Belevingsruimte


Nemo vanuit de nieuwe OBA

Een aantal weken geleden ging ik weer eens naar de Centrale Bibliotheek en vond daar een paar nieuwe boeken over die hobby van me. Leuk, maar het boek van Ab Visser, “God in Frankrijk” was niet meer te krijgen omdat het al was ingepakt. Toen ik mijn boeken ging terugbrengen, was de deur op slot. Verhuizing. Even de communicatie van de OBA niet begrepen.


Ons huis is rechts van het midden

Vandaag gingen Saar en ik bij wijze van uitstapje naar dat nieuwe gebouw. Een schitterend uitzicht, echt en gegarandeerd een bad hair day vanwege de wind, maar verder ok. We hadden alleen een beetje moeite met die navigatie, om het maar eens modern te zeggen. Waar begint de ene en waar eindigt de andere categorie en waarom doet de airconditioning het niet, van die dingen. Ik heb in ieder geval het een en ander besteld en en ook gevonden. Maar een belevenis, dat is een beetje overdreven, Van Velzen! (Directeur Hans van Velzen spreekt van een ‚Äö?Ñ?? ¬¨¬Æ‚Äö?Ñ?belevenisbibliotheek‚Äö?Ñ?? ¬¨¬Æ!”: ‚Äö?Ñ?? ¬¨¬Æ?Je hoeft niet meer weg nadat je een boek hebt geleend.‚Äö?Ñ?? ¬¨¬Æ?) Het is gewoon een bieb, heur.

Wel troffen we een groot aantal blije 55-plussers, voor wie het bezoek wel degelijk een belevenis was. Oeps, dat gevoel wil ik nooit beleven.

Ik weet het niet, het geheel had iets armoedigs, de jeugdafdeling was leeg en kaal, (goed, het was vakantie) veel computers (imacs) zaten niet op internet, en we brandden onze handen aan de lollige lampjes die de boekenkasten opvrolijkten. Die gaan denkelijk weg.
Kom op Hans, doe gewoon een bibliotheek! Boeken uitlenen! Dan is er niks aan de hand. Mooie locatie, dat moet gezegd. We geven ze nog even de tijd.

Knoflook

Vorig jaar deed Saar de uitlopende teentjes van de Proven???ºaalse knoflook in de grond, want wat moet je er anders mee? Er kwamen vrijwel onmiddellijk groene sprieten omhoog, die de keer daarop alweer verdwenen waren.

Tant pis, dachten we, tot we dit voorjaar onverwacht dikke gezonde stengels zagen. In mei trokken we er ?©?©n uit de grond, maar dat leverde niet meer dan dezelfde teen op. Nu, twee maanden later barsten de bollen de grond uit. Je weet niet wat je proeft.
Ja, knoflook.

Foin

Zaterdag – dat is alweer 4 dagen geleden – was Jean Pierre tenslotte bezig met rollen hooi maken. Toen ik geluid hoorde, holde ik de wei op met mijn hark, klompen en schort en kon gelukkig nog net de laatste stapeltjes gedroogd gras helpen draaien, waar hij met zijn machine niet bijkon. Zijn grootmoeder Germaine met hoedje en antieke hark stond stralend op het land. Haar dochter (JP’s moeder) en ik deden het werk. De dames spraken onderling patois en elke keer als Germaine mijn blik ving, vroeg ze gretig:”En? Versta je het?”.
“He? Natuurlijk niet!”
Nu spreken de dames met zo’n accent dat in mijn oren het patois bijna niet van het Frans is te onderscheiden, ik bedoel soms zijn die klinkerwisselingen niet meer te herleiden, maar verder is het zo ongeveer nog wel te volgen. Ze praten trouwens nergens anders over dan over het weer, of ze naar huis moeten, of de kippen moeten eten, dat het vorig jaar zo droog was en nu zo nat, de sneeuw van februari, dus inhoudelijk is het zelfs wel zo’n beetje te raden. Germaine legde me het semantisch allemaal uit en liep na afloop het allersteilste weggetje af naar beneden. Dat doet ze al zo’n 86 jaar, dus waar maak ik me druk om, maar toch kreeg ik er licht de zenuwen van. Een zandpaadje met keien. Als het geregend heeft, is het spekglad.

Toen ik de volgende dag op weg naar het station aan haar klein-schoondochter (of hoe je dat noemt) mijn bezorgheid uitsprak, beaamde ze die met een zekere berusting.
“Maar wat kun je er aan doen? Ze loopt al haar hele leven dat paadje af. Ze vindt de hooitijd de heerlijkste tijd van het jaar, ze wil er deel van uitmaken.”
Ja, dat is ook weer zo, groot gelijk.

We stapten in de trein, waren in drie uur in Parijs, dronken daar een kopje koffie, reden in een bijna lege metro naar Gare du Nord en kwamen daarna met bijna een uur vertraging aan in Amsterdam, omdat er in Brussel geen treinpersoneel was. Wat? Ja echt.

En nu maar weer wachten tot we weer mogen. Vandaag nog maar twee weken. Neen, het valt reuze mee.

Fellini


Boerenkippen

We proppen ons helemaal vol met dat lekkers hier van het land. Gisteren lunch met ommelette aux girolles, ‘s avonds moest daar de pat?¬¨¬© aux pommes de terre nog eens overheen, met die ongelooflijke room van de gebochelde uit de spelonk. Neen, dat is niet aardig. Maar toen R. en ik – ons bedremmeld achter mevrouw A. verschuilend – de boerin van het melkvee uit een zijdeur zagen verschijnen, moest ik R.’s hand grijpen om het niet helemaal uit te krijsen van hysterie. Waren we ongemerkt in een Fellinifilm terechtgekomen!
Ze bleek overigens bij nadere kennismaking alweer zo’n gezelligerd vol levenslust.
Met groene sla en rolladetje met mosterd.


Daar komt het mooie weer

Laat in de middag hadden we eindelijk Jean Pierre en Sylvie te pakken. De moraal was alweer tot nul gedaald vanwege de regen van die morgen. Ik had al eerder op de markt de mensen horen klagen over de brutaliteit van de herten, die alles opvreten. Ook de wilde zwijnen hielden huis in de graanveldjes. Dat komt volgens JP omdat er niks anders voor ze te eten is: alles is rot. (Meneer B., die immers gepensioneerd boer is, sprak daarentegen met vertedering over een moederhert met twee kleintjes, dat hij op ons terrein had zien scharrelen.)
Ik overhandigde plechtig de kaart uit 1763, ze bogen zich er onmiddellijk over heen en herkenden alle gehuchtjes, bergjes en riviertjes uit de buurt. Een succes!
Dat we op zondag om 07:00 uur de trein weer moeten hebben, was geen enkel probleem, beweerden ze. Jean Pierre is toch altijd op en gaat ons brengen. Als het strakblauw is, denk ik dat het weer Sylvie gaat worden. Dan heeft onze boer het geduld niet.

Verder vermaken we ons als vanouds door ons zelf te fotograferen, tot we de slappe lach hebben. Volwassen vrouwen! Kijk ook bij Robertines weblog.

Hert


Circuskippen

Op de champ de foire stond zoals gezegd (zie RR) een circus, met een open piste. Volgens de aankondiging op een bord hadden ze gisteren voorstelling, en het was gelukkig droog. (We zijn niet gegaan, we moesten al het lekkers proeven wat we hadden gekocht)
Moeten we die mensen nu serieus nemen of niet? Ze zien er al te clich?©-achtig uit, met hun pipowagen, rommelige compound en menagerie.

Op de eerste en derde donderdag is er uitgebreide markt, laat ik dat nu eens onthouden! Dan staan er Catelanen met kaas, worst en olijven, de gekke hardware-man met zijn vloermatten en ijzerwaar en niet te vergeten de matrassenkoning met ernaast het mevrouwtje met een kraam vol accordeonmuziek, die je niet van te voren kunt beluisteren, “want dan kan ik de CD niet meer verkopen.” Ja, duh! Nu verkoop je zeker niks, vrouwtje!


Dit mag toch niet meer van Europa?

We kochten bij de moeder van de slisser een stukje pat?¬¨¬© en bij het afrekenen vroeg ik nog: “En, hoe gaat het met uw kleindochter?”, het meisje waar we in de vorige zomer nog gewag van hadden gemaakt.
De moeder van de slisser antwoordde met verstikte stem:”Niet goed”.
Ik schrok en vroeg naar de reden. “Een ongeluk, en..” zei ze met tranen in haar ogen, waardoor ik van de weeromstuit ook in tranen raakte, dat ik werkelijk niet meer verstond wat er was gebeurd. Wat z??Æ????u er nu gebeurd zijn? Ik heb de slisser zelf inderdaad ook al een tijdje niet gezien.
Ik was er nog een uurtje door van slag.

Thuisgekomen moest ik mijn gazonnetje verder kortmaaien met de electrieke masjien. Dat vindt Kwint een van de fijnere dingen in Frankrijk, happen in de wielen van apparatuur. Gek word je wel van, want als de bak van de maaier even moet worden geleegd, staat hij er hoopvol naast te jammeren, iets dat op den duur op de zenuwen werkt.

In de achtertuin vloog zo’n snorrend insekt zo verschrikkelijk onhandig en vervaarlijk rond, dat ik me even schuilhield, omdat ik bang was dat hij in mijn haar verstrikt zou raken. Hij landde op de Eupatorium.