Martha Gellhorn


De afgelopen weken heb ik bijna alleen maar boeken met het thema oorlog gelezen. Dat komt natuurlijk omdat al die boeken in de bibliotheek in ?¬©?¬©n en dezelfde kast staan en ik gewoon aan het graaien ga. Ik had het al eerder over “The guns of august” en “A distant mirror”, maar nu ben ik met “Het gezicht van oorlog” bezig, van Martha Gellhorn.

Het boek is een verzameling reportages over de belangrijkste oorlogen van de 20e eeuw. Het begint met de Spaanse Burgeroorlog (samen met haar toenmalige man Ernest Hemingway) en gaat via de Tweede Wereldoorlog, Nederlands-Indi?´¬¥, Vietnam, Israel naar de oorlogen in Midden-Amerika.
Ze kiest steeds partij voor de slachtoffers en heeft geen goed woord over voor de politici, de wereldleiders, kleine mannetjes die het tijdelijk voor het zeggen hebben en er een grote puinhoop van maken.
Naarmate het boek vordert, vind ik het leed onverdraaglijker worden. Ze beschrijft mensen in El Salvador die verdwenen zijn, gemarteld, verkracht en onthoofd, om helemaal niks. Ik moest af en toe ophouden met lezen.

Volgens haar biograaf Carl Rollyson heeft ze een nogal eenvoudige, ?©?©n-dimensionale kijk op conflicten en meet ze bijvoorbeeld met twee verschillende maten als ze het over de oorlogsmisdaden van communistisch China of over die van de Verenigde Staten heeft, maar dat neemt niet weg dat ze schrijven kan! Ik herinner me goed dat heel veel mensen met een zekere intellectuele reputatie indertijd dachten dat het heil uit China of Cuba kwam.

Ze beschrijft het menselijke lijden, de ontwrichting van het gewone leven, en niet de motivatie die tot de oorlog geleid heeft, zoals Barbara Tuchman in “The guns of august” doet.
Gellhorn bevestigt alleen maar mijn opvatting, dat de mens niks, maar dan ook helemaal niks leert van de geschiedenis. Daar word ik niet vrolijk van.

Finalement


Grange nettoyage

Volgens de krant La Montagne was er op donderdag evenveel regen gevallen als in de hele maand maart vorig jaar. Er ontstond inderdaad een kleine rivier in de cave, waarvan de herkomst doodgewoon de regen, regen en nog eens de regen moest zijn.
De vloer is daarentegen kurkdroog, dat heeft meneer Bruneau toch maar weer mooi gefikst. En het huis koelt ‘s nachts niet meer af, eveneens dankzij dezelfde meneer Bruneau.

Het was vandaag een heerlijke dag , en ik ging even langs de familie A. (schuur) zoals ik beloofd had. We moesten weer verschrikkelijk lachen, en meneer, die immers niks hoort, zei (zonder gebit): “Neem nog een tweede, je bent op de fiets, je riskeert niks!”


Langs v/h het station van Saint Sulpice

Dat had ik weliswaar in zijn oor geroepen, dat ik op de fiets was, maar ik wist niet of hij wel verstaan had. Hup, giet er nog maar eentje in en fietsen maar.
Er dreigde even regen, maar we hielden het droog.


Klaar

Omdat het alweer de laatste dag was, moest de grange nu toch in orde worden gemaakt voor de 2CV. Na veel druifsnoeien, stro-kruien en klimop-rukken, was het zover, ik reed hem achteruit zijn holletje in.


Zoiets had ik me nou voorgesteld

Jean Pierre kwam nog aanhollen op het geluid van de auto en keek, net zo als ik, tevreden naar het eindresultaat. Hij bleef nog even kletsen en vertelde van de ongekende sneeuwval van een maand geleden, grote hoeveelheden natte sneeuw, waardoor twee sneeuwschuivers afbraken en overal in de omgeving bomen afknakten, simpelweg door het gewicht van die kletsnatte sneeuw.


Worstelen met de materie

Yeva en ik hebben net de notenboom gedeeltelijk van klimop ontdaan, en zodadelijk eten we de kliekjes van deze week op. Morgen weer terug en ik heb mijn Franse boek nog niet uit.

Paris Match


2 maart, kraanvogeldag

Vanochtend vroeg, toen het nog droog was, hoorden we ze al van ver aankomen. Dit keer waren het 10 vluchten van minstens 40 vogels per stuk, elke tien minuten ?©?©n troepje, op weg naar Skandinavi?´. Ik holde in mijn flanellen streepjespyjama (van het Kruidvat) naar buiten, waar ook alle buren vrolijk lachend de lucht afzochten.

Op de site grus-grus.com kun je zien hoeveel er over onze regio zijn gevlogen. De liefhebbers kunnen hun observaties eraan toevoegen, wat ik heb gedaan.


Nooit geen autodieven meer

In razend tempo heb ik vervolgens de rest van het snoeihout verbrand. Om het kletsnatte hout aan de praat te krijgen, heb ik op zolder gezocht naar brandbaar droog materiaal, in de vorm van lappen en papier. Dat ligt er genoeg, jute zakken vol oude filmbladen, Paris Matchen en gemummificeerde loirs, ieieieuw. In ?©?©n zak zaten een ge?´mailleerde prentbriefkaart en een houten plankje beschreven met een onleesbare tekst, alleen het jaartal was te zien: 1835.
Het magazine over de 39e Salon (automobile) uit 1952 heb ik bewaard voor autoliefhebber Hans A. Mooie plaatjes van verdwenen merken en types.


Moeder komt weer thuis, het licht brandt, de kachel snort

De meteropnemer meneer Chenier kwam nog even het mededelingenblad van de commune aanreiken en daar verkondigde de commissaris van politie dat het aantal autoinbraken in Dun le Palestel (1000 inwoners) door het krachtige beleid drastisch was teruggedrongen. Overal hetzelfde geklets dus. Ik doe de auto nooit op slot als ik naar de bakker of slager ga. Moet dat nu wel of niet, dat maakt onze politiemeneer niet duidelijk. Ze hoeven in ieder geval de raampjes niet in te tikken: kom er maar in, Jean!

‘s Middags ging het weer regenen, toen ik Yeva weer naar de manege bracht. Ze maakten een rit van twee uur. Sommige paarden hadden regenjassen aan. Ik moest nog wat boodschappen doen, voor ik de Eend weer voor de deur parkeerde. Het rijdt echt een stuk lekkerder, over de weggetjes hier. Maar geen Oseille, Robertine! Wel was de SEB bij de Leclerc in de aanbieding, maar daar heeft niemand verder meer wat aan.

Kaas


Zondvloed

De hele dag regent het, en niet zo’n klein beetje ook. De hoofdstraat is weer in een rivier veranderd en al het buitenwerk ligt stil.
Ik heb vandaag de tweede IKEA-kast in elkaar gezet, dit keer om de jassen en schoenen te bergen. Hij was veel minder krom dan de eerste, zodat ik bijna niet gegodlasterd heb.
Siebe heeft met behulp van Jean-Pierre de grangedeur weer in zijn scharnier gezet en er vervolgens een extra, ijzeren tegenaan geschroefd. Boor maar eens een keertje in keihard, eeuwenoud eikenhout: krak, boor kapot. Als de boel tenminste niet verrot is, natuurlijk.
De kettingzaag is weer gerepareerd, de eend kan droog staan, we hebben vanochtend de allerheerlijkste spullen op de doorweekte markt gekocht, niets staat een aangename avond nog in de weg.
Een meneertje op de markt: “Ze hebben geen geitenkaas in Nederland, toch?”
“Jawel, maar harde, zoals tomme, of brebis.”
Vies gezicht.
“Maar sinds enige tijd maken ze ook van die zachte, bijna net zo lekker als de Franse.”
Tevreden glimlach.

Takkenstook


Dat fikt goed

De stapels hout groeiden maar aan, en de fik van Kerst was erbij ingeschoten, dus vanochtend ging ik bij de buren langs om hun olievat te lenen waarmee ik gecontroleerder dan zomaar met een stapel in het vrije veld, vuur kon maken. Het verse hout brandt daar door de verzengende hitte trouwens veel beter in.
Ik heb me suf gesleept en gesnoeid, want de boompjes waren wel omgezaagd, maar de zijtakken zaten er nog aan. Non-stop slepen, knippen, rapen, branden.
Om een uur of drie was het tempo er een beetje uit, toen plotseling in de verte het bekende oergeluid van de lente klonk en snel dichterbij kwam: kraanvogels!


Drie vluchten gezien

Ik riep en riep en gelukkig hoorden de meisjes het, die nu voor het eerst van hun leven deze wonderlijke vogels zagen. Ze zijn dit jaar wel uitzonderlijk vroeg. Twee jaar geleden zag ik ze in april.


KADAFF!

Terwijl ik met hout aan het slepen was, maakte Siebe een begin met de schuurdeuren. De scharnieren zijn gewoon ronde stukjes paal die uit de balken zijn gemaakt waar de deuren weer van zijn gemaakt. Die ene was rot. De grote deur miste Siebe net, toen hij (de deur) omviel.
Ik was met terugwerkende kracht blij dat we dat niet hadden geprobeerd, toen we in de zomer met de oude mevrouw A. de boel gingen bezichtigen. Ze zou gewoon verpletterd zijn, omdat we heel attent juist op die plek een stoeltje hadden neergezet. Tjesus!

Morgen weer verder stoken. Ik lees ondertussen een boek – le Pull-over rouge van Gilles Perrault, geleend van de buurvrouw – over de laatste man die in Frankrijk onder guillotine kwam. Dat gebeurde in 1976, toen ik toch al vaak in Frankrijk kwam, maar ik herinner me er niets van.
Google maar eens “le Pull-over rouge”.