Middenstandperikelen

Armenian church
Uitzicht NL: Armeense kerk in oude glorie hersteld

Al voor de tweede keer lag er een aangetekend stuk van de bank op het postkantoor op me te wachten, meldde het thuisfront enige tijd geleden, alleen door de ontvanger zelf in ontvangst te nemen. Ik had alleen de maandag nog, tot het pasje – dat was het – teruggestuurd en vernietigd zou worden, zei de bankmevrouw door de telefoon.

Op het postkantoor in de Stopera stapte ik tegen de automatische deuren aan, die niet opengingen. Wat zullen we nu krijgen? Er hing een boodschap tegen de ruit: dit postkantoor is gesloten. Ga direct naar de Appie of de AKO of de Spar als u postzegels wil, of post wil afhalen, ga niet langs AF, u ontvangt geen 200 gulden.
We – er vormde zich al een kleine massa morrend volk – bleven een tijdje vol ongeloof naar de tekst staren, voordat we hoofdschuddend terugliepen. Ik was potdome net al in de Appie geweest, maar was onverrichter zake – mijn muesli was onvindbaar – doorgegaan naar het postkantoor. Mopper de mopper, derdewereldland, mopper. Bij de Appie slingerde zich een rij voor de klantenservicebalie, waarvan een mannetje van de Post op een klein stukje postkantoortje mocht spelen. We dachten allemaal: dat is niks en gaat niks worden, vooral toen de AH-meisjes vertelden dat de postmeneer er maar voor 1 dag zou zijn en dat zij het verder alleen moesten klaren. Neen, dat zou niks worden.

Cotton yarn

Ik fietste vervolgens voor wol door naar de Albert Cuyp, waar zich Jan de Grote Kleinvakman moest bevinden, een tip van het meisje van Brood op de Zeedijk. Bij Jan hadden ze geen 100% wol, maar slechts wolmengsels met acryl en dat in niet al te aantrekkelijke kleuren.
“Dat willen onze klanten niet, echte wol”, zeiden ze. Ook dat nog.
Na de TARDIS-sjaal voor S. had ik namelijk weer de breismaak te pakken en had ik mijn zinnen gezet op het nabreien van een jurkje (100% acryl) uit de uitverkoop van H&M.
De bediening in de winkel bestond uit van die vrolijke maar niet heus en typische, beetje gezette marktkooplui, waardoor ik al meteen rechtsomkeert wilde maken, maar ik vermande me en kocht katoen, wel 100%. Bruin, niet blauw.
“U bent wat van plan.” was misschien aardig bedoeld, maar dan moet je er een ander gezicht bij trekken. Jammer dat ze bij de Firma Boeken in de Nieuwe Hoogstraat geen wol verkopen.

Knitwear

Op zoek naar breipennen kwam ik in mijn eigen kast afdeling handwerken tot mijn grote vreugde een zak vol donkergrijze 100% HEMA-wol (is ook al uit het assortiment genomen, net als die heerlijke theekoppen) tegen, waarvan een gedeelte al was verwerkt tot een pand van een trui, dat precies de breedte had van dat na te breien jurkje. Helemaal vergeten, kwestietje van even doorbreien en ja, ik heb het bijna af.

Ik kan aan het mopperen blijven, maar dat doe ik niet, want de onverwachte dood deze week van ons buurmeisje van vroeger zette me weer met beide benen op de grond. Jongens, wat een verdriet.
De zon schijnt, de Franse buren klonken vrolijk door de telefoon, we zijn gezond, de kinderen hebben plezier en Siebe zijn boek wordt maandag gedrukt en de tijd vliegt. Voor je het weet, is het alweer kerst.

Hout en herfst

France, in the country
Kwint in de boomgaard van de nichtjes

Buurman Jean-Pierre stapte door de open voordeur naar binnen.
– Hoeveel hout wil je eigenlijk hebben?
Ik dacht dat 4 meter wel genoeg zou zijn, een aanhanger vol, zoals vorig jaar. Daar ging hij over een kwartier aan beginnen. Zal ik mee, vroeg ik, of loop ik alleen maar in de weg? Neen, ga maar mee.

We vertrokken met de kleine groene trekker met aanhanger van de afwezige buurman, waarbij ik op het spatbord van het wiel ging zitten, me vastklemmend aan de stang, die precies dat doel diende. Ik schudde als op een trilplaat. We werden gevolgd door zijn moeder in een grotere maat trekker, waar De Verschrikkelijke Zaag aan vastzat. Op een veldje bij het volgende gehucht lag een stapel balkjes van een meter, die – heel handig – precies in de ruifvormige bak van de zaag passen, die daar als het ware dwars doorheen zaagt. De zaag zit op 1/3 van de lengte en zaagt ze op die manier precies op maat. Ons fornuis en alle andere fornuizen in de omgeving willen die lengte.

Firewood for the winter
De voorraad

We haalden nog een beetje meer op een andere plek, omdat er een kop op de remorque moest, vlakbij een vindplaats van girolles, neen, ik zeg niks, mijn lippen zijn verzegeld.
We maakten er in de schuur een mooie fotogenieke stapel van en laat de temperatuur donderdag toch plotseling 15¬?C zijn gezakt! Kwam dat even mooi uit, de fik in de kachel!

Les 3 cornes, Creuse, France
De omgeving van Saint Vaury

Ondertussen is S. gearriveerd, om me tussen alle stress van Het Boek door, op te halen voor de winterstop in Amsterdam. Gisteren wandelden we een rondje Les 3 Cornes uit het wandelingenboek, een mooi stukje landschap hier in de buurt waar ik graag doorheen rij, als ik binnendoor naar Gu?©ret wil. Lopend is dat weer anders, vooral omdat het af en toe een ijskoude wind woei en de zon zich nauwelijks liet zien.

Statue of Saint Val?©ry
Beeld in het bos

We kwamen midden in het bos nog een heilige tegen op een plek die me ouder leek dan het beeld, net als de linde en het kapelletje hier op de berg. Die stamt denkelijk uit een tijd van nog voor de Romeinen.

De laatste tomaten staan nu op de cuisini?¬Ære te pruttelen om te worden ingemaakt, de dahlia’s worden zo uit de grond gehaald, de auto krijgt z’n hoes tegen de muizenpoep en dan is het weer tijd om afscheid te nemen. Au, au en nog eens au.

C’est comme ??üa.

Cider

France, in the country
Cottage garden van de buren van de persmeneer

– Ga je mee, zaterdag, vroeg buurman F., naar de appelpers? Kun je fijn foto’s maken. Tuurlijk ging ik mee, en het tijdstip van vertrek werd na enig nadenken niet op 09:00, maar een half uurtje eerder gezet, “omdat er altijd rijen mensen staan”. Mij best.
We reden naar een dorp hooguit 10 minuten rijden, net hier aan de andere kant van de berg, in een werkelijk schitterend ochtendlicht. Op onze bestemming heerste rust en vrede, want Philippe, de persmeester, zoals ik hem maar voor het gemak noem, begon niet voor 10:00. Ja, vroeger, toen iedereen met zijn appels kwam, toen begon hij om 06:00, maar dat was lang geleden.

Arrival of the appels
Geen mens te bekennen om 08:30

Mooi zo, dat betekende 1,5 uur wachten en dat, terwijl we 5 minuten van huis zaten. Buurman was niet van plan weer terug te rijden en alweer nam ik me voor, nooit, maar dan ook nooit meer met iemand in het algemeen en met buurman F. in het bijzonder mee te rijden. Ik rij er wel in de eend achteraan.

On the farm
Buurman is aan het kwekken met de moeder van de persmeester

Nu moet gezegd dat het helemaal niet erg was in dit dorp in dat beeldschone licht rond te scharrelen. Het is niet groot, misschien iets groter dan het onze, alle 20(?) huizen zijn in onberispelijke staat, er zijn een paar g??Ütes en chambres d’h?¬•tes, een nieuwbouwhuis (volgens buurman het allermooiste huis) en dan dit boerderijcomplex met grote schuren, boomgaard, kippen, appelpers en uitzicht.
We mochten een tijdje in de keuken van de moeder van Philippe zitten, tot het tijd was om de pers aan te slingeren. Ik keek mijn ogen uit, maar durfde niet te vragen of ik een foto mocht maken. Het interieur was de laatste honderd jaar niet meer wezenlijk veranderd, in de open haard stond nu – zoals overal hier in de buurt – de houtkachel en de enige luxe, een oude TV, stond op een plank naast het koffiezetapparaat en een paar foto’s. De vloer was bedekt met de originele grote platte stenen, waarbij de tussenruimte met mortier was opgevuld, zodat het grond- of regenwater niet meer binnen kon komen, zoals bij ons het geval was. Alles was basaal zonder opsmuk.

The pressInterieur van de benedenverdieping van de appelpers

Het gesprek ging over het huis ernaast, dat duidelijk de handtekening droeg van de vader van onze buurvrouwen. Die koopt oude krotten op, knapt ze op en verhuurt of verkoopt ze. Ik zie hem altijd, maar dan ook ALTIJD aan het werk, metselen, daken bedekken, ramen inzetten enzovoorts. In ieder geval, dit huis was verhuurd aan mensen (Fransen), die me daar toch een schitterende tuin hadden aangelegd! Een groot veld gevuld met bloemen, cosmea, goudsboemen, tabaksplant (de nicotiana sylvestris), zonnebloemen, korenbloem, duizendblad, pompoenen, en ga zo maar een tijdje door. Het uitzicht was heerlijk, vooral met die lange schaduwen, die de vroege zon veroorzaakte, zie de eerste foto.

Squeezing apples
Schuif ze maar de shredder in met z’n allen

Eindelijk mochten we beginnen. Ondertussen was de tweede klant gearriveerd, die ik wel van gezicht kende, hij mij ook, met een tractor die op de bagagedrager v????r, een houten ton van 200 liter en 10 grote zakken appels meevoerde. Hij hielp ons een handje.
Het ging als volgt: het fruit gaat in de verdieping boven door een vermaler, komt dan in een vierkante loodrechte houten tunnel, als in een trechter, beneden bij de pers en wordt tegengehouden door een schuifje. De persmeester staat beneden klaar om op de pers een stapel te maken van vierkante planken die uit latjes bestaan, daarop de vermalen appels verpakt in een canvas doek, die als zeef fungeert. Hij begint met een eerste plank, daarop een houten raam en dan een opengevouwen doek.

Als hij het schuifje opent van de tunnel, valt de juiste hoeveelheid gemalen appel op het doek, dat dichtgevouwen wordt, het raam wordt terzijde gelegd en op de stapel komt een nieuwe plank met daarop weer het raam en een nieuwe lap canvas. Schuifje open, dichtvouwen, enzovoorts. Het raam dient dus om de vorm van de stapel te vergemakkelijken.

Squeezing apples
De stapel van buurman F.

Het sap stroomde al uit de houten tunnel zo het metalen opvangplateau van de pers op en via een buisje een antieke houten ton in. De pers heeft twee van zulke – gespiegelde – plateaus, als de ene stapel hoog genoeg is, draait de persmeester hem 180 graden en kan opnieuw beginnen. Aan de andere kant staat ook zo’n ton waar sap instroomt. Wij hadden niet genoeg appels meegenomen om zelfs maar de maximale hoogte van de pers te bereiken, maar het bleek toch nog 85 liter op te leveren. Die werd met een beetje moeite en veel morsen door buurman in z’n tonnetje en een paar jerrycans gedaan.

Squeezing apples
De waarschuwingsbel

Ondertussen begon klant nummer twee met het lossen van zijn appels en die massa was zoveel groter dan de onze, dat er al snel van beneden letterlijk aan een bel werd getrokken: stop met de toevoer! Dat belletje hing op de bovenverdieping naast de startknop van de shredder, een slim en logistiek mooi systeem. We namen uiteindelijk afscheid, ik bedankte Philippe hartelijk voor de fascinerende ochtend en nam me voor een klein boekje voor hem van hem te maken, want ik had daar zonder enig overleg foto’s staan te maken, terwijl ik niet wist of hij dat wel op prijs stelde, onder het motto: als ik niks vraag, krijg ik ook geen neen.

Squeezing apples
De persmeester slaat het doek schoon, in de kruiwagen de leeggeperste appels

De terugreis verliep niet zonder problemen, omdat het tonnetje in de aanhanger langzaam draaide en de houten stop dreigde te vermorzelen, waardoor de inhoud vrij weg zou stromen. Waarom hij die ton niet rechtop zette, was me een raadsel, maar gelukkig luisterde hij wel naar mijn raad het tonnetje een kwart slag te draaien, nadat we met een gang van 20 km/uur ook nog eens 6x waren gestopt ter controle. Ik zou zeggen, doe alles in een gemakkelijke jerrycan en giet het thuis in een houten vat, maar ja, zo eenvoudig bleek dat allemaal niet te zijn.

Fascinerend was het allemaal weer wel, wat een leven toch daar, op het platteland.

Een selectie van de serie cider op Flickr>>
Een paar foto’s van de Franse cottage garden >>

Eindelijk rust

France,the brake fluid reservoir

Op het dashboard van de eend brandde maar steeds dat ergerlijke rode lampje, waarvan ik eerst dacht dat het de motorolie was, maar neen, het was het niveau van de remolie, bleek na systematisch stekkertjes lostrekken, waar trouwens niks aan mankeerde, de hoeveelheid remolie, bedoel ik. De remedie was: maak het schoon, want het was het verklikkertje dat niet naar behoren werkte, begreep ik na een beetje googlen.
Hoe dan, hoe dan, hoe maak je dat schoon was de vraag, want daar gaf google geen uitsluitsel over, dus ik stelde het maar uit en uit, tot twee dagen geleden, toen ik er eindelijk genoeg van had, want weet je hoe zenuwachtig je wordt van zo’n lampje? Om de twee dagen toch maar weer de remolie controleren, je weet maar nooit.

Ik bekeek de (of het) deksel en peuterde links en rechts met een lucifertje, wreef met een doek en probeerde achter de werking te komen. Nu weet ik eindelijk, dat het hem zat in het witte – vastgekoekte – palletje in het midden van de deksel, en ja hoor, op het moment dat ik hem (of het) er weer opschroefde, sprong het omhoog. Even het dashboard checken en hoera! rust en stilte. Dat rijdt een stuk aangenamer.

Ik schrijf het maar op voor andere eendrijdende tobbers met hetzelfde euvel.

Dagelijks leven in Frankrijk