Vrijdag ging ik tussen alle bedrijven door even naar de kapper. Deze keer vonden ze mijn haar weer wel leuk, zeker omdat de bazin er niet was, die alleen maar over anti-rimpelcr?¬¨?Üme kan praten en andere oppervlakkige uiterlijkheden.
“Hebben jullie dieren thuis”, vroeg de kapster, toen we geamuseerd tijdens het geknip naar de kat bij de buren aan de overkant hadden zitten kijken.
Twee honden en drie cavia’s.
“Cavia’s? Wat zijn nu weer cavia’s?”
Tja, hoe leg je dat nu weer uit aan een meisje uit Letland. Iets tussen een muis en een konijn? Je kunt ze eten. Dat laatste vonden ze weer niet aardig van me. Heb ik het weer verprutst.
Maar mijn haar zit weer uitmuntend, als we maandag in Den Haag Jacqueline Cramer een Boek opdringen, want knippen kunnen ze.
Terwijl we wachtten op onze beurt, maakte Martin Ros in de wachtkamer van de studio misbaar met stapeltjes boeken, zoals we gewend zijn van al die uitzendingen van de Trosnieuwsshow. Toen hij eindelijk braaf de kranten ging doorbladeren, nam ik stiekem een foto. Zou-ie wel helemaal goed zijn?
Laat Siebe maar lekker praten, die kan een heel uur met gemak vullen. Ik heb een klein stukje van het begin gefilmd vanaf het controlepaneel. De Nieuwsshow is op internet in de herhaling te beluisteren, als stream of podcast vanaf zondag 11 november volgende week. Siebe komt omiddellijk na het nieuws van 10 uur direct na Martin Ros zijn ongelooflijk vage inleiding over zijn te bespreken boeken.
Allemaal tijdens de reclame het boek bekijken. Martin kijkt beteuterd toe.
Sinds gisteravond heb ik een boek op de salontafel, terwijl het alles behalve een salontafelboek is. De fotograaf kwam totaal over zijn theewater met een doosje exemplaren via Den Haag (vormgeefster Els Kerremans) uit Zwolle.
“Het is heel stoer!”, had hij al door de telefoon geroepen. En dat is het ook. Het is niet alleen een kijkboek, maar ook een zoek- en doeboek, hoe knullig ook geformuleerd. Je kunt je uren in het boek ingraven, met of zonder de kaart van Nederland, van de ene in de andere verbazing vallend. Dat overkwam mij, terwijl ik de meeste foto’s toch ontzettend goed ken. Door de nieuwe rangschikking, uitsnedes en indeling ziet alles er weer anders uit. En een boek, dat lijkt niet op een computerscherm. Dat ruikt naar inkt en smaakt naar meer.
Gisteren keek ik naar die beroemde film van Carlos Saura met de blik van vandaag. Hij was nog precies zoals ik me hem herinnerde, alleen de oma zag er iets idioter uit. Dat hitje had ik nog nooit zien uitvoeren, wel gehoord natuurlijk. Een beetje speuren op YouTube en ik werd op mijn wenken bediend. Porque te vas blijkt alleen in combinatie met Ana’s gezichtje ontroerend, want zo uit zijn verband is het wel erg suf.
In de herfstvakantie zag ik ook weer voor het eerst sinds 1974 La Nuit Américaine terug en het was alsof ik hem de week ervoor had gezien, zo helder stond alles me nog voor de geest. Ik vond de film helemaal niet verouderd, er zat een fiks tempo in en zelfs sommige stukken tekst wist ik nog woordelijk. Door dat goede geheugen heb ik me jarenlang uitstekend in Frankrijk weten te redden, springend van scenes uit films via Franse liedjes hopla, naar Simenon. Klets klets klets.
De tekst van de scene waarin de oudere actrice Séverine (Valentina Cortese) tegen haar man (Jean-Pierre Aumont) praat, onderwijl de tekst oplezend van briefjes die op strategische plekken achter pilaren en stukken decor zijn opgehangen, heb ik nog vaak te pas en te onpas gebruikt.
Ze moet aan het eind van de scene de kamer verlaten, maar vergist zich en rukt keer op keer de deur van de servieskast open, in plaats van die van de gang. Na de zoveelste keer barst ze in tranen uit. (“C’est pas ma faute!”)
Ze begint zo: “Franchement, je ne te comprends pas, Henri. Tu es bizar depuis quelque temps.”
Toen ik dit weer voor het eerst zag, kreeg ik van Freud een pak slaag. Ze zegt helemaal niet Henri! Ze zegt Alexandre! Mijn eerste echte vriendje heette Alexander. En zijn opvolger ook. Dat is toch wel kras!