Gisteren waren Yeva en ik in Haarlem bij Horses on Ice, niet te verwarren met al die andere flauwekul on ice. IJslandse paarden op de ijsbaan, dat is het.

We hadden behalve op TV, nog nooit zoveel IJslanders bij elkaar gezien. Er werden t??lt- en telgangwedstrijden gehouden en vooral dat laatste ging spectaculair snel.
Wat ook opviel, was het democratische karakter van het IJslandergedoe. Jong, oud, man, vrouw, dik en dun, alles was mogelijk. En heb je bij reguliere dressuurwedstrijden gezanik over sjabrakjes (chabraque) en witte handschoentjes, hier ging iedereen gekleed zoals hij wilde, sommigen hadden zo’n dressuurpakje aan, anderen reden in een houthakkershemd, en de volgende reed weer in een rood jachtkostuum.
De houding van de ruiters was ook weer zoiets. Sommigen zaten kromgebogen over hun stuur tegen de wind, met hun benen in de waterskihouding (citaat van een bezoeker die ook in de trein zat), anderen maakten de indruk dat ze thuis in hun clubfauteuil de krant aan het lezen waren, terwijl ze ondertussen met een krankjoreme vaart in telgang voorbijkwamen. Dat komt, die paardenruggen blijven op dezelfde hoogte, dus de ruiter wordt niet omhooggeworpen zoals bij gewone dravertjes.
We dachten een paar keer aan de overkant een schaatser te zien, tot de man te voorschijn kwam en er zo’n driftig hollend paardje onder bleek te rennen.
We kwamen tot de slotsom: IJslanders, dat is net als de Mac en de deux-chevaux, een geloof. En Yeva en ik zijn ook van die sekte. Tjees, wat een geweldige paarden.




