
Gisteren ging de excursie naar Jardiland voor een veel te late kerstboom, de Aldi voor de basics en de Leclerc voor de rest. Een beetje merkwaardig om op 27 december een boom te kopen, maar eerder waren we daar niet toe in staat. We hadden dat natuurlijk gewoon aan Jean-Pierre moeten vragen, die had er wel een uit het bos gehaald voor ons.

Saar was helemaal gelukkig en heeft dat ding opgetuigd. Een nepper met een realistisch uiterlijk met als enige voordeel is dat-ie geen rommel geeft. En dat we er nu elk jaar een hebben. Ik stelde al voor om hem opgetuigd en wel in een plastic zak in de schuur op te bergen, maar daar wilden ze hier niet van weten: op- en aftuigen is eigenlijk het belangrijkste van zo’n boom.
Ik slaap onrustig en droom de bekende ellendige dromen: ik moet naar New York, maar waar zijn de tickets? Het vliegtuig is al weg en ik heb beloofd op de kat van Robertine te passen. Had ze een kat? En waar woont ze? Ik heb geen sleutel van haar huis.
Ik wil een bus nemen, waar is de halte? Welke bus? Waar is mijn strippenkaart? Mijn geld vergeten.
Ik wil bellen, maar krijg het nummer niet in de telefoon getoetst, die staat op een glad tafeltje, zodat hij wegglijdt als ik op de knopjes druk.
Ik moet weer eindexamen doen, dat is de ergste. Kennelijk triggert de huidige stress die van vroeger. Dit keer was het wiskunde, ontbinden in factoren. Ik leende het wiskundeboek in vredesnaam van Yeva, want hoe ging dat nu ook alweer?
Enzovoorts enzovoorts enzovoorts.