
Vandaag hebben we eindelijk de rode kool gekocht. En tomaten, meloen, komkommer en nog wat zaken, waarvan het pas over een paar maanden duidelijk gaat worden wat het is. En salie en een paar nicotiana’s. Het was onwaarschijnlijk druk op de markt, waarschijnlijk omdat het het opnieuw een prachtige dag was. De slisser was er en herkende ons.
Saar griezelde van de kaasboer, die bij elke handeling aan zijn vingers likt. Een plastic zakje: lik. Een nieuw vetvrij papiertje: lik. De kassabon: lik. (En dan paktie weer een stuk kaas, getver) We moeten toch naar een ander omzien.
De rest van de dag werd ik zo gruwelijk geplaagd door hooikoorts, dat het werken in de tuin bijna niet te doen was. Afgezien van de hitte dan. Om een uur of vijf viel er eindelijk een beetje schaduw op de plek waar die verrekte kolen de grond in moesten. De neus liep en stroomde en kolkte als de Creuse in het najaar.

Aan het eind van het pad zijn de kolen te vinden. Ze staan in een kwart cirkel. We hebben er liters en liters water over gegooid. Dat is weer het nadeel van zo’n landgoed zonder buitenkraan of tuinslang die lang genoeg is. Gietertje vullen, lopen, legen en terug. 50 keer.

Waar is de anti-histamine? Gek word ik.
Ik heb meelij met je. Niet vanwege dat lopen met dat gietertje, dat moet je gewoon uitbesteden. Maar loopneus en jeukogen? Verschrikkelijk! Ik heb vrachten Zyrtec weggevroten, maar gelukkig geen last van hooikoorts.
Je moet je berken omhakken, heb ik me laten vertellen.
Ik ga een heeeeeel lange tuinslang aanschaffen.
Vandaag is de hooikoorts afwezig. Gisteren was echt gruwelijk. Ik kan hier in de wijde omtrek geen berk vinden. Wat het wel is?