Printen

Ink cartidges change
De gele cartridge moet ook verwisseld

Ik had zo’n hele handige Canonprinter in Frankrijk, dacht ik, behalve dat je alleen kunt printen als je de echte canon-cartridges gebruikt, daar mopperde ik in april 2009 al over. Die printer stond daar uit te drogen, want als je hem een tijd niet gebruikt, dan houdt hij er spontaan mee op, vertelde Pierre, de zoon van de buurman, die om die reden nooit een canonprinter koopt, want die printkoppen, daar is iets mee. Ik had indertijd een economische reden om tot aanschaf over te gaan, de cartridges waren niet zo krankzinnig duur als die van Epson. In dit geval was het weer goedkoop is duurkoop, want ik probeerde in de kerstvakantie iets te printen, nou ja iets, een sinterklaasgedicht, “opdat we niet weten wie wat heeft geschreven”, maar ik was 1. de enige die alles printte en 2. dat ging niet. Drie keer fout dus, want 3. Sinterklaas was ook allang voorbij.

Goed, ik besloot de printer weer naar NL te slepen, en hem in de werkplaats te gebruiken, als ik hem tenminste aan de praat kreeg. Vandaag was het zover. De inktpatronen knipperden vrolijk, een teken dat ze verwisseld moesten worden. Ik probeerde eerst nog 5x vruchteloos de koppen softwarematig schoon te maken, maar besloot tot het verwisselen van de grootste knipperaar, de cyaan, bij ons thuis blauw genaamd. Om de printer te belazeren zodat hij denkt dat hij met de real thing print, moet je de de originele chip van de oude peuteren en hem op een niet-canon klikken. Ik had namelijk om nog goedkoper uit te zijn, ooit een doos vol neppers gekocht.

Het Stanleymes stak ik onder de chip, die zich eerst verzette en plotseling losschoot, de ruimte in, stuiterend tegen onbekende voorwerpen, dat kon ik wel horen, Tik! Tok! Tak!
Nooit meer teruggevonden, ook niet met een zaklamp, voor eeuwig weg.