Maras

prison
Binnenplaats van de/het Couvent Sainte Claire waarop staat: prison

In het Couvent Sainte Claire was een tentoonstelling te zien die me eindelijk een verschrikkelijke beklemming bezorgde.
De reportage over de Maras, de criminele bendes in Guatemala van Miquel Dewever-Plana beneemt je alle moed of hoop dat het ooit nog goed gaat komen. Neen, het komt nooit meer goed. De getatoueerde, elkaar rivaliserende bendes terroriseren al jaren elkaar en de rest van de bevolking. Een leven is niets waard en moorden (geen protectiegeld betaald) of afrekeningen onderling worden niet onderzocht, laat staan dat er ooit iemand veroordeeld wordt.

maras van dewever-plana

Een paar wanden met beelden van mensen, lijken, verminkten, ongelukkigen in een wereld waar geluk of zelfs maar een gewoon ongelukkig leven nooit meer mogelijk lijkt. Zit je in een bende, dan kun je er alleen maar dood uit, een bekend verhaal, maar glashelder en dieptreurig stemmend verteld door Dewever-Plana. Zonder verdere info zou je denken dat het stel op de foto elkaar verliefd begroet, maar door de tatouages weet je wel beter. Hoe de fotograaf dit heeft kunnen maken, is ook iets wat me bij de keel grijpt, als ik erover nadenk. Gisteren was deze moord het onderwerp op het terras van caf?© de la Poste.

trappenhuis

Ik sjok zo deze prachtige trappen af en ga het werk bekijken van Brenda Ann Kenneally, hier vlakbij in de Couvent des Minimes. Hoe ellendig ook deze mensen in Troy eraan toe zijn, het is niets vergeleken bij het volkomen uitzichtloze bestaan van de Maras in Guatamala.
Hoe moet dat nu verder?

C’est le Nord

witte fietsen
Witte fietsen in Perpignan

Omdat de veiligheidsbeambte in Eindhoven mijn beetje shampoo had afgepakt om redenen dat de verpakking volgens de securitynorm te groot was -mensen, waar bennen we mee bezig, het was een doorzichtige tube met nog shampoo voor 2 wasbeurten – kocht ik een minivariant van hetzelfde merk bij een apotheek.
– Spreekt u Frans, vroeg de vriendelijke man verbaasd. Ik legde uit dat ik dat op school had geleerd en bovendien heel vaak in Frankrijk kwam, omdat we een huis in de Creuse hadden.
– De Creuse, de Creuse, waar ligt dat eigenlijk, vroeg hij, een beetje vreemd, want ik als buitenstaander kan bijna elk departement localiseren, ook al dankzij departementenraden onderweg naar diezelfde Creuse.
– Dat is in de regio Limousin, begon ik, maar hij onderbrak me en zei:
– Wacht even, ligt dat niet bij de Corr?¬Æze in de buurt? Inderdaad, dat departement ligt aangrenzend ten zuiden van ons.
– Maar daar is het toch verschrikkelijk koud?
Wat? Ik moest verschrikkelijk lachen, zat ik zomaar in een scene van Ch’ti:
– Neen, dat is Nord! (C’est le Noooooord)
De vrouw van de bakker was ook Nederlands en die sprak ook Frans, vertelde hij vervolgens. Dat leek me wel zo praktisch, vond ik.
– Dat Frans, dat heeft de liefde haar geleerd, zei onze dichterlijke apotheek tenslotte. Eten of de liefde, er zijn gelukkig maar twee gespreksonderwerpen in dit land.

canigou
Daar is de zon ?®n de berg

En zo loop ik steeds met een tevreden gezicht door deze stad, waar ze tot mijn verrassing ook huurfietsen hebben, waar ik verder niets aan heb omdat alles op loopafstand is.

Later vandaag de rest van gisteren, nu ga ik voor het instituut jean Vigo folderen in het Palais de Congres.