Na de gastro, de grippe


(c) mijn mobiel

Gelukkig was ik er al voorbereid, want de griep, of iets wat daar op lijkt heeft me nu te pakken. Vanochtend ging ik naar de huisarts (een vervangster) met een veel te hoge hartslag.
– Het lijkt wel of ik koorts heb, zei ik nog onnozel.
Thuis bleek die inderdaad tegen de 40 aan te hangen. Tjongejonge! Ben ik dom of de huisarts?
Gelukkig heb ik nog contact met de buitenwereld: de meisjes brengen af en toe een kopje thee en mijn ibook houdt me gezelschap.

Buitenlucht

Ik was even met het openbaar vervoer op pad. Kijk nou toch eens wat je vlak naast de hoofdstad kunt zien. Misschien valt er morgen nog iets te schaatsen.

We hebben een paar garnaaltjes gegeten en stappen voor de laatste keer vanavond de vrieskou in. Daarna ga ik naar bed met Syngu?© sabour. Doodmoe. De hartslag is weer 100+. Dat schiet ook niet op.

Vanuit de auto

We reden via Saint S?¬¨¬©bastien naar de N20. Vlak na Crozant kom je langs een oude buitenplaats: la Chapelle des Places, het woord zegt het eigenlijk al. Omdat ik heel uitsloverig in RAW fotografeer – om te kijken wat ik daar verder digitaal mee kan uithalen – heb ik maar enkele plaatjes gemaakt: het opslaan van RAW-bestanden duurt eindeloos. Je moet als je serieus nieuws fotografeert, een camera hebben met een grote buffer, want dit lieve Leicaatje, dat is niks, dat duurt veel te lang. Ik doe kiekjes, dus dat geeft verder niks.
De gerestaureerde torentjes zijn goed te herkennen, zoals die ook al op de oude prentbriefkaart te zien waren:

Rijp

Toen ik in de slaapkamers de was aan het verzamelen was, zag ik plotseling dat het bovenste gedeelte van het bos op de berghelling wit berijpt was. De rest was gewoon groen of bruin. Yeva kreeg die info ook al van de moeder van Jean-Pierre, die vertelde dat het daar veel harder gevroren had dan hier, een kleine 100 m lager. Een merkwaardig metereologisch verschijnsel.

Kijk, hier ingezoemd kun je het iets beter zien. We kwamen Jean-Pierre net nog tegen en die zei met een knipoog:
– Zo? Lekker geslapen?
Haha, grapjas. Hij zat op 1 januari lekker op zijn praatstoel en had mooie verhalen over de mensen (uit Parijs) die in ons dorp ook al een buitenhuis hadden, voordat wij buitenlanders daar ooit een voet hadden gezet.
Nou nou, dat was niet best. Brood pikken van de konijnen en hout jatten van de buren. En net doen of ze alleen op de wereld waren. Dat kan je wel een tijdje volhouden, vond iedereen, maar op den duur gaat dat toch wringen in zo’n kleine commune. Uiteindelijk hadden ze een ander huis in een dorp iets noordelijker gekocht en daar bleken ze voor dezelfde problemen te zorgen.
Vannacht en morgen gaat het keihard vriezen, zei onze deskundige. Zal ik nu eindelijk de oleanders even binnen in de schuur zetten?

Bonne ann?©e

Jaja, het was weer zover: le Tour du Village. Iedereen hier bakt zoals misschien bekend, koekjes en taartjes, en schenkt (sterke) drank, te beginnen vanaf 09:30 uur. Ik neem bij Jean-Pierre altijd een glaasje eau de vie uit een merkloze fles (= de voorraad eigen stook).
Na dat glaasje wilde ik de Ch’tis wel nadoen. HEIN! Biloute! Schaamteloos gillen in rustig landelijk gehucht in La France profonde.


Oude walnotenmolen

Om 13:00 belandden we tenslotte bij onze nieuwe dorpsgenoten van de trouwpartij van de zomer. Die waren vorig jaar slechts op bezoek bij de zus van de bruid. Even weer een uurtje slapen.