Sprookje

Mijn vader vertelde vroeger altijd verhaaltjes bij het naar bed gaan. Varkentje Piet, Avonturen van Hondje en het gekke Mannetje uit Amsterdam.
Die ging eens varen in een klompje, helemaal de oceaan over.
Eerst woonde hij bij zijn vriendjes, die eigenlijk zijn vriendjes niet waren, want achter zijn rug vertelden ze lelijke dingen over hem. Dat hij te klein was, dat hij een stomme bril had, dat hij kromme beentjes had, dat hij daarom niet kon voetballen, dat de meisjes hem nooit zouden zien staan.
Dat was jammer genoeg allemaal waar. Het gekke Mannetje werd daar boos over en zei bij zichzelf dat hij ze later allemaal een poepie zou laten ruiken, later, als hij groot was.
Jammer genoeg werd hij nooit groter. Zijn vriendjes, die dus eigenlijk zijn vriendjes niet waren, die werden maar groter en groter en je kon ze ‚Äö?Ñ?? ¬¨¬Æ‚Äö?Ñ?s avonds zien, op hun brommers met hun meisjes achterop. Dat waren mooie blonde meisjes, met wapperende haren en die lachten en schaterden daar maar, op die brommer.
– Ik wil ook een brommer, nam het gekke Mannetje zich voor, dan heb ik later ook een meisje achterop. Dat was wel leuk bedacht van het gekke Mannetje, maar jammer genoeg werken die dingen anders. Meisjes houden nou eenmaal niet van gekke Mannetjes. En eigenlijk houden ze ook niet van brommers.

Dat getob duurde een tijdje. Het mannetje begon een winkeltje. De mensen kochten de spulletjes in zijn winkeltje en na een jaar kon het gekke Mannetje een brommer kopen. Hij reed rond en rond, hij stopte als hij een mooi blond meisje zag, maar nooit wilde er een achterop het brommertje van het gekke Mannetje gaan zitten.

Toen dacht het gekke Mannetje, dat hij die meisjes misschien met cadeautjes kon verleiden. Hij maakte zijn winkeltje groter, kocht nog een winkeltje en hij verdiende zoveel geld, dat hij op een brommertje met cadeautjes rondreed. Zijn vriendjes van vroeger zaten allang niet meer op brommers, die waren met die leuke blonde meisjes getrouwd en hadden kleine blonde kindertjes en zuchtten onder hypotheken
Maar geen meisje wilde het gekke Mannetje.
Het gekke Mannetje was zo verdrietig en teleurgesteld, dat hij zich voornam, nooit te trouwen en helemaal nooit kindertjes te nemen. Dat laatste is natuurlijk niet zo moeilijk, als je geen vrouwtje hebt. Dus het gekke Mannetje had gemakkelijk praten.
Hij werd rijker en rijker, want hij had geen meisje en geen kindertjes en geen hypotheek. Hij was ook een beetje verdrietig, want als hij ‚Äö?Ñ?? ¬¨¬Æ‚Äö?Ñ?s avonds thuis kwam, na een lange dag in zijn winkeltje, was er niemand die op hem zat te wachten.

Tot hij op een dag bij thuiskomst een cyperse kat op zijn stoepje ontmoette. De kat gaf een kopje en wandelde mee naar binnen. Het gekke Mannetje zette een schoteltje melk neer, dat de kat opdronk. De kat ging op het kleedje in de kamer liggen en de volgende avond nam het gekke Mannetje een visje voor hem mee. En zo waren ze een tijdje samen.
Het gekke Mannetje was wel gelukkig, tot hij een boek las over een ander Mannetje dat een grote zeereis had gemaakt. Dat Mannetje had aan de overkant van de oceaan het mooiste meisje van het land gevonden en was ermee getrouwd.

Dat ging het gekke Mannetje ook doen. Hij kocht een klomp, pakte zijn koffer en smeerde zijn boterhammetjes en nam afscheid van zijn kat. Toen voer hij weg, de oceaan over. En toen hij na een barre tocht eindelijk aankwam, stonden de mensen daar en riepen:
– Hee, daar heb je het gekke Mannetje uit Amsterdam!
Want hij was het gekke Mannetje en hij voer in een klomp. En nooit zou hij gelukkig worden. Er was geen meisje dat met hem wilde trouwen.
Hij had alleen zijn kat en die zat nog steeds aan de andere kant van de grote oceaan.

2 thoughts on “Sprookje”

  1. Nu begrijp ik waarom jij een andere relatie met onze vader had dan Doris en ik. Toen wij zo klein waren kenden wij hem nauwelijks, hij studeerde. Dat hij leuke verhaaltjes kon vertellen wist ik ook niet.

  2. Ik herinner me toen ik heel klein was dat ik op een goede dag een kamer binnenkwam in ons eigen huis, en ik had die kamer nog nooit gezien. Ik was zo verbaasd, een geheime kamer. In de kamer stond een groot bureau en een heleboel boeken. Later begreep ik dat het de studeerkamer van onze vader was (het was het kamertje voor, later onze slaapkamer). Ik dacht, wie is toch die man die in dat kamertje zit?;-) Dat laatste is een grapje maar het scheelt niet veel.

Comments are closed.