Water, water, water


Braaf ventje

Zo’n treinreis zou zo gek nog niet zijn, als je maar geen bagage had. De Thalys heeft gelukkig plek zat en de eis dat de hond in een tas moest, bleek op niets gebaseerd. Kwint mocht gewoon los mee, als hij maar niet op een stoel ging zitten.
Jammer dat onze bagage niet door de metropoortjes kon. Hoe mensen met een rolstoel zich in godsnaam per Openbaar Vervoer in Parijs verplaatsen, is een groot raadsel.


Een fijn ouderwets station, dat Austerlitz

In La Souterraine stonden Sylvie en Elise ons op te wachten. Het was een dagje mooi weer, dat wil zeggen de zon scheen, dus alle boeren in de omgeving waren als gekken aan het dorsen. Dat doen ze met elkaar, de veldjes zijn niet zo groot en het graan is voor de beesten. Ik ga eens vragen of ze een dorsmachine delen.

Jean Pierre had de afgelopen twee maanden nauwelijks iets te doen gehad door de aanhoudende regen. Er is nog geen hooi! De beesten weigeren het rottende gras op het veld en moeten nu bijgevoerd worden met hooi van vorig jaar. Hoofdschudden, hoofdschudden. De regen heet hier heel basaal water (l’ eau).


We eten ze niet op

De bende in de tuin is nog wel te overzien, niks groeit, zei Paulette, de moeder van Jean Pierre, behalve het onkruid dan, zeiden we in koor. De stokrozen moeten dan wel onkruid zijn, want zo schitterend heb ik ze nog niet gezien. Een roze, donkerode, witte en een zalmkleurige staan woest te bloeien, en tot mijn vreugde en verrassing heeft de artisjok ook bloemen.


Dit was nu de bedoeling

De prei bloeit ook met wonderschone bollen. Maar de eend is vette sof. We begonnen met een lekke band, en vervolgens startte hij niet. De accu doet het, maar er komt geen vonk. Ik denk dat de bougies geoxideerd zijn, althans dat hoop ik. Straks maar weer eens wat schuren en schrapen met een ijzerborsteltje.

Maar hier zijn is weer heerlijk. Vindt Kwint ook.