ze durfde het niet aan, en dat terwijl er al 4 nummers klaar lagen, ze hoefden alleen nog maar gedrukt en verspreid te worden. Alles was al betaald, ik ook, dus we begrepen er niks van.
Welke bladen waren er toen? De Allerhande, en de Tip, geloof ik en die zagen er allebei NIET uit. De Allerhande werkte alleen met wurgcontracten, hoorde ik toen ook nog.

Een tijdje later verschenen er bladen als Sla en Elle Eten. Er was wel degelijk een markt voor.

Vandaag bekeek ik een paar tekeningetjes (eigenlijk lino’s), die ik toen gescand en op flop had gezet. Ach, wat een lieve plaatjes.

Pot&Grond 3

Koekoek en andere vliegers.

In de Rododendron zoemen zoveel bijen en hommels dat ik het een beetje g?‚Äö?묢nant vind een zakje bijenbloemenzaadmengsel in de tuin uit te strooien. Maar vooruit, de roze reus bloeit niet eeuwig en ik wil deze zomer zoveel mogelijk sympathieke insecten over de vloer.

De pogingen om meer dieren mijn tuin binnen te lokken hebben succes en niet altijd tot mijn vreugde. In de kruidentuin wilde ik een vrolijk randje van bloeiende bieslook en daartoe had ik de oude planten gescheurd en weer geplant, maar elke keer was er een polletje keurig gekortwiekt als met een schaartje. Er restte nog 1 bloem. Ik betrapte de dader ‚Äö?Ñ?? ¬¨¬Æ‚Äö?Ñ?s ochtends vroeg, toen die op de Lobelia was overgegaan:


een waterhoentje stapte schoksgewijs en verontwaardigd weg, achterdochtig over haar schouder kijkend.

Dan de Houtduiven: wat er aan technisch inzicht in het algemeen van deze vogels mankeert en die van het nestbouwen in het bijzonder, ik weet het niet. Als ze aan komen vliegen.kunnen ze eerst al geen keuze te maken op welke tak ze zullen landen: ja die berk, neen die houdt me nooit, ik neem die dikke wilg wel, god daar zit al een merel etc, en zo blijven ze lomp en onhandig met veel misbaar klapwieken tot ze krakend een plek hebben gevonden.


Het is gelukt.
Vorig jaar kwam hun gammele nest regelmatig met donderend geraas uit de oude appelboom naar beneden, volgens mij omdat je daarin eenvoudig niet zo‚Äö?Ñ?? ¬¨¬Æ!”n groot nest kunt bouwen, maar dat vormde voor de tortelaars geen enkel beletsel steeds weer op dezelfde plaats een soort brandstapel op te trekken. Geen jonge houtduifjes dat jaar en deze zomer hebben ze gelukkig hun suffe oog op een meer geschikte boom laten vallen.

De Winterkoninkjes zijn jammer genoeg ook verhuisd, maar dat heeft alles te maken met het afsterven van de klimop, waarin ze vorig jaar woonden met hun gezinnetje. Er bestaat bijna niets vertederenders dan de vliegles van jonge Winterprinsjes en -prinsesjes. Ze zitten nog wel in de tuin, maar waar hun perfect gebouwde nest zich bevindt heb ik nog niet kunnen ontdekken. Volgens Thijsse (Jacq. P.) bouwen ze naast hun broedplaats wel een tiental speelnesten en ik zie ze dan ook steeds rondvliegen met bouwmateriaal, tussendoor luidkeels zingend met veel trillers.

Dit voorjaar heb ik eindelijk al het dode hout weten te verwerken tot een enorme takkenwal die mijn tuin aan ?©?©n kant afscheidt van de rest van Volkstuindersdorp. Hierbij heb ik allerlei vliegen in ?©?©n klap geslagen: ik ben de oude takken kwijt, ik heb een schutting, helemaal voor niks en zeer fraai van vorm, en ik heb een schuilplaats gebouwd voor allerlei dieren. Mijn grootste hoop is gevestigd op de komst van een Egel, die bij mij vergelijkbare gevoelens oproept als de Winterkoning. E?©n keer, jaren geleden zag ik een Egel met haar drie jongen zonnen -oogjes knipperend tegen het licht en gapend- zo hartverscheurend dat ik onmiddelijk was verkocht. In afwachting hiervan laat ik reuzepompoenen de wal begroeien uit een provocerende excentriciteit.

Terwijl ik met hout sjouw, krijg ik als vanouds ongevraagd commentaar van voorbijgangers, die steeds weer blijk geven van de absolute afwezigheid van enig inzicht, een soort Houtduiven zeg maar, mutatis mutandis dan en dat alles verkondigd met een zelfgenoegzame tevredenheid die op niets dan domheid stoelt. Ik probeer er dit keer ongevoelig voor te zijn door mijn oren te richten op de vogelgeluiden en te kijken welke ik allemaal herken, de merel, houtduif, mus, de meerkoet, koekoek, roodborst, vlaamse gaai, de koekoek, spreeuw, waterhoen, lijster, de koekoek, winterkoning, reiger, de kauw… Koekoek, koekoek? Een duister vermoeden rijst in mij op en ik tel de roep van de koekoek terwijl ik op mijn horloge kijk. Ik besef woedend dat ik voortdurend met vertedering geluisterd heb naar de koekoeksklok van de buren rechts die op zondag ook wel eens een jodelplaatje draaien.

februari 1996

Amsterdam-Noord

Omdat het steeds erger mistte, kwam Siebe met hangende pootjes terug van een optimistisch begonnen werkdag. Al op de Wibautstraat maakte hij rechtsomkeert.
Gelukkig hadden we een alternatief, anders zouden we ons maar een ongeluk vervelen: naar de DIRK in Noord.


nieuwbouw in Noord

We hebben weer flink wat overbodige zaken ons hol ingesleept. Ze hebben daar trouwens in de diepvries overheerlijke botervis die in de oven met mini-trostomaatjes, veel bladpeterselie en flink wat boter – het woord zegt het eigenlijk al – heel smakelijk door Siebe wordt bereid. Het personeel van mediterrane afkomst was het helemaal met me eens. (Dat die vis lekker is.)

Maar blij word je niet als je daar rondkijkt: het was weer het debielenuurtje, of zoals een van mijn collega’s zegt, het uurtje voor de mensen met een uitdaging.

Hoe komen ze toch zo dik? Ze denken zeker allemaal dat de zwaartekracht challenging is. Nou, het is gelukt, ze staan stevig verankerd op de vloer van de DIRK. En aan de inhoud van hun karretjes te zien blijft dat voorlopig ook zo.

Dagelijks leven in Frankrijk