
Emmertje kersen
Gisteren was het dan zover, ik ging met schort, trapleer en emmertje oogsten. Eerst maar eens die van de buren aan de andere kant van ons dorp.
– Zo, wat ga je doen, wilden moeder en dochter, aka de buurvrouwen weten. Ik legde uit om welke boom het ging.
– Maar die is niet hoog, daar heb je toch geen trap bij nodig! Ik dacht van wel.
– Kijk je wel uit dat je niet valt, zei de oudste bewoner van het dorp, terwijl ze me lief aankeek. Tuurlijk.
Hoe of dat het ging, vroeg ik. En jawel, ze zei zoals altijd, comme les vieux, ik ben oud en versleten.
– U zou toch raar opkijken als het andersom ging. Ha, die vond ze leuk, ze stelde het zich voor en moest lachen. Ik plukte staand op mijn trapje een pondje, genoeg voor ?¬©?¬©n clafoutis, en het was de boom niet aan te zien dat ik ook maar iets had geplukt.

En alweer klaar
Die taart was in een oogwenk klaar. Bij het proefen merkte ik dat ik zoute boter had gebruikt, een beetje merkwaardig, maar niet hinderlijk. Vandaag had het zout zich door de taart verspreid, niks meer aan de hand.

Agastache
Ik had kruidenvrouwtje van de markt de muntsoort van de boot van Robertine beloofd en besloot meteen ook maar een aantal dropplanten mee te nemen, die zich uitbundig in een vergeten bloembak hadden uitgezaaid. En KLANG! schiet de pijn alweer in mijn rug.
Buk, buk, buk nog een keer! Neen, het is: buk, buk, buk dan ook nooit meer, slome!
Op de markt kwam ik mevrouw notaris tegen, even een k4tje (kuskus, kletsklets), kruidenvrouwtje was heel blij en nu ben ik alw?®?®r vergeten te vragen hoe het met haar bijenvolkjes zit, want ze verkoopt immers honing. Die dropplant is een geweldige bijen- en vlinderplant, dat kon ik nog wel aan haar kwijt. Ik werd afgeleid door een fruitmand met 3 jonge katjes (<6 weken?), die iemand bij haar had neergezet. De moeder was verdwenen. Twee speelden, nummertje drie was aan het ontsnappen.

Pauw te koop
Verderop werd in de volle zon levende have verkocht. De kuikens, hooguit een paar dagen oud, hadden reeds kale nekjes. Ik zou ze daar niet kopen, het was me allemaal iets te onverschillig. Cavia’s, ja Yeva, een kooitje met 6 jonge cavia’s, die godzijdank te drinken hadden en 1 grote bak met mais, die cavia’s zaten op een kluitje te wachten tot het voorbij zou zijn. In de volle zon. Er was een pauw in de aanbieding, waarvan ze de staartveren alvast hadden uitgerukt. Die brengen bij de volgende brocante weer goed geld op. Ach, het beest.

Een vrolijke ruit
Om mezelf te troosten kocht ik bij de tafelkledenkoning een plastic kleed, voor op de grote tafel in de boomgaard. Gaan we vant zomer de familie Bertolli spelen. Siebe wil niet buiten eten: “dat doen alleen toeristen” , want daar vliegen de vieze beesten zo je glas of je mond in.
Nou Siebe, wij zitten lekker buiten, want binnen, daar zat vandaag zo’n vies beest, dat we helemaal niet meer naar binnen durfden.

Lekker ding